Ik ben een kind van de zee en met mijn
vader ging ik regelmatig mee als hij vlees moest leveren aan die schepen die naar
Ijsland vaarden.
Vissers, een apart volkje, die vakkennis hebben opgedaan van vader op zoon, die
als het ware getrouwd zijn met het leven op zee te leven, die gewoon zijn op
zichzelf te leven.
We lazen het daarnet in het evangelie: terwijl Jezus de mensen onderrichtte die
Hem gevolgd waren, waren de vissers bezig hun netten te spoelen.
En nu komt daar een man, ene Jezus, een zoon van een timmerman en nog enen van
Nazareth,
die vreemdeling, die komt ons vissers, die al jaren in het vak zitten, commanderen
wat wij moeten doen.
En Simon laat Jezus in de boot stappen.
Er moet daar iets ongelooflijk zijn gebeurd; met mijn menselijk verstand is dit
onbegrijpelijk
Zo iets horen we ook in de 1e lezing: Jesaja behoorde tot de elite
van het volk Juda, een jonge aristocraat, die waarschijnlijk een glanzende
carri
5e zondag door het jaar C - 2007
C-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen