32e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen

Homilie op de 32e zondag door het jaar C: “Geen God van doden, maar van levenden!” (Lc. 20, 27-38)

Tielt, 10 november 2013

In de lezingen van vandaag staan 2 verhalen diametraal tegenover elkaar.

In de 1e lezing hebben we het lugubere verhaal beluisterd van die moeder met haar 7 zonen, die allen de marteldood zijn gestorven. Het is één groot, levend getuigenis van het onverwoestbare geloof in de verrijzenis. Die moeder maakt zich meer zorgen over het leven van haar kinderen in het hiernamaals dan over hun leven hier op deze wereld.

Het evangelie brengt ons het zonderlinge verhaal van die vrouw met haar 7 mannen, waarbij de Sadduceeën zich afvragen: wie van hen zal haar bezitten als er een hiernamaals is? Dat verhaal is ontsproten uit de fantasie van hen die het geloof in de verrijzenis belachelijk willen maken. Het doet ons denken aan die Russische kosmonaut die het geloof in God belachelijk wilde maken door te zeggen: “Ik heb tussen de sterren gevlogen en God was nergens te zien.”

De Sadduceeën waren in Jezus’ tijd een belangrijke bevolkingsgroep. Op religieus en op politiek gebied hadden ze de touwtjes in handen. En ze waren aartsconservatief: fel gekant tegen om het even welke verandering of vernieuwing. Ze waren mensen die niet door de voorruit naar het leven keken, maar enkel door de achterruitspiegel een glimp van de werkelijkheid opvingen. Ze geloofden niet in de verrijzenis. Voor hen gold immers: Dood is dood!

Blijkbaar is dat soort mensen talrijk vertegenwoordigd ook in onze maatschappij. Met Allerheiligen overladen ze de graven van hun dierbare afgestorvenen met bloemen en die dag gaan ze naar het kerkhof. De dood is voor hen een realiteit die 1 dag per jaar in het openbaar erkend wordt. Voor de 364 overige dagen is het sterven in een taboesfeer geraakt: mensen sterven nog zelden thuis en de overledenen worden niet meer thuis opgebaard; het kerkhof ligt niet meer midden in het dorp en de rouwkledij is uit de mode. Kinderen weten vrij vroeg vanwaar de kindjes komen, maar, als opa sterft, worden ze op afstand gehouden en men vertelt ze dat hij in een mooie tuin slaapt tussen de bloemen.

“Dood is dood!” zeggen ze. Laten we dus profiteren van het leven. Carpe diem: pluk of melk elke dag! Ze huldigen het “comedamus en bibamus” (laten we eten en drinken, want morgen zijn we dood) dat de profeet Jesaja de goddelozen in de mond legde. Melk de dag, want je leeft maar éne keer! Dat is juist, als je het tenminste juist verstaat.

  • 2 -

Velen redeneren alsof Willem Tell, toen hij met zijn kruisboog naar de appel op het hoofd van zijn zoontje moest schieten, bij zichzelf nonchalant gezegd heeft: ik schiet maar éne keer; ik schiet er maar op los, want zo nauw komt het er niet op aan. Integendeel! Hij wist dat er hem maar 1 kans geboden werd om zijn zoontje te redden.

Je leeft maar éne keer! Dat wil zeggen: er wordt je slechts één kans geboden om van je leven iets goeds te maken.

Wees daarbij niet kortzichtig. Zoek in je leven meer dan onmiddellijk plezier. Want plezier ruikt meestal naar egoïsme en egoïsme maakt de mens ongelukkig. Plezier is oppervlakkig en bevredigt daarom nooit onze diepste verlangens. Plezier is kortstondig en vervult nooit onze hunker naar blijvende vreugde.

Je leeft maar éne keer. Dat is juist. Profiteer er dus van om te leven van wat blijvende vreugde schenkt.

Vreugde is altijd de vrucht van de liefde en de prijs die je ervoor moet betalen is de gave van jezelf, niets meer en niets minder. Dat is de ervaring van elke priester en religieuze, van elke getrouwde man of vrouw, van elke vader en moeder. Die ervaring moeten we doorgeven in de opvoeding van kinderen en jongeren.

Die drang naar blijvende vreugde reikt over de grenzen van de dood heen: blijvende liefde, blijvende geborgenheid, blijvende dankbaarheid.

Zoals de moeder in de eerste lezing hecht je dan meer belang aan wat blijvende waarde heeft.

Dan ga je beseffen dat onze God geen God is van doden, maar van levenden. Dan ga je leven in de vreugde van de verwachting van een toekomst die blijvend is.

Maar, vergeet niet: je leeft maar éne keer! Profiteer er dus van om elke dag te streven naar wat blijvende waarde heeft.

Pluk of melk in die betekenis elke dag van je kort bestaan.

Gab. Buyse, pastoor-deken em.

Zoeken in Preken Online