33e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

Dag iedereen,

komend weekend mag ik weer voorgaan in de vieringen in de gevangenis PCB Brugge. ik wil er mijzelf - hoe dan ook - toe verplichten om de zondagslezingen die door de liturgische kalender worden voorgesteld, ook te respecteren. Maar dat maakt het niet altijd makkelijk natuurlijk. Neem nu de evangelielezing van komende zondag: wat doe je daar mee in een viering voor ‘gewone’ gelovigen - en al helemaal voor gedetineerden..?

Ik heb er mijn voorgangers- en predikantenhoofd op gebroken. Mijn ‘huiswerk’ is uiteindelijk uitgemond in vier bijlagen die ik jullie hierbij doorstuur:

twee bijlagen die te maken hebben met het eerste stukje van het zondagsevangelie, waarbij Jezus zich blijkbaar niet te veel zorgen maakt over het feit dat de tempel van Jeruzalem binnenkort tot een ruïne zal herleid worden… Daarbij de vraag: waar woont God? Niet in een tempel, maar in een tent. En vooral in mensen en gemeenschappen die Zijn Naam doèn. Met als illustratie: het kerkje van bordkarton in de ‘jungle’ van Calais, en de tent van Thuisfront die zes keren per jaar wordt opgezet aan de gevangenispoort van Brugge en Ieper (en ondertussen ook nog elders in het Vlaamse land!) * twee bijlagen die te maken hebben met het laatste vers van het zondagsevangelie: ‘Geen haar van je hoofd zal verloren gaan. Red je leven door standvastigheid…’ Met de vraag: hoe bewaar je de hoop te midden van alle onheil, oorlog en geweld - ook op onze dagen..? Hoe blijf je ‘standvastig’, terwijl alle vaste grond en alle houvast om je heen onder je voeten lijkt weg te schuiven..? Twee bijlagen die daar verslag van uitbrengen: de tekst die Dorothy Oger schreef na de aanslagen in Brussel - 2016, waarbij ze een vriend verloor. En een zojuist aangewaaide boodschap van hoop uit Syrië, met een prachtig lied gezongen door een tienjarig blindgeboren (!!!) meisje…

Uit al deze overwegingen proberen we straks een viering en een preek samen te stellen. Verderop in de week stuur ik het eindresultaat nog wel door. Maar deze ‘overwegingen’ wilde ik nu reeds delen. Wie weet kan iemand daar nog wat inspiratie uit putten…

Voilà - zo’n regenachtige dag als deze noemen ze dan ‘Wapenstilstand’… Met hartelijke groet - ‘We blijven meer dan ooit investeren in verbondenheid!’

geert dedecker


THUISFRONT.BE

“Je staat er niet alleen voor”

Thuisfront

Steunpunt voor families van gedetineerden

Op 22 december 2007 stonden we voor het eerst met ‘Thuisfront’ aan de grote ijzeren poort van het Penitentiair Centrum Brugge (PCB), de gevangenis in Brugge. Aan elke bezoeker gaven we een balpen en een flyer. Zo maakten we onze werking bekend en nodigden we de bezoekers uit om eens een kijkje te nemen op onze website. Sindsdien hebben we zes maal per jaar deze actie herhaald, maar dan vanuit een tent die we keer na keer opzetten, en die we bij koud weer ook wat verwarmen. Er zijn tafels en stoelen voorzien. We creëren een kleine oase van ‘ont-moeting’ in alle vrijheid. Hier aan de ingang van de tent ‘moet’ echt niets, daarbinnen moet van alles en màg ook weer van alles niet. Zo ervaren de meeste bezoekers het…

De vrijwilligers van ‘Thuisfront’ praten er met de bezoekers. Ze zorgen hoe dan ook voor een discreet maar hartelijk onthaal. In de tent zijn koffie, thee en frisdrank voorzien. Een deugddoend gesprek kan er altijd. Het ‘luisterend oor’ is verzekerd.

Elk onthaalmoment is gekoppeld aan een tijd in het jaar met een bijzondere betekenis voor het gezinsleven en/of het persoonlijke leven:

september: start van het schooljaar

november: verbonden met overledenen en met mekaar

kerstdag: een kerst- en nieuwjaarswens

omstreeks 14 februari: speciaal moment voor onze geliefde

Pasen: blijven geloven in het leven

mei of juni: Moederdag of Vaderdag

We spreken iedereen aan die via de grote ijzeren poort de gevangenis binnengaat. Dan overhandigen we een kleine attentie waardevol kan zijn voor wie ze ontvangt, al omdat er altijd een tekstje bijgevoegd is met een bemoedigende, oproepende boodschap. Inmiddels telt Thuisfront haast zonder onderbreking meer dan zestig zulke actiemomenten. Bij iedere actie ontmoeten we ongeveer 250 bezoekers. De actie gaat sinds een aantal jaren ook door aan de ingang van de gevangenis van Ieper.

