5e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

Als christen omgaan met racistische haatmails

KMS brengt een nieuwe handleiding en een pastorale handreiking op de markt om te

reageren op racistische e-mailberichten.

“Ik heb een migratiegeschiedenis, en je hebt me opgenomen”. Zo zou Jezus’ oproep vandaag misschien luiden. Deze uitnodiging is brandend actueel. Tegelijk blijft het voor vele christenen een grote uitdaging om op de uitnodiging in te gaan. De angst voor de “vreemde”, en niet het minst voor moslims, leeft sterk in onze hedendaagse samenleving en ook in kerkgemeenschappen. Ook op internet is deze angst tastbaar. Misschien kreeg je al een e-mail in je mailbox over moslims, asielzoekers en “allochtonen”. De boodschap in zo’n “haatmails” is vaak glashelder: “de moslims zijn een bedreiging”, luidt het. Of “asielzoekers profiteren van de welvaartstaat”.

Het is niet evident iets met dergelijke e-mails aan te vangen. De berichten zien er dikwijls heel geloofwaardig uit, maar zijn dat feitelijk niet. Ze spelen vooral op onze emoties en proberen ons tot vijand te maken van “de andere”. Willen we op Jezus’ uitnodiging ingaan om “de andere” te verwelkomen, dan kunnen we deze e-mails niet naast ons neerleggen. De negatieve berichtgeving die via haatmails verspreid wordt, staat immers een echte ontmoeting met migranten of mensen met een andere huidskleur, cultuur of levensbeschouwing in de weg.

We nodigen je uit de nieuwe handleiding van KMS (Kerkwerk Multicultureel Samenleven) over het omgaan met racistische e-mails te lezen. KMS zet ontvangers van racistische haatmails aan om de aard van de e-mail te Verifiëren, de verspreiding ervan te Limiteren, een Antwoord naar de afzender te sturen en de e-mail te Melden. De originaliteit van deze aanpak ligt vooral in het sturen van een gericht en beredeneerd antwoord naar de afzender. Dit antwoord is geïnspireerd door de manier waarop Jezus met andersdenkenden communiceerde.

Naast de handleiding ontwikkelde KMS ook een pastoraal luik, dat verschillende mogelijkheden biedt om racistische haatmails in christelijke middens bespreekbaar te maken.

Als haat bij bosjes in je mailbox groeit

EEN PASTORALE HANDREIKING

“Ik was vreemdeling, en jullie hebben Me opgenomen”(Matteüs 25: 35)

In de Blijde Boodschap van Jezus Christus worden we uitgenodigd om “de vreemdeling” te verwelkomen. Die uitnodiging is in onze binnenlandse geschiedenis sinds meerdere decennia brandend actueel. De “witte” naoorlogse samenleving werd in korte tijd een

gekleurde multiculturele maatschappij. Niet alleen cultureel maar ook levensbeschouwelijk bewonen we nu samen een ander land. Het landschap met vele kerktorens en huizen van vrijzinnigheid, werd verrijkt met andere cultusplaatsen.

Tegelijk beleven we sociaaleconomisch bewogen tijden. We delen een complexe wereld en weten niet goed weg met allerhande vraagstukken van ongelijkheid, klimaatverandering en gewelddadige conflicten.

In een poging om hun angst voor de toekomst te bezweren, zien velen in mensen met een migratiegeschiedenis een bedreiging voor hun eigen belangen. Het gesloten nationalistische denken en de onverdraagzaamheid nemen toe. Het racistisch denken stijgt. Het vindt in België ook op internet zijn weg, onder meer via racistische haatmails. Dat zijn e-mails over moslims, asielzoekers of buitenlanders die een negatieve beeldvorming verspreiden over deze groepen.

Hoe kunnen we de evangelische oproep naar deze actuele context vertalen? Streven naar een juistere beeldvorming is al een belangrijke stap. De negatieve vooroordelen en stereotiepen die onder andere via haatmails verspreid worden, staan immers een echte ontmoeting met de “vreemdeling” in de weg.

Deze publicatie – die een bijlage is bij “Haatmails in je mailbox: een handleiding” – biedt je enkele mogelijkheden om het omgaa met racistische e-mails in christelijke gemeenschappen en verenigingen bespreekbaar te maken. Je vindt suggesties om je leden op weg te zetten naar een effectievere omgang met racistische boodschappen. Om ons daarin te scholen, staan we niet alleen. Het evangelie is een opeenvolging van ontmoetingen. Jezus ontmoet vissers, een overspelige vrouw, tollenaars, blinden, melaatsen, Farizeeërs… De houding die Jezus in het kader van zo’n ontmoetingen aanneemt, werkt inspirerend om zelf aan de slag te gaan met het beeld dat we van de andere hebben.

We wensen je veel goede moed om met de suggesties die in deze handreiking zijn opgenomen aan de slag te gaan in je eigen pastorale context.

“Haatmails in je mailbox: hoe ga je ermee om? Een handleiding” en “Als haat bij bosjes in je mailbox groeit. Een pastorale handreiking” zijn uitgaven van Kerkwerk Multicultureel Samenleven.

Ze zijn te bestellen via of 02 502 11 28. De handleiding staat ook deels online op www.haatmails.be.

Meer informatie:

We wensen je veel geluk bij het ter sprake brengen van deze thematiek in je pastorale activiteiten. Aarzel niet KMS te contacteren voor advies en ondersteuning.

Redactie: Thomas Peeters

Een uitgave van Kerkwerk Multicultureel Samenleven

1000 Brussel

www.kms.be

Breng haatmails ter sprake tijdens een gemeenschapsviering of een bezinning

Hoe kunnen we proberen onze aanpak van personen die racistische berichten verspreiden over een andere boeg te gooien om zo de verspreiding van haatmails te limiteren? Een voorbeeld – voor de 5° zondag door het jaar – C (9-10 februari 2013)

De wonderbaarlijke visvangst (Lukas 5: 1-11)

[1] Toen hij eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, [2] zag hij twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen. [3] Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot. [4] Toen hij was opgehouden met spreken, zei hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’ [5] Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als u het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’ [6] En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren. [7] Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken. [8] Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’ [9] Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; [10] zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’ [11] En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden hem.

In het verhaal van de roeping van de eerste apostelen staan verandering, vertrouwen en luisteren centraal. Deze drie begrippen spelen ook in het omgaan met racistische haatmails een belangrijke rol.

Zoals vaak in het evangelie, vertelt de evangelist ons het verhaal van een ontmoeting. Lukas beschrijft hoe Jezus de eerste leerlingen ontmoet. Simon is Jezus weliswaar al tegengekomen: iets eerder genas Jezus zijn zieke schoonmoeder (Lukas 4: 38-39). Op dat moment beseft hij echter niet echt wie Jezus is. Simon blijft gewoon zijn dagdagelijkse leventje leiden. Van een echte ontmoeting is nog geen sprake geweest. Echte ontmoetingen weken iets los in ons, ze bewegen ons. Met de wonderbare

visvangst komt daar verandering in. Simon herkent Jezus als de Heer. De manier waarop dit gebeurt – hoe Jezus hem tegemoet komt en hem helpt te veranderen, kan inspirerend werken in onze houding tegenover onverdraagzaamheid en racisme.

Veranderen

In het streven naar een samenleven in diversiteit, met respect voor elke mens – zoals het evangelie ons ertoe oproept (ik was vreemdeling, en jullie hebben me opgenomen) – willen we ook verandering teweeg brengen. We kennen misschien mensen die angst hebben voor moslims, vreemdelingen of asielzoekers. We leven misschien zelf met deze angst. Mogelijk hebben we e-mails ontvangen waarbij moslims of asielzoekers als een bedreiging worden voorgesteld voor onze waarden, zekerheden en veiligheid. Vaak kriebelt het ons om daar verandering in te brengen. We verdragen niet dat er zo over mensen wordt geschreven. Of we willen afzenders van racistische boodschappen ertoe brengen hun negatieve beelden over migratie, over moslims, over mensen met een andere huidskleur… los te laten. In onze pogingen tot verandering, botsen we dikwijls op onze eigen grenzen: we vinden de juiste woorden niet; onze reactie blijft uit; we reageren met cijfers en tegenargumenten of we verdedigen de vreemdelingen vol emotie… zonder oog te hebben voor de boodschappers. We merken meestal dat zo reageren niet veel uithaalt. We zijn net als de vissers van dit evangelie: we hebben de beste bedoelingen en hebben ons de hele nacht ingespannen, zonder iets te vangen. We zijn net als zaaiers: we hebben gezaaid, maar om verschillende redenen is de oogst zeer klein (Mt. 13: 3-9).

En dan komt Jezus ons tegemoet. En hij zegt ons: gooi het net nog eens uit! Deze oproep is nog iets sterker in de tweede wonderbaarlijke visvangst (Johannes 21: 6): gooi het over een andere boeg, “werp het net uit rechts van de boot, en je zult vis vangen”.

Wat betekent dit concreet voor ons omgaan met racisme? Wat is een andere aanpak? Er leeft bij mensen die een racistische haatmail sturen veel meer dan de racistische boventoon doet vermoeden. We kunnen ernaar op zoek gaan door te vragen naar de redenen waarom de e-mail verstuurd werd. De racistische toon is slechts een symptoom van diepere zorgvragen: angst voor verandering, financiële onzekerheid, gemis aan informatie, vastzitten in vijandbeelden…

We zijn het echter niet gewoon te peilen naar de diepere zorgen die bij mensen leven. Vaak gaan we eerder de confrontatie aan of integendeel het conflict uit de weg. We zijn geneigd te blijven vissen op de vertrouwde manier, hoe inefficiënt dat ook moge zijn.

Vertrouwen

In het evangelieverhaal gaan de vissers in op het verzoek van Jezus. Het illustreert hoe zeer verandering met vertrouwen te maken heeft. De vissers konden evengoed Jezus op zijn plaats zetten. Zij zijn immers de vissers, Jezus weet niets van de viskunst af. Ze konden ook hun vermoeidheid inroepen en aan wal blijven. Simon heeft echter zijn twijfels. Hij antwoordt: “Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen”. Maar toch besluit hij ervoor te gaan. Wat brengt hem in beweging? Misschien is hij geraakt door de manier waarop Jezus hem vraagt te gaan vissen. Ofwel heeft Simon nog in het achterhoofd dat Jezus onlangs zijn schoonmoeder genas. Wat we zeker weten, is dat hij opnieuw uitvaart, naar diep water, zoals Jezus het hem vraagt. Hij vaart naar de plaats waar de Joden bang voor waren. De zee is immers het symbool van de dood. Er deden heel wat verhalen de ronde over monsters die de zee zouden bevolken.

Is het ook voor ons niet zo? Het vraagt moed en vertrouwen om de dialoog met de andere aan te gaan. Het is gemakkelijker om aan wal te blijven, of om te vervallen in een zwart-wit denken: “de afzender (of de persoon van andere afkomst) is verkeerd, ik heb het bij het rechte eind”. We hebben een grote verbeelding en vinden veel excuses om toch maar niet te moeten dialogeren. “De afzender zal toch niet antwoorden”, “ze zal raar opkijken”, “het haalt toch niets uit”, “het is een verbeten racist”, “het neemt te veel tijd in beslag”, enz.

Maar Simon vindt toch ergens de moed om weer uit te varen. Misschien beseft hij dat hij niets te verliezen heeft. Hij vaart ook niet alleen uit. Johannes en Jakobus zijn mee om hem te helpen. Ook zij konden tegenspartelen. Maar zowel Simon, Johannes als Jakobus zijn bereid te veranderen. Ze stappen als het ware in de houding van Gandhi: “verander de wereld begint met jezelf”. We kunnen moeilijk verwachten dat de andere verandert, als we zelf niet bereid zijn te veranderen. En als we zelf niet beseffen wat we nodig hebben om te veranderen.

Het vervolg kennen we: Simon, Jakobus en Johannes vangen zoveel vissen dat ze verbijsterd zijn. Simon is diep geraakt. Hij valt op de knieën en herkent in Jezus de Heer: “Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens”. De vissers laten alles achter om Jezus te volgen.

Luisteren

Wat is er precies gebeurd? Jezus heeft diep naar hen geluisterd. Hij heeft hen ontmoet in hun dagelijkse activiteit: hij heeft hen verwelkomd als vissers. Misschien gelooft Simon op dit moment vooral in Jezus omdat Jezus een goede visser is. Wanneer we proberen in dialoog te treden met anderen, staat luisteren centraal. Een echte ontmoeting vraagt een wederkerig luisteren naar wat dieper bij de andere leeft. Luisteren wordt zo een hefboom tot verandering.

Vergeving

De eerste lezing (Jesaja 6: 1-2a.3-8) toont ons ook hoe mensen die niet veroordeeld worden, maar integendeel de kansen krijgen tot verandering, sterke medestanders kunnen worden om zich achter een nieuw project te scharen. Jesaja ziet zich als een zondige mens, maar God vergeeft hem zijn “onreine lippen”. Deze liefdevolle houding van God brengt hem ertoe zijn roeping als profeet te aanvaarden.

We kunnen mensen die haatmails versturen ook de kans geven om zich te herpakken. Door hen niet te beschuldigen en hen de mogelijkheid te geven hun verhaal te vertellen, kunnen ze medestanders worden in de strijd tegen foute beeldvorming. Via dialoog kunnen ze ontdekken dat ze anders kunnen omgaan met hun zorgvragen dan via haatberichten. Ze kunnen beseffen dat deze haatberichten eigenlijk niets aan hun problemen veranderen. Soms laat deze “bekering” een beetje op zich wachten…

Zoeken in Preken Online