Wanneer mensen gaan vissen, dan is het om vissen te vangen, ze te doden, ze te eten. Zij doen het voor den brode of om zich te ontspannen. Voor de vissen is het echter een hachelijke zaak. Ze worden gevangen in een net, stikken of worden levend ingevroren ofwel worden ze met een mes gedood. Later worden ze opgegeten.
Als we de woorden van Jezus ‘Van nu af zult ge mensen vangen’, aan mensen toegesproken, horen’, kunnen we ons onbehaaglijk voelen.
Zou Jezus de bedoeling hebben gehad datgene wat vissers met vis doen, toe te passen op mensen? Zou het volgens Jezus kunnen gaan om mensen te vangen, in alle betekenissen van het woord, hen in te lijven in een bepaalde godsdienst of gemeenschap, hen hun vrijheid of zelfstandigheid af te nemen of hen van het leven te beroven?
Zo kunnen we ons afvragen: Begrijpen we wel goed wat Jezus wil duidelijk maken met de woorden: “Van nu af zult gij mensen vangen?”
Een voorbeeld kan misschien helpen Jezus woorden te verstaan. Een misdadiger die jaren in de gevangenis zit, laat men zo maar niet vrij. Zulk een mens heeft nodig voorbereid te worden op zijn terugkeer in de maatschappij. Hij heeft vorming te krijgen opdat hij zijn brood zou kunnen verdienen, en om zich te kunnen aanpassen en met mensen te kunnen omgaan in de samenleving. Hij heeft ook mensen nodig die hem met kennis en genegenheid omringen.
Het evangelie werd lang geleden geschreven in het Midden-Oosten. Hoe kunnen wij mensen uit het Westen, die het evangelieverhaal vandaag horen, er de betekenis van vatten?
Een zinnetje uit de lezing van vandaag zou er ons kunnen bij helpen. Jezus is samen met zijn leerlingen in de boot. Hij geeft hen opdracht ‘Vaart naar de diepte’.
In bijbelse taal en in de opvatting van de mensen van ginder toen, betekent ‘de diepte van de zee’, de verblijfplaats van mensbedreigende krachten en van monsters.
Als Jezus opdracht geeft naar de diepte te varen, wil hij zijn leerlingen uitnodigen naar de mensen toe gaan, om hen uit hun benarde toestand te bevrijden, om hen weg te halen uit wat hen in bedwang houdt. Vele mensen zijn als drenkelingen die maar één ding verlangen, dat is, opgevist te worden, bij de hand gegrepen te worden, gered te geraken. Jezus roept zijn leerlingen op, samen met hem, mensen die in de klem zitten te bevrijden, hen die uiterlijk gevangen of innerlijk gekluisterd raakten, als het ware met een net te vangen, op te vissen, te grijpen en uit geweld en dreigingen te bevrijden.
Talrijke mensen toen werden door gevaren allerlei bedreigd. Zij kwamen in ellende terecht. In die tijd werden in Israël mensen onderdrukt door Romeinse keizers en werden uitgebuit door eigen volksgenoten. Maar ook in de wereld van vandaag weten ontelbare mensen niet hoe uit hun miserie te geraken. Beelden over ellende in Soudan, Dafour, Irak komen de laatste tijd op het scherm. Bootvluchtelingen riskeren hun leven om te ontkomen aan honger en uitbuiting door wanbestuur. Massa mensen lijden honger omwille van het onrechtvaardig verdelen van rijkdom in de wereld. Zelfs dichter bij onze deur gebruiken mensen kartonnen dozen als woonst om er de winterse nachten in door te brengen.
Genoeg mensen sukkelen in armoede door ziekte of door het te niet gaan van hun handelszaak. Al die mensen verlangen er naar, uit hun ellende gehaald te worden, te worden op gevist en opgevangen. Maar wie gaat hen de hand toereiken om hen te grijpen en hen te bevrijden?
Jezus, de ellende van mensen kennend, voelt en ziet er zich toe geroepen bevrijding te brengen. Gans het leven van Jezus is één heilzaam optreden. Hij spreekt de mensen bemoedigend toe, geneest, zalft, vergeeft en helpt hen zich te verzoenen. Hij gaat naar de mensen toe om hen te bevrijden. Hij doet het echter niet alleen, hij nodigt ieder uit, met hem samen te werken om mensen, in ellende gevangen, te verlossen, op te vangen, bij de hand te grijpen, hen te ontkluisteren en te redden uit de nood. Hij maakt boeien los. Hij ontklemt gekluisterde mensen.
Jezus geeft aan zijn leerlingen van toen de taak: ‘Vaart naar de diepte’. Hij voegt er aan toe: “Van nu af zult gij mensen vangen”. Om te beseffen wat Jezus bedoelde, hebben we na te gaan, hoe de mensen van toen, de wereld zagen en hoe wij hem zien. Dan maar eerst kunnen wij inzien dat de opdracht van toen ook een taak is voor ons, Jezus’leerlingen van vandaag. Wij allen, ja de leerlingen van alle tijden, worden door Jezus uitgenodigd om Gods heilswerk voort te zetten: Samen met Jezus hebben wij Gods schepping te verlossen van dreigende chaos, wanorde, duisternis. Jezus taak is ook de onze: mensen bevrijden uit de gevaren die hen bedreigen, hen redden, hen opvissen uit alles wat hen beklemt, om hen op te vangen in genegen samenhorige liefde.