Over de tent van Thuisfront…

Ik heb nooit in een huis gewoond, sinds de tijd

dat Ik de Israëlieten uit Egypte heb weggevoerd

tot vandaag toe, ik ben altijd meegetrokken in

een tent, waar Ik in verbleef.

(2 Samuël 7,6 )

Wanneer we de tent opstellen, is het vroeg in de morgen… Maar het helpt om zo vroeg op te staan, wanneer je even denkt aan de bezoekers die nu misschien van aan de andere kant van het land (of zelfs vanuit Nederland of Frankrijk!) vertrokken zijn naar hier op weg – om zeker niet te laat te zijn voor het eerste bezoek…

‘Neem uw tent op, ga op reis…’, neurie ik dan wel eens achter het stuur, op weg om de ‘tent van Thuisfront’ mee te gaan opzetten. De ‘tent van samenkomst’, zoals de oude bijbelboeken en met name Exodus, Leviticus en Numeri, dat zo vaak (140 maal) en zo mooi noemen (o.a. Ex. 27,21; Lev. 8,3; Num. 4,15).

Een groter contrast is haast niet denkbaar: een groene tent, een oase middenin het grauwe, grijze landschap; een plek van ontmoeting midden een vlakte van verlatenheid. Een tent als plek bij uitstek van voorlopigheid, in contrast met dat bolwerk van een gevangenis dat zonder woorden spreekt van levenslang en voor eeuwig gedoemd om daar te blijven…

Een tent met een wijd open toegang – tegenover de smalle spleet in de grote ijzeren gevangenispoort.

Bij ons geen parlofoon om open te doen – wel een mens die je aankijkt en aanspreekt en uitnodigt om binnen te komen…

Een schuilplaats voor wie zich uitgesloten voelt en mee-veroordeeld. Een soort vluchtelingen zijn het, die bezoekers, want voor verdriet, angst, schaamte en onmacht ben je altijd op de vlucht – altijd onderweg, ‘tussen de liefde en de leegte…’ (Stef Bos)

Een plek van ontmoeting ook, met een tafel, een stoel; een kopje troost en een mens die luisteren wil: waar vind je dat nog in deze harde maatschappij..?

Een ‘wacht-plaats’ tussen ‘niet meer’ en ‘nog niet’ – een plek om even op adem te komen en lotgenoten te ontmoeten. En even weten: ‘ik ben niet moederziel alleen…’

De tent van Thuisfront: God heeft geen bezwaar tegen een primitief onderdak. Als Hij maar bij Zijn volk, bij Zijn mensen aanwezig kan zijn…

Het doet denken aan de woestijntocht na de uittocht uit Egypte. Ook daar gaf Jahwe zijn volk een plek om te wonen. De tent van Thuisfront is hoe dan ook een symbool voor onze voorlopigheid. Wij zijn uithuizig, zonder vaderstad en zonder moederkerk, terzijde van de maatschappij, de cultuur en de religie. Wij wonen zes keren per jaar even voor een dagje in een tent, en beseffen even: wij hebben hier geen vaste woonplaats. Maar wij hunkeren naar een land dat ons ooit zal gegeven worden, en naar een stad waarvan God de bouwmeester is…

Als onthalers van Thuisfront hullen ons bij de tent telkens weer in wat schamele woorden en een kleine attentie. Maar tegelijk hult Het woord zich in ons, in onze huid, onze handen en ogen, in ons hart. Daarin komt dat Woord tot onthulling als wat en wie het in wezen is; wat Zijn Naam is, Zijn wezen en bestemming: ‘Ik-zal-er-zijn-voor-u’… Anders gezegd: God, dat telkens weer geschiedende Woord van liefde onder ons, onthult zich daar aan de poort van de gevangenis, legt alles af, alle glorie en alle heerlijkheid en macht, en wat dan overblijft is: een kwetsbare, naakte mens, die een ander mens ontmoet…

Deelnemen aan de Thuisfront-actie is niet zozeer een zaak van verstand en inzicht, als wel een zaak van fijngevoeligheid die de hele mens in zijn aandacht betrekt. De ander mag niet alleen in de tent, maar ook bij jou als onthaler binnenkomen met zijn eigen leven, zijn zorgen en verdriet, zijn eigen geschiedenis.

