Een gulden principe in de reclamewereld
laat toe dat je wél zegt hoe goed je product is
- en je mag zelfs beweren dat het beter is dan andere producten -
maar dat je nooit mag zeggen hoe slecht die andere zijn.
Het gebed van de farizeeër
- hoewel ik het niet wil vergelijken met reclame -
doet mij daaraan denken.
Ongetwijfeld schuilen in die man goeie kanten
en die noemt hij zelf op.
Zelfevaluatie kan nuttig zijn, maar dan moet die wel volledig zijn
en dus ook aandacht hebben
voor onvolkomenheden, fouten en zonden.
De tollenaar gaat anders te werk
en durft ten volle erkennen waar zijn fouten zitten.
Het wordt een gebed zonder veel vertoon,
want niemand loopt graag te koop met eigen falen.
Lucas geeft Jezus’ woorden zo mooi vertellend weer
dat we niet anders kunnen dan instappen in het verhaal.
Instappen in dat verhaal betekent ook:
beseffen dat we trekjes hebben van de farizeeër én van de tollenaar.
Soms zelfingenomen om wat we toch zo goed doen,
dan weer verlamd omwille van ons falen.
Mocht de zelfingenomenheid plaats ruimen voor meer nederigheid
en de erkenning van onze zonden een eerste stap zijn
om ons toe te leggen om méér van het goede boven te laten komen.
Laat ons vooral eerlijk zijn met onszelf en tegenover God.