De Sadduceeën hadden het gemakkelijk in Israël. Hun wereld was duidelijk beschermd. Ook al waren ze niet zo talrijk, ze hadden geld en macht. Ze bepaalden mee het evenwicht in de politiek. Het ging hen voor de wind. Ze schenen nooit te zullen sterven. Dood en Verrijzenis waren verre problemen. Ze zaten goed in hun vel en vlees. Ze hadden met engelen niet veel gemeen en waren er niet op uit op hen te gelijken. Ze waren echt “kinderen van deze wereld”. Zij waren het die Jezus uitdaagden om Hem iets zinnigs te doen zeggen over “de toekomstige wereld”.
Ge zijt “kinderen van deze wereld”, antwoordt Jezus en wordt “kinderen van de verrijzenis”.
“Kinderen van de verrijzenis” zijn mensen die verrezen zijn, die zich in de wereld van de Verrezene bewegen, die het bestaan van de Verrezene leiden. Ze zijn geen “kinderen van deze wereld” meer, die “huwen en ten huwelijk gegeven worden”, die zelf “kinderen van deze wereld” voortbrengen. “Als kinderen van de verrijzenis zijn zij kinderen van God”, bewegen ze zich in Gods wereld, waar niets meer sterft. “Zij kunnen immers niet meer sterven omdat zij als engelen zijn”. De engelen worden vaak “zonen Gods”, kinderen van God genoemd. Ze sterven niet, ze vliegen licht in en uit bij eenieder die zich niet laat leven door zijn televisie, die de wereld niet van ver bekijkt en door de ogen van een ander, maar van dichtbij en met eigen ogen. “De diepte van het leven dringt niet door de dikte van de schermen". Het lawaai van de micro’s overstemt het gedruis van engelenvleugels. Stilte is nodig om Jezus’ woord te horen, duister, om het licht van engelen te zien, tijd, om hun eeuwigheid te smaken, dood, om hun leven te waarderen, rust, om hun vlugheid op te merken. Wie iedere dag honderd boodschappen opvangt, heeft geen oor voor de “boodschap des engels”, voor geen enkele boodschap van geen enkele engel. Hij besluit dat de engelen niet bestaan. “De kinderen van deze wereld”, die helemaal in “deze wereld” opgaan, gaan er ook helemaal aan ten onder. Ook als ze kinderen hebben, reproduceren ze alleen zichzelf. Hun leven eindigt met de dood, zoals het leven van hun kinderen. Ook als ze maar één keer gehuwd zijn, zien ze hun man, hun vrouw nooit terug en evenmin hun kinderen. Als het licht van de wereld weg deemstert, vallen voor altijd hun ogen dicht, als iemand ze voor hen sluit; en blijven ze open, dan staren ze in de totale nacht en zelfs alleen voor korte tijd. Wereld die sterft produceert alleen wereld die sterft. Voor “de kinderen van deze wereld” “zal er geen verrijzenis tot een nieuw leven zijn”. “Het stof keert terug naar de aarde waar het vandaan kwam en de levensgeest naar God die hem schonk”.
Wie ook kind is van “de andere wereld”, luistert reeds in “deze wereld”, naar de dagelijkse boodschappen van de engelen, naar wat God iedere dag door hen zegt. Hij gaat iedere weg die zijn engel hem wijst, luistert mee naar de “boodschap des engels”, weet dat aan de engelen bevolen is heel zijn leven te behoeden: “zij zullen u op de handen dragen, opdat ge uw voet niet zult stoten aan een steen”. Hij weet dat de engelen ook hem zullen dienen, dat ook zijn engel voor God staat als zijn beschermer en voorspreker en dat ook voor hem “een legioen engelen” klaar staat, om op Gods bevel hem te redden, dat ook een engel klaar staat om hem te sterken, als hij afscheid moet nemen van zijn vrouw of van zijn zeven vrouwen en van zijn kinderen. Op de ladder zullen ze hem helpen “in paradisum”, tot in het paradijs, waar de dood geen macht meer heeft. Een mens moet kiezen: opgaan en ten onder gaan in deze wereld of zich in deze wereld op de toekomstige voorbereiden, vooraleer “het geluid van de molen vervaagt, het geluid van de vogels verstomt en alle tonen wegsterven”. Wat hij in deze wereld ook kiest, waar hij ook naar luistert, de bazuin zal hij horen…
32e zondag door het jaar C
C-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen