32 C 2013 II Makkabeeërs 7, 1-2.9-14 Lk 20,27-36
Eerst even een kleine verduidelijking voor de evangelielezing: het zijn Sadduceeën die naar Jezus komen met die vraag van die vrouw die zeven keer gehuwd is. Sadduceeën zijn mensen in dienst van de tempel en zij geloven niet in leven na de dood. De Sadduceeën zijn niet bepaald de beste vrienden van Jezus en ze stellen hem alleen die vraag om eens te zien of hij nu niet met zijn mond vol tanden zal staan.Ze hopen Hem eigenlijk belachelijk te kunnen maken.
Maar zowel in de eerste als de tweede lezing gaat het over ‘leven na de dood’. Is er iets, is er leven na de dood? Objectief gezien kunnen we daar niet op antwoorden. Er is geen enkel onomstotelijk, wit op zwart bewijs dat er leven is na de dood. Er is nog niemand uit de dood terug gekeerd. Ook Jezus in zijn verschijningen na Pasen vertelt er niets over. Lazarus was dood, stond terug op, maar vertelt niets over wat er na zijn dood was. Eigenlijk hangt die vraag over leven na de dood samen met de vraag: bestaat God? Ook daar hebben we geen enkel wit op zwart bewijs van. Niemand kan het bestaan van God bewijzen, maar ook niemand kan bewijzen dat God niet bestaat. Er zijn evenveel redelijke argumenten om te geloven dat Hij bestaat, dan er redelijke argumenten zijn om te zeggen dat Hij niet bestaat. In Hem geloven is een geloofsdaad. Maar als we geloven dat Hij wel bestaat, wie is Hij dan? Ook daar kunnen we geen passend en volledig antwoord op geven. We kennen enkele grondtrekken, eigenschappen van God die God in de loop van de geschiedenis met zijn volk heeft laten zien, geopenbaard, maar wie Hij eigenlijk is, wie hij in Zijn volheid is, weten we niet. Hij kan geen mens zijn want Hij is zoveel groter, zoveel meer dan de mens, zo totaal anders dan de mens, maar wie is Hij dan? Al kennen we God niet ten volle, toch proberen wij ons een voorstelling van Hem te maken, ons een beeld van Hem te vormen. Het is eigen aan de mens dat hij dingen wil begrijpen en dat hij zich over alles een beeld wil vormen, dat hij zich probeert de dingen ‘voor te stellen’. En zo proberen wij ons een beeld te vormen van God. Maar wij kunnen ons geen enkel ander beeld vormen dan menselijke beelden. Wij kennen alleen maar mensen. En zo ontwerpen wij, vormen wij ons menselijke beelden van God. En in de loop van de geschiedenis verandert dat beeld, omdat de mens ervaart dat het vorige beeld niet meer klopt. Want God is telkens weer anders dan dat we dachten. En zo krijgen we bijvoorbeeld in het OT het beeld van de strenge God tot zelfs een wraakzuchtige God, en in het NT. de liefdevolle , vergevende God. Zo is het ook met ‘leven na de dood’. De mens wil zich daar een beeld over vormen. Ik wil u daar in grote trekken enkele voorbeelden van geven. In het beginnend jodendom is er geen sprake van ‘leven na de dood’. Waar het bij hen op aan komt is het leven HIER!! Zij hebben God vooral ervaren als de God van het leven HIER! Aan Abraham belooft God een talrijk nageslacht en het beloofde land waar het goed is om te leven. In de bevrijding van Gods volk uit Egypte ervaren ze een God als een God die mensen bevrijd uit slavernij, uit onvrijheid en leven belooft, écht leven in het beloofde land. Van leven na de dood is er in het beginnend Jodendom geen sprake: alleen is belangrijk dat ieders naam in de herinnering bewaard wordt: herinnerd in de familie, herinnerd in de stam, herinnerd in het volk. In de 2e eeuw v. X leeft het Joodse volk onder Griekse overheersing. En de Grieken willen dat ze hun cultuur en godsdienst (veel godendom) over