30e zondag door het jaar C - Bijbelzondag (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

Toen ik een jaar of 18 was ging ik de deur uit, op kamers wonen. U weet wel, je bent jong en je wil wat… Je wil je eigen leven beginnen, je verdient je eigen bescheiden salaris en je ziet uit naar de vrijheid die je bij je ouders niet hebt. En dan moet er natuurlijk het een en ander gebeuren. De kamer moet ingericht worden: vloerbedekking, schilderen, meubeltjes, gordijnen… Kortom ik wilde een plek voor mijzelf maken waar ik kon wonen en leven.

Omdat mijn man en ik geen auto hebben reizen we vaak per trein. En vooral als je op vrijdagmiddag of vrijdagavond in de trein zit is het verschrikkelijk druk. Je ziet jongeren met grote tassen op reis. Op reis naar huis. Op reis naar het huis van hun ouders. Waar moeders de was zal doen, die op zondagavond gewassen en gestreken moet zijn want dan gaan ze weer weg, op weg naar het studentenleven in een andere stad.

Je bent op leeftijd en het gaat allemaal niet meer zo makkelijk. Boodschappen doen is lastig want hoe krijg je je spullen de trap op? Het schoonmaken daar heb je iemand voor maar die doet het nooit zoals je het zelf zou doen. De dokter komt aan huis want er naar toe gaan gaat gewoon niet meer. Gelukkig heb je telefoon want dat is het draadje naar de buitenwereld, naar je vriendin die je al jaren kent, naar je kleinkinderen die het druk, druk, druk hebben. En op een dag voel je zelf dat het niet meer gaat. Je zit dagen alleen en het zou beter zijn dat je ging verhuizen, ergens naar toe, ergens anders naar toe.

En dan is het zover. Alles is geregeld, je hebt een indicatie, je kamer is geschilderd en behangen. Je vloerbedekking ligt… je gaat verhuizen. Je gaat verhuizen naar een vreemd huis waar vreemde mensen wonen, een huis waar je iedere keer weer andere gezichten ziet en waar een ander weet wat goed voor jou is. Je voelt je er niet thuis…

Je kunt maar moeilijk wennen. Je ziet je eigen buurtjes niet meer, dat meisje aan de overkant wat zo leuk buitenspeelde, de kinderen op weg naar school. Je hebt een huis maar geen thuis want thuis is ergens anders… was ergens anders want het is er niet meer.

Wat geeft een mens het gevoel dat je thuis bent? Ik denk allereerst als je warmte en hartelijkheid voelt. Als je voelt dat mensen om je geven en het belangrijk vinden dat je bijvoorbeeld samen met hen eet, koffiedrinkt. Een mens voelt zich thuis als je kunt zijn zoals je bent. Dat je mag lachen, mag huilen, dat je je niet hoeft in te houden en niet in je schelp hoeft te kruipen omdat je bang bent voor de reactie van anderen. Thuis een plaats waar een sfeer heerst, waar je je op je gemak voelt. Waar je kunt doen waar je je goed bij voelt, waar je aanvaard wordt.

We hebben gehoord over Abraham, de nomade, de zwerver. Hij heeft de stem van God gehoord: “Ga uit je land, uit waar je geboren bent, uit je vaderhuis naar een ander land dat ik je zal laten zien.”

Hij woonde in de stad Haran, tussen de Tigris en de Eufraat, ook wel tweestromenland genoemd. De bakermat van onze beschaving waar men ook het schrift heeft uitgevonden. Abraham ging en waarom?

Hij moet het moeilijk gehad hebben met die goden en godinnen, die bij hem daar vereerd werden… die men moest proberen gunstig te stemmen en te sussen door allerlei offertjes en beloftes.

Hij weet zichzelf geroepen: ‘Trek weg uit je land, verlaat je familie…’ En God voegt bij die roeping nog een belofte van vriendschap: ‘Ik zal je tot een groot volk maken… Ik zal je zegenen… en een bron van zegen zul je zelf zijn…’

En wat doet Abraham? Hij gaat op tocht zonder te weten waar naartoe. God heeft hem geroepen en dat is hem genoeg. God zal hem wel brengen waar hij moet zijn.

Dat is nogal wat. Ergens naar toe gaan, weg van de streek waar je vandaan komt, weg van je familie…. En niet zoals wij die in de auto of de trein kunnen stappen om er elk weekend of regelmatig terug te keren. Nee, weggaan ergens anders naar toe om je daar te vestigen.

Daar is heel veel moed voor nodig.

Er is heel veel moed voor nodig om nieuwe wegen te gaan. Blijven bij het oude, het comfortabele is wel zo veilig. Je weet waar je aan toe bent. De omgeving is je vertrouwd, je kent de mensen. Eigenlijk vertrekt Abram met niets anders dan de belofte naar dat verre land Kanaän. Abram gelooft God op zijn woord.

Daarna vereerde hij niet langer de god van de maan, die in donkere nachten de nomaden de weg wees. Hij vereert nu die ene God, de Eeuwige, die niet gebonden is aan een bepaalde plaats.

De God die met de mensen mee op weg gaat.

Een menslievende God, die als een nomade mee optrekt..

De God die zich bekend maakt als de God van Abraham, Isaäk en Jakob.

Niet een natuurgod, maar een God die als de Schepper ook de zon, maan en sterren tot aanzien riep.

Het valt niet mee om je op een vreemde plek thuis te voelen. Er is heel wat moed voor nodig om te gaan en niet te weten wat je te wachten staat.

Wat ik weet is dat het uitmaakt als je voelt dat God met je mee gaat. Dat God met je mee gaat het onbestemde tegemoet. Dat Hij er is en altijd zal zijn.

We hebben in dit huis een hospice. Een afdeling waar mensen van buiten komen om te sterven. Ik heb daar veel gesprekken met hele zieke mensen die vaak pas sinds kort weten dat ze nog enkele, weken, enkele dagen of uren te leven hebben. Ook zij zijn vaak bang om te gaan, het onbestemde tegemoet. Voor de een eindigt het leven met niets daarna. De ander is vol vertrouwen en gelooft op een goede bestemming. En de volgende weet het niet twijfelt, is bang. Als men dan vraagt om te bidden, om een ritueel, dan lees ik vaak de prachtige psalm 121 die eindigt met de woorden “en waar je ook gaat of staat, God zal je behoeden voor eeuwig”.

En daar geloof ik ook in en Abraham leert het ons. Vertrouw op de Eeuwige en dan zul je je bestemming bereiken, dan zul je thuis komen. Ook al weet je niet waar je heen gaat, ook al zie je allemaal beren op je pad en ben je bang voor het onbekende…

God, de God van Abraham, Isaak en Jacob die met de mensen mee op weg gaat, zal er zijn. Hoe dan ook.

Amen.\

Zoeken in Preken Online