5° Door het jaar C 2008
OPENINGSWOORD
Broeders en zusters,
aansluitend op vorig week-end: de roeping en de zending van Pater Damiaan
hebben we deze week, de 5° zondag door het jaar, een even actueel verhaal.
In het Lucas-evangelie ontmoet Jezus eenvoudige vissers in hun dagelijks leven.
Hij geeft hen een teken – een overvloedige visvangst;
zij laten alles achter en volgen Hem.
Een bijna ongeloofwaardig verhaal; Welk groot geloof en vertrouwen heeft
Jezus hen wel gegeven? Hij heeft zichzelf gegeven.
Mogen wij in deze eucharistie ingaan op de roepstem van de Heer
om met groot vertrouwen Hem intens te ontmoeten,
zodat ook wij Hem altijd en overal kunnen volgen.
SCHULDBELIJDENIS
Met Petrus in het evangelie willen ook wij bekennen:
“Heer, ik ben een zondig mens”
Moge God in zijn groot geduld en barmhartigheid onze vrees doorbreken
en ons opnieuw begeesteren om volle zee te kiezen. Amen.
OPENINGSGEBED
Heer onze God,
U bent een roepende God; ieder van ons roept u bij naam.
Wij bidden u: open onze oren om uw stem te horen.
Geef ons de moed en de kracht
ons hart te openen voor wat Gij van ons verwacht.
Dit vragen wij U, door Christus, onze Heer. Amen.
5° Door het jaar C 2008
SCHULDBELIJDENIS
Vaar naar het diepe
en gooide netten uit voor de vangst.
Vergeef het ons, Heer:
ons leven is zo oppervlakkig.
Ons getuigenis spreekt anderen zo weinig aan.
Heer, ontferm U over ons.
Heer, ga weg van mij; ik ben een zondig mens.
Vergeef het ons als wij te weinig geborgenheid
en aandacht geven aan onze kinderen;
vergeef het ons als wij te weinig geduld hebben
en zo moeilijk vergeten en vergeven.
Heer, ontferm U over ons.
VORMELING
Wij zitten op de boot van het leven.
Wij willen alles zelf doen.
Vergeef het ons wanneer we de goede raad
van anderen overboord gooien:
Heer, ontferm U over ons.
5° Door het jaar C 2008
De profeet vertelt ons over zijn roeping.
Hij moet een volk “met onreine lippen”
terugbrengen tot de liefde voor God. Hij draagt zijn volk.
Jesaja voelt zich onwaardig, daar ook hij “onreine lippen” heeft
maw dat ook hij maar een zwakke mens is.
ZIEHIER DE LEZING UIT DE PROFEET JESAJA 6,1-2a. 3-8
In het sterfjaar van koning Uzzia van Juda
had ik tijdens de plechtige tempeldienst een visioen.
Ik zag de Heer zitten op een hoge troon.
De sleep van zijn mantel bedekte heel de vloer
en dienaren stonden rond de troon.
Zij riepen elkaar luid toe: Heilig, Heilig, Heilig, de Heer,
de God der hemelse machten.
Heel de aarde zijn vol van zijn heerlijkheid.”
Bij dit geweldig geroep begonnen de deuren van de tempel te trillen
en stond het heiligdom vol rook.
Toen besefte ik dat ik stond
in tegenwoordigheid van de machtige God.
En ik dacht: “Wee mij ! ik ben verloren;
Het is met mij gedaan,
want mijn ogen hebben de Heer, onze God gezien.
Ik ben slechts een zondig mens te midden van een zondig volk.
Ik ben een mens met “onreine lippen”
en ik woon temidden van een volk met “onreine lippen”
Maar één van de dienaren ging naar het altaar,
nam met een tang een gloeiende kool en kwam naar mij toe.
Hij raakte daarmee mijn mond aan en zei:
“Nu dit gloeiend vuur uw lippen aangeraakt heeft,
zijn uw zonden verdwenen en uw missstappen vergeven.”
Daarop hoorde ik de stem van de Heer die sprak:
“Wie zal Ik zenden naar mijn volk ?
Wie zal ons voorgaan?”
Ik antwoordde: “Hier ben ik; zend mij.! “
Toen zei de Heer: “Ga dan, Ik zend u tot mijn volk.”
5° Door het jaar C 2008
VOORBEDEN
Op uw woord zal ik de netten uitgooien;
dat wij nooit vergeten dat God de bezieler is
van onze menselijke inzet:
laten wij bidden:
Vaar naar het diepe en gooi de netten uit.
Voor allen die te weinig aandacht hebben
voor de diepere zending van het leven:
laten wij bidden:
Wees niet bevreesd, zegt de Heer.
Om een leefklimaat in onze samenleving
waar het voor jongeren nog mogelijk is
intens te bidden en open staan voor de roepstem van God:
laten wij bidden:
VORMELING
Voor onze ouders
met wie we samen door het leven varen;
dat zij, als goede stuurlui ons steeds wijzen
op de levensweg van Jezus Christus:
laten wij bidden:
5° Door het jaar C 2008
NA DE COMMUNIE
Wat je heel diep aangrijpt en raakt
zindert heel lang na;
het doorbreekt al de vezels van je bestaan.
Je verademt; je herleeft
of je wordt er koud bij.
Heer, ga weg van mij….
Heer, dat is me teveel
Heer, dit kan ik niet meer aan…
Maar de Heer zegt:
vaar naar het diepe
Gooi je netten uit.
Deze tijd word je gegeven;
deze mensen met wie je de boot hebt genomen
Vandaag het is het “de dag” van je lven.
Vrees niet….
Op uw woord, Heer,
gooi ik de netten uit.
Op uw woord , Heer,
durf ik het aan.
Door uw woord, Heer
weet ik mij gezonden en gedragen.
5° Door het jaar C 2008
VOORBEDEN
Broeders en zusters,
het woord van de Heer indachtig: “Wees niet bevreesd”
durven wij bidden om moed en kracht:
Heer onze God,
als wij onze onmacht en vrees ervaren,
blijf Gij ons dan nabij. Schenk ons uw Geest
om met vreugde te kunnen varen
naar de diepte van het leven. Amen.
GEBED OVER DE GAVEN
Heer God,
ook al beseffen wij onze onmacht,
aanvaard onze gaven,
want wij vertrouwen op uw woord;
als Gij met ons zijt
dan wordt onze inzet tot overvloed
want Gij zijt en blijft onze kracht. Amen.
SLOTGEBED
Heer onze God,
met groot verlangen en een open hart
zijn wij naar U gekomen;
zend ons nu heen met een overvloed van gaven
en bevestig ons vertrouwen op U. Door Christus onze Heer. Amen.
ZENDING
Open je hart – spreek met God – Hij roept u;
Hij zal u daarbij helpen.