4e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen

PAULUS IN KORINTHE : KERKOPBOUW IN EEN MULTICULTURELE SAMENLEVING…

1. De beginsituatie : Korinthe, een havenstad in Griekenland.

Korinthe was in de eerste eeuw na Christus de belangrijkste havenstad van Griekenland. De oude stadskern was in 146 v. Chr. door de Romeinse bezetter helemaal verwoest, maar was in 44 door Julius Caesar heropgericht als Romeinse kolonie. In korte tijd had het zich opgewerkt tot een grote en ‘moderne’ stad. Er ontstond een monumentaal stadscentrum in Romeinse stijl, met talloze winkels, markten, zakenwijken en overheidsgebouwen.

Met een inwonersaantal van zowat 400.000 mensen was Korinthe ten tijde van Paulus één van de belangrijkste steden van het Romeinse imperium, veel belangrijker dan Athene dat enkel nog teerde op zijn roem van schitterende oude cultuurstad. Korinthe zou je – alle historische verhoudingen in acht genomen – nog het beste kunnen vergelijken met bvb. het Antwerpen van vandaag.

De stad had zijn demografische groei en economische bloei te danken aan zijn uitzonderlijke ligging, op de landengte tussen de Adriatische en de Egeïsche zee. Er waren eigenlijk twee havens, aan weerskanten van die landengte: Lechaion in het westen en Kenchreai in het oosten. Een zeer groot gedeelte van de toenmalige wereldhandel in het Romeinse Rijk moést wel langs één van deze twee havens passeren. De schepen uit Italië, Spanje en Sicilië kwamen aan in de haven aan de westkant. En de schepen uit het Oosten, uit Egypte bijvoorbeeld en Klein-Azië, meerden aan in de haven aan de oostkant. Bovendien was de omvaart rondom de Peloponnesos zo gevaarlijk en tijdrovend, dat de meeste schepen gewoon verkozen om hun waren en passagiers van de éne haven naar de andere te laten transporteren over de landengte heen. Deze hele transit-operatie nam al gauw enkele dagen in beslag, en intussen overspoelde een bont gezelschap van zeelui en passagiers de stad. Zij vermengden zich met de lokale handelaars, neringdoeners en ambachtslui, die een deel van de aangevoerde grondstoffen meteen opkochten en weer doorverkochten, en zo mee profiteerden van het transitverkeer in de haven.

Er groeiden gaandeweg ook grote economische tegenstellingen tussen de stad en het platteland eromheen. De bevolking in de provincie was arm, het kapitaal concentreerde zich in de stad, en er was een ‘trend’ om het platteland te ontvluchten en de anonimiteit van de ‘grootstad’ te gaan opzoeken, om daar in de veelkleurige massa onder te duiken en op een goede dag zijn geluk te beproeven met een winkeltje of een kleine zelfstandige zaak…

Het sociale niveau van de stadsbevolking zal zich ongetwijfeld ook hebben weerspiegeld in de verschillende woongebieden. De ‘betere wijken’ straalden voor de toeristen en toevallige passanten een sfeer uit van ‘nieuwe rijken’, van luxe en pas verworven welstand. Maar er waren ook een aantal ‘achterbuurten’, het was er ongelofelijk druk van het verkeer, men hoorde er alle talen en zag er mensen van allerlei slag in velerlei kleuren.

Er woonden in de stad verder ook talrijke Romeinse ambtenaren, en er verbleven belangrijke militaire garnizoenen van de Romeinse bezetter. Daarmee was de stad ook in zekere zin een ‘soldatenstad’.

Gelegen op een knooppunt van handelswegen werd de betekenis van Korinthe zondermeer bepaald door de toenmalige wereldeconomie. Een goed georganiseerd stadsbestuur maakte wereldwijde handelsbetrekkingen mogelijk en ‘promootte’ de stad zoveel als mogelijk. Grote culturele en sportmanifestaties moesten mee voor de nodige ‘internationale uitstraling’ zorgen. De mobiliteit in het gebied rond de Middellandse Zee bracht een veelvoud van culturen binnen in de stad en evenzeer een bonte mengeling van religies uit oost en west. De acceptatie en integratie van deze pluraliteit was voor de samenleving van levensbelang. Tegelijk groeide bij heel wat inwoners de scepsis jegens een zo jachtige en materieel-ingestelde wereld, en de vraag naar zingeving en spiritualiteit was groot. Veel ‘autochtonen’ voelden zich als vreemden binnen hun eigen religie en cultuur en zochten soelaas bij de talrijke esoterische stromingen die zich aandienden.

