Zalig de armen, die danken, delen en dienen (2004)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 6e zondag · groen

Jezus bleef de hele nacht op de berg om er te bidden tot God.
Wat maakte Hij daar mee?
Wij mogen veronderstellen
dat Hij er heel diep mocht ervaren
de Zoon te zijn van een liefhebbende Vader,
beminnenswaardig te zijn
in de ogen van een hartelijk beminnende God.
En met die ervaring in het hart,
daalt Jezus een stuk de berg af
en roept enkele leerlingen
om bij Hem plaats te nemen
daar op die bergflank,
tussen God en de menigte in de vlakte.
Hij kijkt hen aan zoals zij daar staan,
verbonden met God,
verbonden met de mensen
en verbonden met Hem.
En zo prijst Hij hen zalig.
Hij zegt hen het echte geluk toe:
nl. te delen in Zijn ervaring,
bemind te worden en te beminnen,
in de Liefde te leven.

“Bemind worden en zelf beminnen”
dat is een echte zaligheid
in het leven van ieder van ons.
Maar dat is meer dan een romantisch gevoel.
Het evangelie zegt:
Het is een keuze\

  • en een gekozen worden -
    om juist op die plaats te gaan staan
    van de leerlingen daar op de bergflank,
    dwz. om verbonden te leven met God,
    verbonden met de mensen
    en verbonden met Jezus.

    Verbonden leven met God zal vooral betekenen :
    Ervoor kiezen dankbaar te zijn
    tegenover de Heer van het Leven.
    Ook als niet alles meevalt en lukt,
    ons toch fundamenteel dankbaar weten
    voor wat wij elke dag eigenlijk toch zo gul krijgen
    van een Vader die ons graag ziet.
    Dankbaar leven, en dus niet
    eigenmachtig, zelfgenoegzaam of hooghartig.

    Verbonden leven met de mensen zal vooral betekenen:
    Ervoor kiezen om, wat wij gekregen hebben,
    te delen, door te geven aan anderen.
    Delend leven, en dus niet hebberig, veeleisend of veroverend.

    Verbonden leven met Jezus zal vooral betekenen:
    Ervoor kiezen te dienen.
    Bij alles wat wij ondernemen
    niet onszelf naar voren schuiven,
    maar anderen laten voorgaan
    en voor hen ter beschikking te staan.
    Dienend leven, en dus niet heersend, repressief of machtig.

    “Zaligheid, echt geluk” wil volgens Jezus dus zeggen:
    ervoor kiezen te danken, te delen en te dienen.

    Wij zouden de gelukkigste mensen zijn
    als heel ons streven en verlangen
    alleen daarnaar uit zou gaan.
    Maar het probleem is
    dat wij spontaan geneigd zijn
    het geluk dichterbij te zoeken.
    Wij blijven steken
    in enkele onmiddellijke verlangens en bevredigingen.
    De zaligsprekingen nodigen ons uit
    los te komen van een te gemakkelijk geluk,
    los te komen van onze natuurlijke overtuiging
    dat uiterlijke rijkdom, verzadiging,
    jolijt of succes bij de mensen
    ons wel gelukkig zou kunnen maken.
    Dit is in feite slechts matig geluk.
    De Heer nodigt ons hier uit
    open te komen voor een geluk van een veel hogere kwaliteit:
    nl. te beminnen en bemind te worden.
    Hij stelt ons voor ons ideaal van geluk te verleggen:
    niet het oppervlakkig geluk
    “verzadigd te worden door vele dingen te hebben”,
    maar het diepe geluk “in de liefde te leven”.
    Hij zegt ons: Niet “eisen, grijpen en heersen”
    is een zaligheid voor de mens,
    maar “danken, delen en dienen”.

    In Zijn leerlingen, in ons dus,\
  • zoals wij hier zitten op de bergflank,
    tussen onze God en de wereld die ons roept -
    ziet Jezus deze ideale mensengemeenschap reeds groeien.
    Hij wenst ons van godswege proficiat,
    omdat wij ons geluk niet willen laten afhangen
    van onze status van rijkdom of armoede,
    van de beperktheden van onze natuur,
    van onze spontane zucht naar zelfbevestiging.
    Maar omdat wij ervoor kiezen,\
  • zij het in rijkdom, zij het in armoede -
    op de eerste plaats in de liefde te leven,
    dankbaar tegenover God, delend met de anderen,
    dienend zoals Jezus.

    De zaligsprekingen
    zijn helemaal geen sussende woorden
    tot de sociaal-behoeftigen
    of vervloekingen tot de welstellenden.
    Jezus zegt niet dat de armen van vandaag
    de rijken van morgen zullen worden.
    Jezus zegt dat de armen
    nu reeds tot het Rijk Gods behoren.
    Dat betekent dat Hij hen proficiat wenst
    niet omdat zij uiterlijk arm zijn,
    wel omwille van hun innerlijke houding
    toch in de liefde te blijven leven.

    Zalig de “armen” betekent niet
    dat God de “behoeftigen” gelukkig prijst
    maar wel de “eenvoudigen”,
    wij namelijk, als wij met respectvolle dankbaarheid
    omgaan met de mensen en de dingen.
    De “hongerigen”
    zijn niet diegenen die erop uit zijn
    zich met alle mogelijke weelde te verzadigen,
    maar wel wij, als wij ernaar hunkeren
    gerechtigheid met allen te delen.
    De “vervolgden” zijn niet diegenen
    die zich steeds tekort gedaan
    en verongelijkt voelen,
    maar wij, als wij de verdediging
    van de onderdrukten en de machtelozen
    moedig willen dienen.

    Jezus’ leerlingen op die bergflank hier
    zijn niet allemaal dompelaars,
    maar alle soorten mensen,
    ook mensen die goed hun brood verdienen.

    Tot ons, zoals wij hier zitten
    maar die op sommige domeinen arm zijn,
    zegt Jezus: Zalig zijt gij,
    als gij u dan ook arm opstelt,
    als gij, te midden van uw rechtmatige drang
    om uw lot te verbeteren,
    er toch op de eerste plaats op uit blijft
    het Rijk Gods in u te laten groeien,
    dwz. dankbaar, delend en dienend lief te hebben.
    Zo wordt gij diep verzadigd
    en kent gij de echte vreugde.
    Maar wee u, als gij er alleen maar
    op uit zoudt zijn, - om de rollen om te keren -
    te eisen, te grijpen en te heersen.
    Tot ons, die op sommige domeinen
    rijk zijn, zegt Jezus:
    Wee u, als gij u hooghartig rijk opstelt,
    veroverend, hebberig en machtig.
    Gij lijdt gebrek in uw hart en
    gij zijt triestige mensen.
    Maar zalig zijt gij, als gij,
    ondanks uw rijkdom, uw geluk weet te leggen
    in wat het allerbelangrijkste is:
    in de liefde te leven,
    bemind te worden en te beminnen.

    De zaligsprekingen
    zijn geen utopische beloften
    over een sociaal-economische ommekeer
    die men voor allen zou kunnen verwachten.
    De zaligsprekingen
    spreken de proficiat uit vanwege God
    over die leerlingen van Jezus die ervoor kiezen
    te delen in Zijn ervaring:
    bemind te worden en te beminnen,
    die dankbaar zijn voor het Leven,
    erop bedacht te geven aan anderen
    en die willen dienen zoals Jezus.

Zoeken in Preken Online