De salarissen van bestuurders in het onderwijs zijn in 2009 opnieuw gestegen. Zestig bestuurders verdienden vorig jaar meer dan de balkenendenorm (dat is dan nu: de ruttenorm) van 188.000 euro per jaar. Grootverdiener is Aalt Dijkhuizen, voorzitter van het college van bestuur van de Wageningen Universiteit. Hij toucheerde vorig jaar 351.434 euro aan salaris.
In de toptien staan drie bestuurders die een vertrekregeling incasseerden. De grootste handdruk was er voor Bernard Fransen, voorzitter van het ROC Midden Nederland. Hij ontving bij zijn afscheid 166.059 euro. De overige zeven zagen hun salaris met gemiddeld zeven procent stijgen; sommige bestuurders gaan enkele tienduizenden euro’s omhoog.
Een aantal van de overschrijdingen betreft bestuurders die na 2007 nieuw benoemd zijn. Het vorige kabinet deed indertijd een beroep op raden van toezicht om bij nieuwe benoemingen de salarissen van onderwijsbestuurders te matigen.
Aldus werd van de week bekend. Ik citeer de krant[3]. En we weten: zo is het niet alleen bij bestuurders in het onderwijs. Ook in de gezondheidszorg en bij organisaties voor ontwikkelingssamenwerking zitten van die geweldige zakkenvullers. Ja, die zakken zijn wel gevuld, maar nog lang niet vol. Denk ook even aan het bank- en beurswezen. Denk aan de telecom-bedrijven. De cabaretier Youp van ’t Hek is op oorlogspad tegen die laatste. Want als je een klacht hebt tegen zo’n telecom-bedrijf, en je belt de zogenaamde “klantenservice” dan word je eindeloos aan het lijntje gehouden, letterlijk en figuurlijk. De klanten betalen voor de fouten die het bedrijf maakt. Youp scherst: De miljoenen die de directeuren van de telecom-bedrijven in hun zakken steken worden in dat wereldje “wachtgeld” genoemd “omdat het geld door alle klanten die in de loop der jaren gewacht hebben op één van de drie medewerkers van de helpdesk is opgehoest”[4].
Zakkenvullers. Ze maken ons razend. Witheet word je daarvan. Ze vervullen ons met gevoelens van diepe minachting. Zacheüs, de oppertollenaar uit het evangelie van deze zondag is ook zo’n zakkenvuller. Hij is “klein van stuk” wordt er over hem gezegd. Maar het zou wel eens kunnen zijn dat we die woorden, die karakterisering in het Lucas-evangelie eerder moeten verstaan als de uitdrukking van de publieke minachting ten aanzien van deze Zacheüs dan als mededeling wat betreft zijn lichamelijke lengte. Men kijkt op hem neer, op Zacheüs. Dus we kunnen ons bést de publieke verontwaardiging voorstellen als de Jezus-karavaan neerstrijkt in Wageningen en Jezus, die Robin Hood-figuur, die wonderdoener, die Redder, als die uitgerekend tegen Aalt Dijkhuizen, de voorzitter van het bestuur van de universiteit aldaar, die dus in 2009 351.434 euro aan belastinggeld als salaris opstreek, als Jezus uitgerekend tegen hem zegt: “vandaag moet ik in uw huis verblijven.” Dat “moet” mensen. Het is een heilig moeten. De levensweg van Jezus, die weg die zal uitkomen in Jeruzalem op het kruis, die levensweg loopt noodzakelijk via het huis van Zacheüs alias Aalt Dijkhuizen. Het is nodig dat Jezus om zijn missie in deze wereld te vervullen lijnrecht ingaat tegen de zogenaamde “publieke opinie”, dat hij die recht tegen de haren in strijkt.
Waarom dat zo nodig is? Omdat Aalt Dijkhuizen óók een mens is. En wel een mens die veel mist. Ja, geld heeft hij of zij als water. Dat is niet het probleem. Maar dat geld is zo’n belangrijk thema blijkbaar in zijn of haar leven geworden, dat alles in dat leven dáár om lijkt te draaien: hoe sleep ik er zoveel mogelijk uit. Maar, dat is geen léven veelgeliefden. Wat ben je dan een arm en beklagenswaardig mens als je op die manier in het leven staat. En vooral: wat ben je dan een eenzaam mens - als het je blijkbaar niet kan schelen als de hele wereld jou maar een zakkenvuller vindt, als de mensen niets anders in jou kunnen zien als dát.
