31e zondag door het jaar C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Wij kunnen het ons allemaal heel goed voorstellen: vroeger heeft men er ons vaak op gewezen dat we niet zomaar met iedereen mogen omgaan. Omgaan met fel besproken mensen doet men niet. De buren of de vrienden zouden het eens moeten zien. Wat zouden ze van ons denken? Wat zou de goegemeente ervan denken? Het gebeurt nu nog wel eens dat wij weigeren goeie dag te zeggen tegen iemand die ons beledigd heeft, die op onze tenen getrapt heeft… Ikzelf heb dat lang volgehouden in de tijd na mijn terugkeer uit Burundi. Een bepaalde groep van mensen kon ik niet meer zien en als ik er dan toch ontmoette op het vliegveld in Zaventem, dan deed ik alsof ik ze niet kende. We hebben van onszelf soms zo’n hoge dunk dat we vinden dat sommige mensen het niet waard zijn door ons gegroet te worden.

Het evangelie vertelt een alledaags feit. Ons Heer trekt door de stad Jericho en er was veel volk rondom Hem. Nu is er daar ergens een man die ons Heer graag zou zien, allicht uit pure nieuwsgierigheid. Hij was een oppertollenaar. Een ambtenaar die, zich rijk gemaakt had op de kap van de bevolking. Misschien wel een corrupte kerel. Hij wilde wel eens zien wat voor iemand die Jezus was. We zien hem al vooruit lopen en hij vindt een moerbeivijgenboom. Dat is, naar het schijnt, een boom met lage takken. Hij moet niet hoog klimmen om Jezus te kunnen zien.

Het evangelie vertelt niet dat Zacheüs Jezus zag. Jezus kijkt naar hem op. Een klein detail zoals dat vaak in het evangelie voorkomt. - Wij zouden eerder op dat ventje neerkijken. - Zacheüs heeft ook niet de kans om iets te zeggen. Jezus zegt tot hem: ‘Kom eens vlug tot bij Mij want ik zou in uw huis willen verblijven.’ En Zacheüs ontving hem met vreugde.

Het volk zag dat en men begon er schande over te spreken. Let wel, hier wordt niets gezegd over de Farizeeën of de schriftgeleerden. Hier gaat het over de gewone mensen die Jezus volgen. Een tijdje tevoren liepen ze Jezus enthousiast achterna, en plots keren ze zich tegen Hem. Dat was ook zo in Nazareth waar ze hem van een rots willen stoten en de week na Palmzondag. Toen riepen ze Pilatus toe Hem aan het kruis te nagelen.

We weten niet wat Jezus toen aan Zacheüs verteld heeft. We weten wel dat Zacheüs enorm onder de indruk kwam door de aanwezigheid en de manier van doen van Jezus. Heer,' zei hij, hierbij geef ik de helft van mijn bezit aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig.’ Let wel: Jezus komt niet bij Zacheüs omdat hij zijn goederen met de mensen wil delen. Neen, Zacheüs doet dat omdat Jezus bij hem kwam.

Het is natuurlijk zo dat hij dat kon omdat hij heel veel geld had. Maar hij doet het omdat hij er zich bewust van is dat de vriendschap die hij van Jezus ervaart iets te maken heeft met zijn relaties tot de mensen. Jezus zegt hem: Jij hebt het begrepen. Zo komt er heil in dit huis. Want ‘ook hij is een zoon van Abraham’. De zonen van Abraham zijn de mensen die geloven in de God van het Verbond, de God van Abraham, Isaac en Jacob. Lucas vertelt ons niets meer over wat Zacheüs zou gezegd hebben. Hij heeft klaarblijkelijk geen geloofsbelijdenis uitgesproken. Maar… hij doet iets waarvan hij allicht vermoedt dat dit essentieel is in de boodschap van Jezus.

Vorige zondag was het missiezondag. Ons geloof kon zich toen uitdrukken o.a. door onze solidariteit met de armsten uit Gods wereldkerk.

In het evangelie staan nergens sensationele dingen en toch: we voelen het aan: al wat er gebeurt is groots, heeft iets met God te maken en altijd ook met de mensen.

Zoeken in Preken Online