Zacheüs (2004)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Vorige week vertelde Jezus ons zijn parabel over de tollenaar in de tempel. Vandaag wordt het een levende ontmoeting van Jezus zelf met een toptollenaar (de chef v.d. tollenaars!) in diens huis. Die man wilde zien wie Jezus was. De wonderen overigens, die Hij deed, waren tot bij hem doorgedrongen. Wie was die Jezus dan wel ?

    1. Het evg. zegt dat Zacheüs er eerst niet in slaagde, want hij was klein van gestalte (ook moreel klein), en er stond voor zijn neus een muur van samengetroepte mensen in de weg. Daarom moest deze hoofdambtenaar bij het tolwezen, als winstwoekeraar verfoeid en verafschuwd als collaborateur van de bezetter, zich van de massa losmaken, vooruitlopen op de stoet en - ondanks zijn status, in zijn lang gewaad of voorname Romeinse toga: zeker een komisch zicht - toch maar klimmen in een boom, een boom (zoals mensen vandaag op telefoonpalen of op hoge platforms kruipen om een stoet te zien). Het was bovendien een vijgenboom, het symbool van Gods redding en zegen. Al deze détails hebben inhoud: ook voor ons staat vaak een muur van mensen en dingen die ons verhinderen Jezus te zien.

    a) Daar is vooreerst de muur van de verblindende wereld van de consumptie en de genotcultuur, die ons verhindert tot innerlijke rust en tot nadenken te komen: we zijn voortdurend op de vlucht, weg van ons hart, naar tal van prioriteiten die ons aan de oppervlakte houden, zodat zelfs de vraag om Jezus te zien gewoon wordt verstikt.

    b) Daar is ook de muur van de leugen, gesteund ook door de alomtegenwoordigheid van de media. Deze worden "opiniemachten" genoemd: zij bepalen onze opinie; zij zeggen ons voor wat we moeten denken en verlangen. Wij worden dag na dag gehersenspoeld. Het opinieblad "Tertio" schreef onlangs terecht over de bestaande "seculiere intolerantie", tegenover godsdienst en geloof, zodat men ervoor zou wantrouwen om Jezus te zien.

    c) En daar is meteen de druk van de publieke opinie, de sociale druk. Er is een tijd geweest dat mensen in hun geloof door elkaar gedragen werden; vandaag werkt de openbare opinie omgekeerd. De man van de straat denkt veelal anders. Zo vrezen we Jezus te zien en voor Hem te getuigen. - We moeten stroomopwaarts roeien. We moeten ons dus durven losmaken, vooruitlopen en in een boom klimmen: erboven en heel persoonlijk. Dat is het eerste wat Zacheüs deed.

    2. Maar er is meer. Zacheüs wilde vooral zien WIE Jezus was. Dit staat er 2 x in.

    a) Het woord "zien" in de bijbel, en speciaal bij Lucas, heeft dikwijls een bijbetekenis van uiteindelijke openbaring van de redding: een "zien" van Jezus die redt (Jezus = God redt): "Ik ben gekomen om zondaars te redden" is het leitmotief. Joh. de Doper zei het al: "Heel de mensheid zal Gods redding zien." (Lc 3, 6) - Zo wilden de herders het Kind zien in de kribbe (Lc 2,15), en de oude Simeon in de tempel slaat aan het bidden met de kleine Jezus in zijn armen: " Laat uw dienaar nu in vrede gaan, want mijn ogen hebben het heil gezien." (Lc 2,30). En de eerste leerlingen vroegen aan Jezus niet wat is uw leer, maar: "Waar woont Ge ?" En Jezus zei: "Kom en zie" (Joh 1, 39). En die dag bleven ze bij Hem. Zo ook ging Filippus naar de wantrouwige Nathanaël, en zei: " Kom zien." (Joh 1, 46). Ten slotte zal Jezus later zeggen: "Wie Mij ziet, ziet de Vader." (Joh. 14,9): de laatste onthulling. En Pilatus: "zie de mens." (Joh 19, 5)

    b) Welnu Zacheüs wilde Jezus zien. Niet zomaar als een wonder kijkstuk (zoals Herodes tijdens Jezus' proces). Maar hij wilde zien WIE Jezus was: zijn persoon! En dit contrasteert met de rijke jongeman uit vorig hoofdstuk, die niet Jezus zocht om zijn persoon, maar enkel om Hem te consulteren, wat hij moest doen om het eeuwig leven te verwerven(zoals men een notaris consulteert). Zacheüs zoekt Jezus' persoon. Hij wil relatie. En Jezus doorzag dat en nam zelf het initiatief. De ogen van Jezus ontmoetten de ogen van Zacheüs. Zacheüs moet afdalen tot op de grond. Het werd een tafelgemeenschap in het huis van de toptollenaar: de tafel was bij de Joden het symbool van de vriendschappelijke ontmoeting. Daar wordt men één. - En daar gebeurde ook iets. In deze ontmoeting slaat het hart om bij Zacheüs en zijn handen gaan open: "De helft van mijn bezit geef ik aan de armen, en als ik iemand iets afgeperst heb, geef ik het hem vierdubbel terug." Dat laatste was in feite niet meer mogelijk. De taal van de bekeerling die het al te sterk uitroept. Zacheüs geeft niet om gered te worden; maar eens door Jezus gered gaat hij geven. En Jezus zei: "Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen." Voortaan werd zijn huis de tempel, de profane woning wordt vindplaats van God in Jezus. Juist daarom wordt dit evangelie gelezen in de liturgie van het feest van de kerkwijding. De kerk is het huis v.d. ontmoeting.

* De rijke jongeman, een farizees type, kon niet lossen, en heeft Jezus ook niet gevolgd. Een traditie vertelt ons dat Zacheüs leerling van Jezus werd. Dan heeft hij ook zijn naam eer aangedaan. “Zacheüs” (Zakkay) immers betekent “de zuivere”. - Breng mensen bij Jezus. Dat is de ware catechese, de kern v.d. geloofsopvoeding. Laat ze Hem ontmoeten, en ze gaan anders en nieuw worden. Straks ontmoeten we Hem in de H. Eucharistie. Ontmoeten we Hem als Zacheüs. “Hij toch is gekomen om te redden wat verloren was.” Amen.

Zoeken in Preken Online