31e zondag door het jaar (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Beste dorpsgenoten,
De woorden uit de eerste lezing die u zo juist gehoord heeft, spreken mij erg aan. En ze herinnerden me aan de woorden uit Exodus gelezen op een zondag een tijdje terug: “Laat mij begaan; dan kan ik hen jn mijn brandende toorn vernietigen”.( Exodus 32, 10). Wie kan zich bij zo’n God veilig voelen? Het was Mozes die die God aan barmhartigheid moest herinneren.
Vandaag hebben we gehoord: “Gij houdt immers van alles wat bestaat en verafschuwt niets van wat gij geschapen hebt; want zoudt Gij iets haten, dan had gij het niet geschapen.” In plaats van te keer gaan tegen onze zondigheid , spreekt hier een God, die ons neemt zoals we zijn met ons goed en kwaad. Dat is een God die niet aan zijn barmhartigheid herinnerd hoeft te worden.
Die God vind ik terug in het beeld met de twee handen die de aarde, met al haar goed en kwaad, barmhartig vasthouden, het beeld dat mij heiliger dan het kruis waarop iemand bloedt en sterft om onze zonden.
Als het gaat over oorlogsdaden of over sportactiviteiten dan zijn we vertrouwd met beschrijvingen als: onbarmhartig, genadeloos, keihard. Alleen als je je zo gedraagt, kun je winnaar zijn. En iedereen wil toch winnen, niet waar.
Woorden uit de eerste lezing: “Heer, heel de aarde is voor u als een stofje op de weegschaal, als een vroege dauwdruppel die neervalt op de aarde. ”Zo’n God hoeft geen winnaar te zijn: want hij heeft ons al in handen, niet om ons de baas te zijn, niet om ons onbarmhartig en genadeloos fijn te knijpen, maar om ons ruimte te bieden waar we tot ons recht kunnen komen en waar we tot Gods beeld kunnen uitgroeien. Dat is wat Jezus van Nazareth aan zich liet overkomen: hij voelde zich door God in handen gehouden, intens geraakt door God. En zo groeide hij uit tot beeld van God, een en al barmhartigheid.
Tot Gods beeld uitgroeien? Niet alleen wij zelf komen dan tot ons recht, ook God komt dan helemaal tot zijn recht als ons dat gebeurt.
Dat hangt niet af van de gedragsregels die we in praktijk brengen of van de geloofsleer die wij aanhangen.
Jezus van Nazareth, die het meest bekende beeld van God geworden is, heeft ons laten zien hoe dat groeiproces in zijn werk gaat. Uit zijn manier van leven blijkt grote aandacht voor mensen, voor de natuur, voor de ervaring van Gods aanwezigheid. Niet de aandacht van een jager zoekend naar wild, of van een hond die zijn oren spitst maar aandacht die van buiten af wordt geprikkeld. Aandacht die hem overkomt, zoals we horen in het evangelie van vandaag: Jezus keek omhoog naar de man in de vijgeboom.
“Gij houdt van alles dat bestaat,” hoorden we in de lezing. God kan dat, van alles houden, zullen wij denken, ons en ook Jezus gaat dat te boven.
Wat kon Jezus dan wel en wat deed hij dan ook met heel zijn hebben en houden? Zich laten raken door al wat zich aandient, zoals die rare man in die boom; leven met aandacht voor al wat zich voordoet: een zieke, de vogels en de bloemen, een bruiloft, het beeld van de goede herder als hij al die mensen ziet die niet weten waar ze het moeten zoeken: hij zegt tegen hen op allerlei manieren: “Je hoeft het niet te zoeken want je bent zelf gevonden.” Zoals hij zelf steeds opnieuw ervaart dat hij gevonden is. Hij had barmhartigheid ondervonden en die gaf hij door.
“Gij houdt van alles dat bestaat.” Dat kennen we terug in de betrokkenheid van Jezus bij wat zijn medemensen overkomt. Hij is met hen verbonden in hun leven en lijden.
Hij reageert altijd, zouden we met een gewoon woord kunnen zeggen.
In de krant van gisteren stond een schitterend artikel over een tentoonstelling en een boek van honderd honderdjarigen uit heel Nederland. Gemaakt door Truus Groen, kunstenaar en fotograaf. In 1900 telde Nederland tien honderdjarigen, nu zijn het er 1370. Niet alleen foto’s legde zij vast, ook verhalen. Over hun jeugd, over een hard bestaan. Maar ook over een beschermd leven. “Als ik vroeg wat hen die honderd jaar op de been heeft gehouden kreeg ik vaak te horen: “het geloof.” En ook: hard werken, en ook: een likeurtje, een borreltje, een sigaartje. Dat zijn gewoon andere woorden voor: “het geloof!” Zouden we die kleine pleziertjes mogen verstaan als hun ervaring van barmhartigheid of compassie?
Ik haal twee teksten uit het artikel aan: “Als jongetje krijg ik zware longontsteking. Ik overleef het maar net en blijf zwakjes. Daarom hoef ik niet te werken. Ik mag doorleren op de hbs in Leeuwarden, als enige arbeiderszoon tussen de notabelen.”
En ook: “Ik ben aan boord van een tjalk geboren. Als peuter val ik van boord. Mijn moeder springt mij achterna. Ze kan niet eens zwemmen, maar haar wijde rok vult zich met lucht. Zo kan zij om hulp roepen. Voor mij is zij een heldin.”
Allemaal mensen die zich voelen als Zacheüs, door Jezus uit die boom omlaag geroepen: gezien, gevonden, gered.
Zo leefde Jezus zelf : als iemand die gezien, gevonden, gered was. Dat gaf en geeft hij nog aan ons door. En als wij dat zelf ook een beetje voelen, dan voelt ook God zich gezien, gevonden, gered door mensen, door ons.
Dat het zo moge worden.

Zoeken in Preken Online