Al luisterend en kijkend ga je stilaan ontdekken hoe onpeilbaar diep en uniek mensen zijn. Ieder woord, ieder gebaar, iedere stilte heeft een diepe zin. Hoe moeilijk is het de gedachten te lezen van mensen, zoals ze zijn. In het evangelie staat ‘Effeta’ – hebt de oren open en opent uw ogen, opdat gij moogt zien, moogt verstaan, ten diepste toe. De herderlijke, pastorale zorg bij de tent aan de ingang van de gevangenis heeft niets van doen met gemechaniseerde routine – en al helemaal niet met een soort zieltjeswinnerij. Pastoraat aan de gevangenispoort vraagt fijngevoeligheid en tact zoals Jezus die had. Het is niet zozeer een zaak van problemen oplossen, als wel van het leven leefbaarder te maken en het contact met de gedetineerde daarbinnen waardiger en sterker te maken. Indien het ergens nodig is, dan moet de onthaler bij deze mensen attent zijn (ad-tent!!!), en van binnenuit doorleefd, om zo op het spoor van de ander te komen.

Thuisfront is thuiskomen bij het vuur van menselijke warmte. Elkaar verzameld rond de tafel vinden, met een ‘potje troost’,

een goed woord, een stil gebaar en altijd plaats voor

**het onverwachte.

Thuisfront is telkens weer een beetje**

**de ander huisvesten in je bestaan. Om samen even mens te zijn, dat droombare woord van melk en honing.

Met boven het hoofd enkel een zeildoek van genade: de tent.**

Een asielplaats

**voor even… **

(naar een tekst van Kris Gelaude over Kerstmis)

Paaswens Thuisfront 2011

Totdat het licht wordt

kom ik op bezoek bij jou.

Broodkruimels hoop breng ik mee,

een bekertje vertrouwen.

Totdat het licht wordt

kleur ik verder aan het morgenrood,

plak pleisters op je hart,

zoek goud tussen het puin.

Wees stil en luister wat een oud verhaal ons zegt.

De tijd duurt eindeloos – en toch:

de steen van voor het graf rolt langzaam weg

de dood verliest zijn macht.

De liefde wint het van de nacht…

Zalig Paasfeest,

vanwege ‘Thuisfront.be’

Zeepje

Zaterdag, 11 april 2009 – in de namiddag.

We hebben de tent nog maar een keer opgeslagen aan de poort van de gevangenis in Brugge, voor onze paasactie van Thuisfront. Het is een stralende lentedag, en er is opvallend veel bezoek vandaag.

Er komt een vrouw van rond de veertig naar ons toe, gekleed in jeansbroek en een bloes met korte mouwen. Ik zie hoe haar armen helemaal vol getatoeëerd zijn, bied haar beleefd een paaseitje van chocolade aan en een wens van ‘Zalig Pasen’. ‘Tiens’, zegt ze, ‘staan jullie hier weer?’ ‘Ja natuurlijk’, zeg ik, ‘want straks is het Pasen – dat weet je toch?’ ‘Met Valentijn stonden jullie hier ook hé? We hebben toen een hartje van zeep gekregen, met een rood strikje er rond, en in vijf talen “Ik hou van jou…” erbij geschreven.’ ‘Dat klopt’, zeg ik. ‘Je weet het blijkbaar nog goed! Heb je het zeepje al opgebruikt?’ ‘Nee’, zegt ze. ‘Ik wil het bewaren voor later. Voor als hij vrijkomt… Ik kijk er sedert Valentijn haast elke dag naar, wanneer ik ’s morgens opsta en me wil gaan wassen…’

Dan wil ze snel, snel de gevangenis binnen, om het bezoekuur zeker niet te missen. Ik staar haar even blij-verwonderd na, en denk ineens: is dat geen prachtige vorm van leven in de geest van Pasen? Alle ‘hartelijke’ dingen die je bij toeval aan deze kant van het leven mag ontvangen (hoe klein ze soms ook zijn), zorgvuldig bewaren en koesteren ‘voor later, als hij vrijkomt…’?

Opdat hij dán tenminste zeker zou weten dat liefde sterker is dan alle dood. En vooral: dat er iemand is die al die tijd daarbuiten nadrukkelijk op hem heeft gewacht…

Gebed van Thuisfront

De tent waarin Gij wilt wonen,

dat nomadenverblijf,

zegt ons dat Gij een God van de weg zijt.

Gij slaat uw tent op, nu hier, dan daar,

op alle mensenwegen.

Wie zal u zeggen waar Gij moet wonen?

Wie zal u vastzetten in een huis,

in een paleis, in een tempel?

Gij woont daar

waar we samenkomen in uw naam.

Laat ons dan oplettend leven, God,

want we weten niet

of Gij vandaag uw tent niet wilt opslaan

hier, waar wij zijn.

Amen.

(Frans Cromphout)

Samenstelling: geert dedecker

Zoeken in Preken Online