nemen. Bepaalde Joodse families weigeren dat publiekelijk en worden daarom publiekelijk gefolterd en gedood. De moeder en haar 7 zonen van de familie Makkabi, de zogenoemde Makkabeeërs. In die tijd is er voor het eerst sprake van ’leven na de dood’. Als God een God van het leven HIER is, dan hebben die jonge mensen toch geen leven gehad, ze worden al heel jong en juist omwille van hun geloof gedood. Dan ontstaat het geloof dat het leven dat ze hier niet gehad hebben, nu zullen krijgen na hun dood, een soort menselijk leven zoals wij dat hier kennen, maar dan na hun dood. . Ook in die tweede eeuw, onder invloed van de Griekse cultuur en vooral het Griekse denken gaat men de mens zien als een tweedeling: een mens heeft een lichaam en een ziel. Iets wat volledig ingaat tegen het joodse denken: het Jodendom heeft niet eens een apart woord voor ‘ziel’ en voor ‘lichaam’. Voor hen is de mens een éénheid. Maar onder invloed van het Griekse denken ontstaat zo het beeld van de ziel die naar de hemel gaat en op het einde der tijden weer verenigd wordt met het lichaam. En in diezelfde eeuw ontstaat de apocalyptiek, een gevoel dat de wereld zo slecht geworden is dat het voor God zo niet verder kan. En dan denkt men dat het einde van de tijden nabij is en dat God een einde zal maken aan deze wereld en een nieuwe wereld zal scheppen, een soort paradijselijke wereld, waar alleen alle ‘vromen’, alle ‘Godsgetrouwen’ die er zijn en ooit geweest zijn voor eeuwig zullen mogen leven. En de slechten zullen voor eeuwig branden: een beeld ontstaan vanuit de hun gekende wereld: een plaats ten zuiden van Jeruzalem waar vroeger afgodendienaars hun kinderen offerden, op een altaar lieten branden als offer voor hun goden .En zo ontstaan hel en vagevuur.
Beste.., wat ik hiermee heb willen duidelijk maken is dat - waarover we weinig weten -de mens zich allerlei voorstellingen, beelden gaat maken, menselijke beelden en dus zeer bedenkelijke beelden.
Mijn bedenking is: moeten wij ons over dat alles beelden vormen? Ligt het wezenlijke niet ergens anders? Geloven is niet op de eerste plaats een aanvaarden van geloofsinhouden, van geloofsleerstellingen. Geloof is op de eerste plaats geloven in iemand, iemand vertrouwen, vertrouwen in iemand hebben. Als je een advocaat nodig hebt voor een bepaald proces, dan is het eigenlijk niet zo belangrijk te weten dat hij al processen gewonnen heeft, belangrijker is: dat je vertrouwen in hem hebt. Gij kent de toekomst niet en hij ook niet, niemand weet hoe het allemaal zal lopen, maar je hebt vertrouwen in hem, wat de toekomst ook mag zijn, je voelt je bij hem veilig en je gelooft erin dat hij er het allerbeste voor je proces zal van maken. God belooft zijn volk toekomst, : Zijn belofte aan Abraham, Zijn belofte aan Mozes, ook al wisten ze niet precies wat die belofte heel concreet zou inhouden. En ze hebben het land nooit gezien. Geldt die belofte van toekomst, van heil die God hen beloofd heeft -als ze Hem volgen- alleen maar voor hier en nu???? Zij hebben die HIER niet gekend!! Of bestaat er nog een werkelijkheid buiten onze werkelijkheid, een andere werkelijkheid die mensen niet kunnen waarnemen en er ook niets kunnen over weten???? God valt niet samen met onze wereld, onze menselijke wereld, begrensd door tijd en ruimte, en door slechts drie dimensies, een wereld van geboren worden, ontstaan en weer verdwijnen. God is veel is veel meer dan onze wereld, veel meer dan de werkelijkheid die wij kunnen waarnemen. Als God iedere mens toekomst, heil belooft, dan mogen wij daar ook in vertrouwen.