Zo doken dus niet slechts filosofen, predikers, heilsleraren en wonderdoeners van allerlei slag in Korinthe op, maar ook christelijke apostelen en zendelingen van verschillende snit kwamen en gingen. Eén van hen was Paulus. In de ogen van de mensen in Korinthe was hij een van de velen, die met hun leer in deze wereldstad aangespoeld waren en een religieus gezelschap hadden gesticht. In zijn dagen had hij op geen enkele manier het onbetwijfelde gezag en de unieke status die wij hem vandaag als apostel der volkeren toedichten.

2. Kleine ontstaansgeschiedenis van de eerste Kerk in Korinthe.

Korinthe was zoals gezegd een kosmopolitische stad, een smeltkroes van rassen, culturen en religieuze strekkingen, met alle bijhorende verschijnselen vandien: klassenverschillen, sociale tegenstellingen, racisme, discriminatie en uitsluiting. Het is in deze multiculturele en multireligieuze metropool dat Paulus heeft geprobeerd om ‘kerk’ te maken. Wij willen nu een poging doen om min of meer te reconstrueren hoe dat in zijn werk is gegaan…

Volgens Handelingen 18,1 is Paulus er terecht gekomen op het einde van zijn tweede missiereis (van de drie die hij er heeft gemaakt). We schrijven dan begin van de jaren 50 na Chr. Hij stapte in Korinthe aan wal nadat hij Athene ijlings had verlaten; hij had daar op het midden van de Aeropaag een redevoering proberen te houden, maar ze hadden hem daar nogal uitgelachen en gezegd ‘dat ze hem wel eens een andere keer zouden komen beluisteren, wanneer hij iets zinnigers te vertellen had dan dat er een man uit Nazareth was opgestaan uit de doden…’

Paulus arriveert in Korinthe als één van de vele zwervers en avonturiers, en zoekt zich een onderkomen in die wereldstad. Hij wordt in huis genomen door een echtpaar, Aquila en Priscilla, die eerder als een soort ‘politieke vluchtelingen’ in Korinthe waren terecht gekomen. Oorspronkelijk afkomstig uit Pontus, in het noorden van Klein-Azië, waren zij op een bepaald moment (om economische motieven?) in Rome gaan wonen, de aantrekkelijke hoofdstad van het toenmalige wereldrijk. Maar toen er tijdens de regering van keizer Claudius in het jaar 49 na Chr. een grote voedselschaarste uitbrak in het Romeinse Rijk, zocht de keizer naar een zondebok, en vaardigde een maatregel uit dat alle Joden stante pede de stad Rome moesten verlaten (de officieel opgegeven reden was: dat er een te groot gevoel van onveiligheid heerste bij de plaatselijke, autochtone bevolking). Omwille van dat plotse verstrengde ‘vreemdelingenbeleid’ in Rome waren zij dan maar uitgeweken naar Korinthe. Niet lang daarna, in de winter van het jaar 50, trok Paulus bij hen in (zie Hand. 18,2-3).

Paulus kon het blijkbaar goed stellen met hen. Aquila was van beroep leerbewerker, en aangezien Paulus dat beroep ook beheerste (hij was tentenmaker), ging hij meewerken in de zaak en verdiende zo zijn kost, als een soort ‘priester-arbeider’ avant-la-lettre. Aanvankelijk ging hij op sabbat gewoon mee naar de synagoge van de Joodse gemeenschap in de stad. Paulus ‘sprak’ daar, en probeerde ‘Joden en Grieken te overtuigen’ (Hand. 18,4). Maar veel haalde dat blijkbaar niet uit. Zijn verhaal sloeg enkel aan bij de verschoppelingen van Korinthe, bij sommige Griekse intellectuelen en een aantal diaspora-joden. Die vormden het schuchtere begin van zijn ‘gemeente’ in Korinthe…

Wanneer hij echter ploeg kon vormen met twee van zijn meest vertrouwde medewerkers, Silas en Timoteüs (die hij bij zich had in Athene, maar die hij vandaar naar het noorden in Macedonië gestuurd had, vooral om de christenen in de stad Tessalonica te bemoedigen en te steunen), begon de ‘eerste kerk’ in Korinthe echt op gang te komen. Eerst probeerden ze het bij de Joden in de stad, maar dat mislukte al snel. ‘De Judeeërs keerden zich als één man tegen hem. En gezien hun tegenstand en godslasterlijke taal schudde hij het stof van zijn kleren en zei: uw bloed kome neer op uw eigen hoofd, ik heb er geen schuld aan; van nu af aan ga ik naar de heidenen…’ (Hand. 18,6). Wel moet gezegd dat de overste van de synagoge in Korinthe, Crispus, samen met al zijn huisgenoten, op een bepaald moment de stap hebben gezet om christen te worden.

Paulus bleef daar zowat anderhalf jaar bezig, en met een zeker ‘succes’ onder de niet-Joodse inwoners van Korinthe: ‘Velen die hem hoorden, geloofden hem en lieten zich dopen…’ (Hand. 18,8). Lukas vertelt dat het de droom is, het visioen dat hem gaande en staande heeft gehouden in dat moeilijke eerste ‘kerkwerk multicultureel samenleven’ in die wereldstad: ‘In de nacht zei de Heer in een visioen tot Paulus : Wees niet bang, blijf spreken en zwijg niet; Ik ben bij je, niemand zal een vinger naar je uit steken om je kwaad te doen, want in deze stad behoren velen mij toe…’ (Hand. 18,9-10)

Het conflict met de ‘traditionele Joodse gelovigen’ bleef echter aanslepen, en bereikte een hoogtepunt toen Gallio proconsul van Achaia werd (Hand. 18,12). De Joden gingen toen zover Paulus voor de rechterstoel van de proconsul te slepen, omdat ze vonden dat het zo niet verder kon met deze nieuwe strekking binnen hun godsdienst… Paulus werd wel niet veroordeeld door Gallio, want die verklaarde de zaak niet ontvankelijk (Hand. 18,15). Maar hij had er duidelijk wel genoeg van. Ergens in de zomer van het jaar 52 verliet hij, na een verblijf van zowat anderhalf jaar Korinthe voor Efeze, aan de westkust van Klein-Azië. Priscilla en Aquila, zijn bondgenoten van het eerste uur, emigreerden mee. Zij lieten in Korinthe een groeiende, onzekere en nog weinig gestructureerde christengemeente achter. Deze jonge kerk moest dus maar zien te overleven in de chaotische en deels vijandige sfeer van die gigantische wereldstad. In de twee brieven van Paulus aan de Korinthiërs die ons zijn overgeleverd komt de christengemeente van Korinthe naar voor als een sterk gevarieerd geheel, roerig en springlevend, in meerderheid bestaande uit het stadsproletariaat, slaven en sjouwers. In één of ander huis kwamen ze bijeen: een handvol armoezaaiers, Grieken, Galliërs, Noord-Afrikanen, Aziaten, aangespoeld van alle kusten en ondersteund door enkele ‘intellectuelen’. In kelders, in woonhuizen, in havenloodsen vierden ze hun inwijdingen en hun heilige geheimen en konden ze de wanhoop van het dagelijks bestaan even proberen te vergeten.

  1. Hoe ging het verder..?

Paulus heeft na zijn overhaast vertrek nog herhaaldelijk contact gezocht met zijn ‘kleine kudde’ in de grote havenstad. Waarschijnlijk is hij na verloop van tijd (in het voorjaar van 54 ?) eventjes in Korinthe op bezoek geweest, vanuit Efeze waar hij toen verbleef. Het bezoek was kort en is hem blijkbaar slecht bevallen – hij is gewoon onverrichter zake terug moeten keren, omdat de Joden alweer een aanslag op hem beraamden. Dan is hij nog een keer op bezoek geweest, tijdens de winter van het jaar 57 of 58, gedurende zijn derde grote missiereis. Doel van die reis was een bezoek aan al zijn reeds bestaande kerkgemeenschappen met het oog op de grote geldinzameling die hij organiseerde om de armen van Jeruzalem te steunen. Toen waren de sfeer en de stemming tegenover hem in Korinthe al een stuk beter. Tussendoor stuurde hij ook een paar van zijn medewerkers daarheen, om er één en ander te regelen en wat orde op zaken te stellen. Zo is Timoteüs er een keer naartoe gestuurd, en een beetje later ook Titus. En daarbij is er ook een drukke correspondentie ontstaan tussen Paulus en Korinthe over en weer, waarin ofwel de plaatselijke verantwoordelijken voor de gemeente van onderuit problemen signaleerden en hun stichter en leider Paulus om raad vroegen, of waarin Paulus op al hun concrete vragen en problemen een leefbaar en inspirerend antwoord probeerde te formuleren…