Maar Aalt Dijkhuizen is natuurlijk wél meer dan “alleen maar een zakkenvuller”. En Jezus ziet dat. En Jezus weet dat. En ook zelf voelt Aalt wel aan dat Jezus “iets heeft” dat van een andere orde is, iets dat voor géén geld te koop is, iets dat onbetaalbaar is en wat Aalt nu precies heel erg mist en nodig heeft. Want er staat, over Zacheüs: “Hij wilde wel eens zien wat Jezus voor iemand was”. Dat is de intuïtie die Aalt heeft. Dat is zijn of haar aanvoelen. Er gaat hem of haar ergens een lichtje op: die Jezus, daar moet ik zijn. Die heeft een boodschap voor mij. Daar valt voor mij misschien iets te halen. Die Jezus kan mij iets geven.
En Zacheüs klimt dan in die boom. Je kunt dat zien, die boom, in de zin van: een handige bliksem, die Zacheüs. Maar het is ook een rare plaats. Je kunt ook denken: Zacheüs moet zich in vreemde bochten wringen om er óók bij te zijn. Want gewoon lekker bij de anderen, midden onder de mensen, daar is voor hem geen plaats. Dan kijkt hij alleen maar tegen ruggen aan. De mensen zien Zacheüs niet. Ze zien hem niet meer. Ze hebben hun rug naar hem toegekeerd. En het is een gesloten front.
Dus vandaar dat Zacheüs in die moerbeivijgenboom klimt “om Hem te zien te krijgen”, zo staat er bij. Maar veel belangrijker is nog dat Jezus hém, dat Jezus Zacheüs ziet. Jezus “keek … omhoog” toen Hij bij die plek kwam en Hij zei: “Zacheüs, kom vlug naar beneden; vandaag moet ik in uw huis verblijven”. Jezus, dierbare gasten en parochianen, belichaamt en doet heel concreet wat er in de eerste lezing van deze dag, uit het boek van de Wijsheid staat: “U telt de zonden van de mensen niet, om hen tot inkeer te laten komen. Want alles wat bestaat hebt u lief en U verafschuwt niets van wat u gemaakt hebt.” En, nog eens: “U spaart (…) alles, omdat het van U is. U, Heer, die alles wat leeft bemint”. En: “U wijst (…) terecht door (…) te laten zien waarin zij zondigden, zodat zij, uit hun slechtheid bevrijd, in U, Heer, geloven”.
Wie is of wie zijn in het evangelie eigenlijk de zondaar of de zondaars? Is dat Zacheüs. de zakkenvuller? Of zijn dat de mensen die niet meer “normaal” tegen hem kunnen doen? de mensen die één ijskoud front tegen Zacheüs hebben gevormd en die hem op allerlei manieren super-duidelijk maken dat hij er niet bijhoort? Wie moet er dus eigenlijk bevrijd worden? Is dat Zacheüs, is dat Aalt Dijkhuizen? Of zijn dat de mensen die zich zo ijskoud en spijkerhard tegenover hem opstellen? Ik denk: allebei.
Jezus doorbreekt door zijn manier van doen het ijzingwekkend koudefront. Hij doet dat. Jezus, heel eenvoudig, door zijn warmte, zijn vriendelijkheid naar Zacheüs uit te laten gaan - naar zo’n Aalt Dijkhuizen en ook eventueel naar zo’n Geert Wilders toe. Ook voor de omgang met die laatste geldt hetzelfde als voor de omgang met Zacheüs: het is belangrijk om wel een méns in hem te blijven zien, die dus niet van beton is. Ook hij heeft z’n gevoelens en, geloof het of niet, z’n verlangen naar medemenselijkheid, naar menselijke nabijheid en vriendelijkheid. Bij Zacheüs is het effect onmiddellijk en wonderbaarlijk: Zacheüs ontspant. Zacheüs ontdooit. En Zacheüs laat los. Niet langer bijt hij zich als een bloedhond vast in dat geld. Niet langer zuigt hij zich er in vast als een bloedzuiger. Omdat hij in de ontmoeting met Jezus van Nazareth de liefde Gods heeft ervaren. En die liefde, veelgeliefden, is de grootste rijkdom die er op aarde bestaat. Als je die in je hebt, dan heb je het enig noodzakelijke (Luc. 10, 42) in dit leven op aarde te pakken. En dan maakt het verder niet uit of je arm of rijk bent, of oud of jong, mooi of lelijk (naar de maatstaven van de mensen) of ziek of gezond. Want die liefde, de liefde van God die in Jezus van Nazareth tot ons komt, ook in deze viering van de heilige eucharistie, die is sterker dan de dood, die gaat per crucem ad lucem, die gaat door het kruis naar het licht. Zacheüs is óm. Hij heeft zich er aan gewonnen gegeven. Hij heeft zich er aan óver gegeven. Nu eventueel (want ik ken de persoon in kwestie in het geheel niet; weet niet eens of het een man of vrouw is); maar nu eventueel tóch Aalt Dijkuizen nog. Nu misschien Geert Wilders nog. Nu misschien wij nog. Amen.