Doorgaans lezen we bij Lucas mooie en goed te begrijpen verhalen,
maar met de vraag van de sadduceeën wordt het moeilijker.
Zij geloven niet in de verrijzenis van het lichaam.
Ze kennen wel heel goed de eerste 5 boeken van de schrift
waarin de joodse wet staat opgeschreven.
Ze toetsen die wet aan wat Jezus verkondigt
over het leven na de dood.
Ze bedenken een extreem geval
en lopen zich te pletter in hun eigen redenering:
als een vrouw tot 7 keer toe huwt
omdat ze telkens kinderloos weduwe wordt,
van wie is ze dan de vrouw nà de opstanding?
Jezus zoekt de confrontatie niet,
maar wijst er op dat de wetten die gelden voor het leven op aarde
alle kracht verliezen in het leven dat ons na de dood te beurt valt.
Niemand weet hoe dat leven zal zijn
en evenmin vertelt Jezus welk soort lichaam we zullen hebben
of hoe we mekaar zullen zien en herkennen.
Het enige dat we weten
en waarvan we aangespoord worden om het te geloven,
is dat de doden opgewekt worden - zoals ook Mozes al zei -
omdat God geen God is van doden, maar van levenden.
Jezus zal daar blijven op hameren
en met Zijn eigen verrijzenis zal Hij er het levende bewijs
van worden dat God het écht zo met ons meent.
2012-2013 - C32