4. De brieven van Paulus aan de christenen van Korinthe…

Het zijn twee lange en uitvoerige epistels, die eerste en tweede brief van Paulus aan de gemeente van Korinthe. Met hun in totaal achtentwintig hoofdstukken vormen zij de meest omvangrijke briefwisseling uit de Bijbel. Het zijn antwoordbrieven, verdedigingsbrieven, smeekbrieven, vertwijfelde strijdschriften soms ; bij wijlen ook heftige persoonlijke reacties op mondelinge en schriftelijke ‘alarmberichten’ uit Korinthe. In onze zondagsliturgie worden enkel een paar fragmenten eruit voorgelezen. We vangen dan flarden op uit een bewogen gesprek tussen Paulus en de Korinthische gemeente, een gesprek dat al vóór het schrijven van zo’n brief begonnen was en zich over een aantal jaren heeft voortgezet, vaak op vrij hoge toon, wanneer de conflicten zich verscherpten en de emoties opliepen.

Er waren in de christengemeente van Korinthe immers nogal wat partijen en groepen, veel sociale tegenstellingen en intellectuele verschillen ,ook op grond van culturele en religieuze afkomst. Die eerste ‘multiculturele’ Kerk werd dan ook geen probleem bespaard, ook niet de wrijvingen, misverstanden, belangentegenstellingen in eigen kring. Steeds opnieuw moest men wegbreken uit de impasse van die spanningen, en doorstoten naar een nieuw bevrijdend inzicht, naar nieuwe overeenkomsten voor samenwerking in gemeenschap. En vooral ook naar een ‘aggiornamento’ voor nieuwe tijden en situaties, voor een altijd weer ander, wisse-lend publiek. Dé grote vraag was toen reeds (en is ook nu nog ?) : hoe kan je er voor zorgen dat je binnen de Kerk ‘…de Geest niet uitblust en de profetische gaven niet kleineert, alles keurt en het goede behoudt…’ (1 Tess. 5,19-21) ?

Paulus heeft in deze correspondentie (waarschijnlijk zonder veel studiewerk vooraf) zijn visie op de Kerk en het ‘kerkwerk multicutureel samenleven in een grootstad’ uiteen gezet. Het is overduidelijk dat deze ‘missionaris’ daarmee geen ontwerper wilde zijn van een systematische theologie en geen eeuwige waarheden of altijd geldende strategieën wilde formuleren. Hij zocht in de eerste plaats naar praktische, leefbare oplossingen voor praktische problemen in de gemeente van Jezus Messias. Wel grijpt hij bijna altijd de concrete morele, (inter)religieuze of binnenkerkelijke kwesties die hem worden voorgelegd aan, om indringen-de beschouwingen te maken over het wezen van de christelijke gemeenschap.

Bijgevolg kunnen wij uit de rapportering van de eerste christengemeente én uit de manier van omgaan van Paulus met al die vragen en problemen nooit zomaar pasklare antwoorden afleiden voor hedendaagse concrete vragen en (kerk)problemen. Daarvoor zijn de meeste van die problemen te gebonden aan de concrete situatie van toen, te gedateerd, te sterk bepaald door het toenmalige culturele en religieuze klimaat, het nog niet zo sterk ontwikkelde theologische en kerkrechterlijke werk enz…Wel kunnen we er een aantal grondhoudingen en basisvaardigheden uit afleiden om (ook op vandaag) met die vragen en problemen op een evangelische, constructieve en bevrijdende manier om te gaan.

We schetsen hier kort een paar van die grondhoudingen en basisvaardigheden, meer bepaald deze welke relevant kunnen zijn voor het maken van ‘Kerk’ op vandaag in een multiculturele en interreligieuze omgeving. Wij menen deze te kunnen afleiden uit de manier waarop Paulus – getuige de verslagen in de Handelingen der Apostelen en de brieven in 1 en 2 Kor. – met zijn kerkgemeenschap van Korinthe is bezig geweest (ten minste op die momenten dat hij zelf als ‘kerkleider’ en inspirerende figuur op zijn sterkst was; het minst gebonden aan de omstandigheden van tijd en plaatselijke situatie, het minst in de verdedigende houding; het dichtst bij de bron van het evangelie en bij de inspiratie van de Man van Nazareth…)

A/ GROEIEN IN GELIJKWAARDIGHEID - LEREN OMGAAN MET VERSCHEIDENHEID.

De gemeente van Korinthe, die bestond uit Joden en ‘heidenen’, heeft Paulus per brief enkele vragen en problemen daaromtrent voorgelegd. In zijn antwoord achtte deze het nodig zijn broeders en zusters in Korinthe op dat vlak soms stevig de les te lezen.

Er werden hem bijvoorbeeld enkele grove mistoestanden gesignaleerd. Zo was de gemeente bezig zich op te splitsen in verschillende partijen die zich elk op een andere grote figuur beriepen (1 Kor. 1,10-17). In zijn reactie daar op knoopt Paulus aan bij grote bijbels-profetische teksten over een nieuwe wereld in vrede en gerechtigheid waar het conflict niet meer wordt geleerd en de tegenstellingen niet meer worden gecultiveerd. En uit die teksten leidt hij af, wil die nieuwe wereld er ooit komen, dat mensen van onderscheiden herkomst, cultuur, godsdienst en levensovertuiging moeten worden samengebracht in een bondgenootschap van onderlinge solidariteit, ook ‘liefde’ geheten, tegen de machten en wetten van de heersende wereldorde. Hij houdt dan ook een hartstochtelijk pleidooi om de eenheid in de gemeente te herstellen.

Dit alles mondt uit in zijn alom bekende ‘Hooglied van de liefde’ (1 Kor.13, 1-13), dat hij moet geschreven hebben in een moment van visionaire bevlogenheid. Sleutelwoord daarin is het woord ‘agapè’. In heel deze brief komt dat Griekse woord veertien keer voor, waarvan negen keer in deze tekst. We kunnen deze term best vertalen met ‘liefde’, maar dan wel : liefde opgevat als onderlinge solidariteit tussen mensen. ‘Liefde’ betekent concreet in deze context volgens Paulus : de dialoog niet verzaken, bergen verzetten van misverstand en onbegrip, muren verwijderen van discriminatie en afstandelijkheid, grenzen opheffen van racisme en uitsluiting. Het programma dat Paulus voor ogen staat is dit : mensen van verschillende herkomst, Joden en niet-Joden, samenbrengen in een bondgenootschap van onderlinge solidariteit (‘liefde’) als fundament van vertrouwen (‘geloof’) en verwachting (‘hoop’), van uitzien naar de komende wereld .Vandaar de slotzin van zijn ‘Hooglied van de liefde’ : ‘Geloof, hoop en liefde zullen blijven, alle drie. Maar de grootste is de liefde…’ (1 Kor. 13,13).

De concrete problemen in Korinthe probeert Paulus altijd ook zó aan te kaarten, dat de christenen daar samen verder kunnen met elkaar én met ‘andersdenkenden’ en ‘andersgelovigen’, in wederzijds respect en met waardering voor elkaars inzichten en leefwijze.

Zo schrijft hij bvb. in 1 Kor. 12 een prachtige ‘visietekst’ aan zijn Kerk van Korinthe waarin hij tot op vandaag de roeping en de dynamiek van iedere gemeenschap van christenen, van iedere kerkelijke gemeente – en zelfs breder : van iedere multiculturele en multireligieuze samenleving uitdrukt. Hij maakt daarin duidelijk hoe in eenieder de Geest werkt op de wijze die Zij verkiest – en dat leidt tot het ontstaan van een pluriforme, vitale en dynamische kerkgemeenschap. De onderlinge verschillen doen geen afbreuk aan de eenheid van de gemeente, maar dit gegeven maakt ze juist sterker en rijker. Hoe meer facetten een diamant heeft, hoe rijker hij fonkelt ; ieder brengt als individuele persoon zijn of haar kwaliteiten en capaciteiten met zich mee, en die zijn van allerlei aard : verkondigen, onderrichten, leiding geven, zieken verzorgen enz…Daarom heeft ieder op de plaats waar zij of hij staat een onvervangbare taak. Ieders zorg moet daarbij het welzijn van allen beogen; alle geestesgaven staan in dienst van de gemeenschap. Want het meest wezenlijke kenmerk van de gemeente is de onderlinge liefde, de Geestesgave bij uitstek. De Geest van God werkt daar, en alleen daar, waar mensen elkaar metterdaad ‘liefde’ betonen.

Eigenlijk klinkt deze bijna 2000 jaar oude ‘kerkvisietekst’ nog altijd zeer actueel en revolutionair. De liturgie nodigt ons dan ook niet voor niets uit om hem telkens weer op Pinksteren, het geboortefeest van de Kerk, te lezen en te bemediteren.

B/ GROEIEN IN VRIJHEID…

Heel vaak heeft men beweerd dat Paulus eigenlijk de hoofdschuldige zou zijn van alles wat er achteraf is misgelopen binnen de Kerk : verachting voor de vrouw, frustratie rond seksualiteit, prediking van strenge ascese, vervreemdende hiernamaalsverwachting en onbegrijpelijke dogmatiek over erfzonde, genade en schuld…

Het enige wat we kunnen doen om deze beschuldiging te ontkrachten is : niet uit het oog verliezen dat er ook een andere Paulus valt te herkennen in zijn brieven : de zachte, geduldige, milde en visionaire Paulus die aan de eerste kerkelijke gemeenschappen een spiritualiteit van vrijheid heeft meegegeven. Wanneer we dat willen blijven zien, ontdekken we af en toe een ‘kerkleider’ die zich hardnekkig verzet tegen alle scheidsmuren, standenverschillen, classificaties en systemen, tegen ideologieën, sterke-mannen-cultus, uitsluitingsmechanismen en religieuze vooroordelen,…en die de gangmaker is geweest van een revolutionaire doorbraak in kerk- en maatschappijvisie die in de geschiedenis nauwelijks zijn weerga heeft. Van die bevrijding over alle grenzen en door alle muren heen is en blijft voor Paulus Jezus van Nazareth de belichaming. Hij maakte in Zijn omgang met mensen, in zijn doen en laten het visioen zichtbaar van de samenhorigheid van allen, Joden, Grieken en heidenen. ‘Er is dus geen sprake meer van Jood-of-Griek, knecht-of-heer, man-of-vrouw. Allen zijn één in Christus Jezus’ (Galaten 3,28). ‘Want voor de vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt, en niet om in de christelijke gemeente een nieuw slavenjuk op ons te nemen (Gal. 5,1). En een beetje verder in dezelfde Galatenbrief schrijft hij een tekst die wij nog altijd in onze kerken van nu en van de toekomst mogen verstaan als geldende leefregel en wenkend perspectief, als visie- en programmatekst : ‘Tot vrijheid zijn jullie geroepen. Misbruik die vrijheid niet om in het wilde weg je eigen weg te gaan. Maar zoek naar wegen om elkaar van dienst te zijn. Wie wordt gedreven door de Geest is niet belust op zichzelf. Uit zijn op eigen belang is tegenge-steld aan de Geest. Wat zelfzucht aanricht in mensen, dat is overal te zien : losgeslagen en stuurloos zijn, geld en macht aanbidden, bezetenheid, intriges, ruzie maken, elkaar bijten en verscheuren…Maar waar mensen afgekeerd zijn van geweld en vrede stichten, waar geduld en vriendschap groeit, waar gelachen wordt en goed gedaan; waar ruimte is voor iedereen; waar liefde woont – dààr zie je de vruchten van de Geest…’ (Gal. 5,13-23).

C/ GROEIEN IN LIEFDE EN EENSGEZINDHEID.

Paulus heeft ook in enkele fragmenten van zijn brieven aan de Korinthiërs de ruimte geschetst van deze nieuwe bestaanswijze. Hij doorbrak de oude kaders van de godsdienst van Israël en de Joodse cultusgemeenschap. En tegen de religieuze en maatschappelijke structuren van die dagen in riep hij Joden en Grieken, mannen en vrouwen, slaven en heren uit tot ‘nieuwe mensen’,mensen die weten van bevrijding, opstanding en ‘leven in overvloed’.

Hij beleefde de scheuringen en twisten in de gemeente als een smaad en smart hemzelf aan-gedaan. Zelf komende uit een traditie van twee werelden, met aan de ene kant zijn streng rabbijnse achtergrond en aan de andere kant de grieks-hellenistische cultuur, heeft hij de groeiende verscheurdheid van de gemeente ervaren als een persoonlijke nederlaag.

