5e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

We hebben zo ons best gedaan, en toch is het niks geworden; we hebben allerlei dokters bezocht, honderden kilometers gereden, van alles geprobeerd, maar nu hoor ik alleen nog maar: ‘Je zult ermee moeten leren leven'.

We hebben heel veel energie gestoken in die tweede van ons; we hebben op alle mogelijke manieren geprobeerd hem te helpen, hem meestal zacht, een enkele keer hard aangepakt, maar niks hielp; volop talenten, maar niet gebruikt.

Ik zag de bui al aankomen; ik begon met een cursus, studeerde hele avonden, soms tot diep in de nacht, maar het bedrijf ging dicht, en ondanks mijn studie kwam ik nergens meer aan de slag: te oud en te duur; verspilde energie dus.

Veel mensen, denk ik, zullen zich herkennen in Petrus, waar hij zegt: ‘De hele nacht hebben we gezwoegd, maar helemaal niks gevangen'.

We hebben hen laten dopen, leren bidden, en ons best gedaan om hen voor te gaan in geloven. We zijn nooit overdreven flauw geweest, maar ze merkten wel dat geloof en kerk voor ons nogal wat betekenden. Maar onze kinderen zijn afgehaakt; met Kerstmis gaan ze mee naar de kerk om ons geen pijn te doen.

We hebben echt ons best gedaan, uren besteed aan de voorbereiding van de preek. Met honderden mensen honderden uren geïnvesteerd in een inspirerende liturgie, maar desondanks tellen we ieder jaar minder mensen die in onze kerken geloof en bezinning willen opdoen.

Inderdaad, soms voelen we allemaal met Petrus mee: de hele nacht gezwoegd, en niks gevangen.

Maar als de netten daarna, totaal onverwacht, barstensvol zijn - en gelukkig overkomt ons dat ook wel eens: dat je van iets niks meer verwacht, en dat het dan allemaal ineens ten goede keert -, als dankzij Jezus de netten ineens vol zijn, roept Petrus uit: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens'.

Om Petrus dat na te zeggen, daar hebben we - denk ik - allemaal meer moeite mee. ‘Ga weg, Heer, want ik ben een zondig mens.’ Wij verbeelden ons immers nogal wat. We zouden onze kleinheid wat beter onder ogen moeten zien. We zouden ons van onze gebreken misschien wat meer bewust moeten zijn, meer moeten beseffen dat we inderdaad maar stof zijn. Dan zouden we het leven wellicht meer zien als een genade, en zouden dankbaarheid en verwondering een grotere plaats innemen in ons bestaan.

‘Ga weg van mij’, zegt Petrus, ‘ik ben maar een zondig mens’. En Paulus schrijft: ‘Ik stel niks voor, ik ben de minste onder de apostelen; ik heb nota bene jacht gemaakt op de christenen.'

Petrus en Paulus, twee mensen met een gehavend verleden, mensen met fouten en gebreken… en toch gaat Jezus met hen in zee, en maakt hen vissers van mensen.

We moeten elkaar allemaal opvissen uit het water van het verdriet, soms uit een zee van ellende. In die zin zijn we allemaal vissers van mensen. En dat kunnen we pas als we bescheiden zijn over onszelf - we zijn maar zondige mensen -, en het volste vertrouwen bewaren in Gods hulp en genade.

Zoeken in Preken Online