God zal ooit ingrijpen om een einde aan deze wereld te maken. En dit einde zal voorafgegaan worden door natuurrampen en allerlei verschrikkelijke dingen. Op veel bladzijden in de bijbel kan men lezen over mensen die daarvan overtuigd waren. Ik vermoed dat er op onze dagen veel mensen zijn die denken dat zo’n goddelijk ingrijpen niet meer nodig zal zijn, want de mensen zélf zijn bezig de wereld om zeep te helpen. Al Gore heeft wereldwijd succes met de bewustmaking van de catastrofe die ons te wachten staat als we niet drastisch van levenswijze veranderen. Hij kreeg er zelfs de vredesprijs voor. Wij zijn bezig met op een onomkeerbare manier schade toe te brengen aan de aarde. Echte doemdenkers beweren dat het al te laat is. Maar er zijn ook wetenschappers die de mening zijn toegedaan dat er met al die overdreven commotie veel onzin verteld wordt en die met deze theorie ook veel geld verdienen. Hoe moet jij je gedragen in een samenleving waar voortdurend tegenstrijdige boodschappen en informatie worden gegeven? Het wordt er niet gemakkelijker op.\
Als een paal boven water staat wel dat alles zijn tijd heeft. Alles gaat voorbij. Het einde staat ingeschreven in het wezen van alle dingen. Ook op moeder aarde staat een vervaldatum, net zoals op elk mensenleven. Onze cultuur heeft het daar moeilijk mee. Er is een opvallende tendens naar het niet aanvaarden van het ouder worden en van de eindigheid van het menselijk lichaam, niet alleen in verband met ziekte, maar gewoon de lichamelijke tekenen van ‘het einde’ wil men niet meer aanvaarden. Eindigheid is een zwarte vlek op ons bestaan.
Wie de bijbel leest, ontdekt dat de eindigheid van het bestaan meer ingeweven lag in de menselijke belevingswereld. Leven en dood lagen dichter bij elkaar. Het leven was ook veel kwetsbaarder. In crisisperioden zoals bij oorlog of bij vervolging dacht men al vlug dat het einde der tijden nabij was.
Zo moet de verwoesting van de tempel van Jeruzalem in het jaar ‘70 na Christus door de Romeinen, een emotionele schok teweeggebracht hebben die je best mag vergelijken met wat de Amerikanen meemaakten bij het ineenstorten van de World Trade Center-torens.
Als jij je wereld ziet instorten, maak je ‘schrikkelijke dingen’ mee. Het was in zulke perioden dat in de joodse en de christelijke wereld apocalyptische literatuur ontstond: visioenen, geheime openbaringen, allerlei ondergangstaferelen over het einde der tijden en het aanbreken van de ‘dag van de Heer’.
Het zijn niet de gemakkelijkste teksten in de bijbel, maar interessant is toch hoe mensen toen nadachten over ‘het einde’, in het geloof dat God uiteindelijk alles wat scheef was zou recht trekken, en er uiteindelijk gerechtigheid zou geschieden. Het is een gedachte waaruit de hoop op rechtvaardigheid en troost naar boven komt, het is een poging om het lijden ietwat draaglijker en aanvaardbaar te maken.
Lucas wijst er evenwel op dat men toch voorzichtig moet zijn met allerlei voorspellingen en uitspraken over het tijdstip waarop dit alles zich gaat voltrekken. Hij weigert een paniekstemming op te roepen en accentueert dat angst, onzekerheid en vervolgingen bij het leven horen. Je kunt er niet omheen, maar ze zijn niet het einde. Daarmee verheerlijkt hij het lijden en de tegenslagen niet, maar hij legt de nadruk op standvastigheid. Ook als je leeft in moeilijke tijden, laat je niet in de war brengen en je meeslepen door de een of andere theorie over het wereldeinde. Het komt er op aan standvastig te blijven en getuigenis te geven. Hij probeert onze ogen en harten te openen voor kansen die we krijgen te midden van de schaduwkanten in ons leven. Laat je maar niet in de war brengen. Er is heil binnen het onheil dat ons allen omringt. Er is zin te vinden binnen al de rampen die ons overkomen. Dàt geloven is God binnenlaten in onze levensgeschiedenis. En vertrouw er maar op dat je daartoe innerlijke kracht geschonken zal worden. Het enige wat je te doen staat is: je verantwoordelijkheid opnemen. Gewoon op de plaats waar je staat met jouw talent, met jouw gaven van hart en inzicht, proberen christen te zijn en je niet laten ontmoedigen.
De vraag kan dan nog wel opkomen: is het geen verloren moeite? Waarom zich inspannen als er op bepaalde momenten zoveel verkeerd draait? Het is ook de verzuchting van de profeet Maleachi (eerste lezing). Hij vraagt zich af: hoe komt het dat het boosdoeners zo goed gaat en dat de vromen het zo hard te verduren hebben? Als je dat ziet, heeft het dan wel zin om zich in te spannen? En de profeet spreekt dan zijn geloof uit en zegt: er komt een moment dat je zult zien dat wat in haat en boosheid is opgebouwd zal verdwijnen, zoals het vuur de stoppels op het veld doet verdwijnen, en dat het goede, wat in vriendschap met God is opgebouwd, eeuwigheidswaarde krijgt.
Laten we dit geloof levendig houden: God keert uiteindelijk alles ten goede voor wie met standvastigheid op hem blijft vertrouwen.