In de figuur van Jezus Messias heeft hij echter de verrassende doorbraak ervaren van elke tweespalt. In Christus is de tegenstelling tussen Jood en heiden verzoend, tot heil van beiden.

De komst van de Messias brengt het ‘Jood-zijn’ en alle gelovig-zijn terug naar zijn oorspronkelijke bron : Abraham. ‘Gelovig zijn’ is geen status, maar een ‘in beweging gebracht worden’. Steeds weer op weg willen gaan naar het Land van Belofte, ‘vergetend wat achter je ligt’. ‘Joden’ én ‘heidenen’ hebben beiden toegang tot God de Vader. Zo alleen groeit er ‘sjaloom’ – vrede. Alle scheidsmuren zijn voorgoed afgebroken.

Het was Paulus’ eigen persoonlijke doorbraak, zijn ‘bekering’ die hem tot eersteling en voorvechter van deze eensgezindheid en verstandhouding maakte. Hij wilde na zijn ‘bekering’ enkel nog een soort ‘pontifex maximus’worden; zijn leven in dienst stellen als bruggenbouwer tussen alle mensen van alle religies en culturen. Tegenover zijn medejoden wordt hij anti-joods als de Messiaanse geschiedenis dreigt gereduceerd te worden tot een puur nationalistisch Joods religieus bewustzijn. Maar even radicaal wordt zijn verhaal anti-heidens, als diezelfde Messiaanse geschiedenis dreigt te verdrinken in een vaag algemeen religieus bewustzijn, wat we in onze dagen ook zo goed herkennen in zoveel soorten van ‘New Age- achtige’ bevlogenheid…

Het unieke van de Messiaanse gemeente bestaat er juist dat de verschillende culturen, stromingen en religies elkaar in vrijheid kunnen ontmoeten. Dàt was de grote droom van Paulus over zijn ‘kerk’ in de grootstad Korinthe en overal elders. In de Messiaanse gemeente zitten als het goed is mensen van allerlei slag en afkomst samen op gelijke voet aan de tafel des Heren, en delen er met elkaar alles wat ze hebben en zijn. Dat was ongehoord kritisch en uitermate revolutionair in een tijd waarin de tegenstellingen zo bepalend waren. Die droom blijft gelden tot op vandaag. Elke christengemeente is bedoeld als het actuele oefenterrein van die nieuwe vrijheid in Christus, met doorbreking van elke gevestigde (wereld)orde. Dat dit niet van zelf gaat en veel strijd kost, moge duidelijk zijn. Vandaar ook het vermaan van Paulus aan de Korinthiërs in naam van Jezus Messias : ‘Weest allen eenstemmig en laten er geen scheuringen onder u zijn. Weest vast aaneengesloten, één van zin en één van gevoelen’ (1 Kor. 1,10).

Dit ene moeten wij weten : Christus is niet gedeeld. Waar discriminaties niet worden opgeheven en ons grote ‘eigen gelijk’ niet ondersteboven wordt gezet, daar is ook de Messias niet en daar is de verzoening niet. Maar waar discriminaties teniet worden gedaan en wij elkaar als broeders en zusters ontmoeten, daar licht het Messiaanse Rijk op.

De eenheid van de Messias moet zich weerspiegelen in de eenheid van de gemeente. Als de scheuringen in de gemeente niet worden overwonnen, ‘wordt het kruis van Christus tot een holle klank gemaakt’ (1 Kor. 1,17). Daar verliest de gemeente aan geloofwaardigheid en uitstraling. Het was immers Jezus Messias zelf die bad : ‘…Mogen allen één zijn, gelijk Gij, Vader in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt…’. (Joh. 17,21).

Er wordt in het liturgisch jaar B gelezen uit de brieven van Paulus aan de Korinthiërs op volgende zondagen : 1 Korinthiërs : 2° tot 6° zondag door het jaar, en 2 Korinthiërs : 7° tot 14° zondag door het jaar.

Het ‘scharnier’ tussen deze twee periodes ligt – niet toevallig – bij Pinksteren. Op die ‘geboortedag van de Kerk’ wordt ons door de (wijze!) liturgiesamenstellers dan ook telkenjare als tweede lezing de tekst aangereikt uit 1 Kor. 12 , over de verschillende gaven en de éne Geest, over de vele ledematen en het éne lichaam…

Zoeken in Preken Online