Geen wonder (1998)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen

PLACEBO’S

Er is veel onderzoek gedaan naar de werkzaamheid van geneesmiddelen. Curieus zijn de onderzoeken waaruit blijkt dat de naam van een medicijn en het ontwerp van het doosje invloed hebben op de werkzaamheid. Zelf slik ik Tenormin, atenolol staat erachter. Het doosje is keurig groen bedrukt. Als er op dat doosje een andere naam stond, bijvoorbeeld “bloeddruk-dimmer” en er stond een stuntelige tekening in bonte kleuren op dan zou de pil minder werkzaam zijn. Kennelijk werkt de pil niet enkel door de stoffen die erin zitten, maar ook door de suggestieve kracht die ervan uitgaat. Dat verschijnsel is niet te onderschatten. Bij bepaalde ziektes helpen zelfs pilletjes waar alleen maar meel in zit, als de patiënt maar denkt dat de medicijnen echt zijn.
In de oudheid waren kruiden bekend en oliën, maar voor het grootste deel was genezing gebaseerd op suggestie. De autoriteit van de genezer en het geloof van de patiënt deden hun werk. Dat is in veel alternatieve zorg nog steeds zo.

RELLEN IN NAZARETH

Afgelopen zondag lazen we in het evangelie hoe Jezus in zijn geboortedorp arriveert. Vanuit zijn woonplaats Kafarnaüm zijn de verhalen over spectaculaire genezingen doorgedrongen tot Nazareth. Als Jezus dan ook nog in de synagoge Jesaja citeert en zegt dat “blinden zien en een genadejaar van de Heer volgt” en als hij dan vervolgens zijn commentaar geeft: “Dat gaat nu gebeuren!” dan klappen de mensen luid. Dan gebeurt er iets merkwaardigs. Het lukt Jezus niet om zijn succes van elders te herhalen. De autoriteit van de genezer en het geloof van de patiënt moeten samenwerken. Aan dat laatste ontbrak het. De mensen van Nazareth hebben Jezus gekend, hoe hij als kind door hun straten rende, hoe zijn vader timmerman was, en dat was allemaal gewoon en niets bijzonders. Het lukt Jezus slechts enkele mensen beter te maken. Daarover wordt men boos en degenen die zojuist stonden te juichen in de synagoge, staan nu voorop om te schelden.
Jezus verontschuldigt zich: “een profeet heeft nu eenmaal in eigen stad niet het gezag dat hij elders heeft”.

HOE GEKKER HOE BETER

Ik moet aan de tijd denken dat ik godsdienst gaf op de middelbare school. De leerlingen geloofden in alles wat exotisch was, Jomanda, ingestraald water, I Tjing en de Maharishi, maar een evangelieverhaal, of de opmerking dat God in de liefde woont, stuitte op groot ongeloof.
Daarom wijst Jezus op twee gebeurtenissen uit het verleden.
De profeet Elia deed een wonder voor een weduwe uit een heidens buurland - haar meelpot raakte niet meer leeg! - terwijl het eigen volk stierf van de honger.
En de koning van Aram werd verhoord en zijn melaatse generaal werd genezen terwijl er in Israël veel melaatsen waren.

EIGENLIJK TWEE VERHALEN?

Eerlijk gezegd denk ik dat Jezus deze opmerking eigenlijk in een ander verband heeft gemaakt. Ze passen hier niet helemaal. Het is immers niet zo dat Elia in eigen land geen gezag had, of dat Elisa’s genezende macht in zijn vaderstad betwijfeld werd, nee bij hen speelt een ander motief: God zendt hen naar buitenlanders.
Het lijkt me dus dat Jezus dit verhaal van Elia en Elisa gebruikt heeft op enig ander moment, namelijk toen hij ervan werd beschuldigd met zondaars en tollenaars omgang te hebben. Toen heeft Jezus gewezen op Elia en Elisa. Lucas heeft dit argument vastgeknoopt aan dit verhaal in Nazareth, vanwege het motief: God richt zijn liefde vaker tot vreemdelingen.

ALGEMEEN BELANG EN EIGENBELANG

Laten we eens nader kijken naar die twee voorbeelden van Jezus. In Israël is een hongersnood. Die wordt verstaan als een straf van God. Elia vindt onderkomen in het buitenland. Zo is hij uit de greep van koning Achab en zijn Baal-profeten. Hij weet daar als door een wonder te overleven. Daardoor blijft Elia in leven en kan hij op een later moment alsnog de Baal-profeten verslaan en ervoor zorgen dat God het weer laat regenen. Met andere woorden, Elia’s toewending tot het buitenland is uiteindelijk heilzaam voor Israël.
Zo was het met Elisa. De genezing van de generaal van een vijandige koning is een onderdeel van zijn strijd om in Israël de erkenning af te dwingen dat JHWH hun god is en dat er geen sterkere is. Eigenlijk is de strekking van het verhaal: God kijkt anders naar de wereld dan de mensen.
De mensen zien hun eigen belang. God ziet het geheel. En uiteindelijk is alleen het belang van het geheel, ook echt het belang van de onderdelen. Als je arme landen niet helpt uit liefde voor de mensen daar, doe het dan om te voorkomen dat je achterkleinkinderen straks onder de voet gelopen worden. Als je vreemdelingen al niet gastvrij onthaalt omdat je van ze houdt, doe het dan om te voorkomen dat er een groep paria’s ontstaat van illegaal ondergedokenen waar je geen greep meer op krijgt. Probeer naar de wereld te kijken als God, met hart voor het geheel.

NAAST GOD OP DE TROON ZITTEN

Lieve kinderen, ik heb laatst zoiets moois gehoord. Het ging over bidden. Ik vroeg aan Olivier: weet jij wat bidden is. Toen zei Olivier dit: “Bidden is even naast God op zijn stoel gaan zitten.” Ik was bijna in een lach geschoten. Ik zag het al voor me! Een grote gouden stoel en Olivier ernaast. Dat kan niet. God zit niet op een stoel. God is geen mens! Olivier zag dat ik er niets van begreep. Hij zei: “Als ik bid dan bedenk ik dat ik samen met God naar de wereld kijk. Ik kan alles zien, de olifanten in Indië, de beren in Rusland, de straatkinderen in Rio en de krokodillen in Afrika. De pinguïns op de zuidpool en ijsberen op de noordpool. Ik zie tante Ria en oma Treebeek en alle zieken in het ziekenhuis. Het is heel gezellig. Nou, toen hoefde ik niet meer te lachen. Ik dacht: Olivier heeft gelijk. Bidden is proberen naar de wereld te kijken zoals God dat doet. Niet zeuren dat de school moet afbranden of de meester ziek moet worden of de tandarts niet bestond, maar met God kijken naar de hele wereld. Beter kun je niet bidden!

Zoeken in Preken Online