De farizeeër en de tollenaar (2004)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

Deze parabel (Lc 18,9-14) vinden we alweer alleen bij Lucas, die graag de voorliefde van Jezus voor de zondaars in het licht zet. Jezus is een geniale verteller die in zijn frappante tegenstelling bijna een karikatuur maakt van de farizeeër.

I. Laten we deze contrasterende figuren even van dichtbij bekijken:
\

    1. De farizeeër komt ons voor als een aanzienlijk man, de roem van de synagoge: (a) Hij staat vooraan met opgeheven hoofd en handen, terwijl hij zijn woorden half hoorbaar murmelt (zoals Hanna de moeder van Samuel): de perfecte gebedstechniek van die tijd; (b) hij dankt (veelmeer dan smeken): * omdat hij zich van zonde heeft onthouden (lang niet als die tollenaar, die thuis hoort bij het schoremorie en janhagel en niet in de tempel); * en omdat hij veel goeds heeft gepresteerd (veel meer dan zijn strikte plicht): hij vast 2 x per week volgens de Joodse devotievasten ( maandag en donderdag ), waar slechts een dag per jaar voorgeschreven was (Yom Kippoer, de grote verzoendag); hij betaalt bovendien 2 x zijn tienden (dubbele BTW) ten goede van de Joodse gemeenschap. – Waarlijk een “vir justus”, een rechtvaardige die leefde van de vreze Gods !
      \
    1. De tollenaar daarentegen is in de publieke opinie een gehate schurk, wiens leven uitpuilt van schandaaltjes (als ontvanger van de accijnzen heeft hij de mensen uitgeperst voor eigen zak en de armen nog armer gemaakt; hij werd in een adem genoemd met het zootje van publieke vrouwen, geloofsafvalligen en heidenen: (a) hij blijft op afstand staan, zonder enige gebedstechniek; hij staat er zoals hij is: met een gebroken hart, verpletterd onder zijn verleden (zijn leven is een puinhoop, moreel uitzichtloos); herstellen kan hij niet meer (hoe kan hij nog nagaan wie hij bedrogen heeft ? Zijn kwaad is weg met de wind). Hoe kan hij nog vergeving krijgen ? (b) Zijn gebed is enkel een vers uit ps 51: “God, wees mij zondaar genadig.” (Kyrie Eleison).

      II. De ontknoping is verbluffend: de tollenaar ging gerechtvaardigd heen, de farizeeër niet. Daarmee trapte Jezus heel wat aanzienlijken op de tenen. Waarom die voorkeur ?
      \
    1. Wat de farizeeër deed was inderdaad op zichzelf uiterst voortreffelijk. Hij doet denken aan de rijke jongeman (Lc 18, 18-30) , eveneens een farizees type: hij heeft de wet tot in de puntjes nageleefd, onberispelijk. Beide farizeeers gaan groot op hun daden: dit is zelfgerechtigheid. Ze hebben zelf op eigen kracht hun heil verzekerd ( de kwaal ligt in de eigengereidheid, in de zelfvoldaanheid, in de hoogmoed ). En bij deze eerste met groot misprijzen voor de zondaar. - Hetzelfde doet zich vandaag voor in omgekeerde zin: men gaat er fier op geen katholiek meer te zijn, niet meer te pratikeren, niet meer met de Kerk rekening te houden: men is tegenover de geloofsgemeenschap als geëmancipeerd,en autonoom (en dat wordt overal fel in de verf gezet ) . Getekend met hetzelfde misprijzen voor wie nog gelooft of bidt. Een toppunt vandaag is de verwijdering van Rocco Buttiglione als kandidaat eurocommissaris, omdat hij bekend heeft rooms-katholiek te zijn. – Toen ik destijds het geluk had eens Mgr Helder Camara te ontmoeten, vertelde hij mij dat hij tijdens het concilie met zijn hand zijn arm houten borstkruisje bedekte voor de fotografen, die hem in de media wilden contrasteren met vele andere bisschoppen die zilveren of gouden borstkruisen droegen. Hij zei me: “Ik moest mij beschermen tegen de hoogmoed van de nederigheid” (valse nederigheid). En toen ik hem zei: “Hoogmoed is zelfbedrog, illusie", vulde hij aan: “Hoogmoed is bij ons een tekort aan verstand”. De hoogmoed is vaak zeer geraffineerd. “Laat de wijze zich niet roemen op zijn wijsheid” (Jer. 9,22).
      \
    1. De tollenaar echter komt naar voren met een nederig hart. Hij erkent zijn zondig leven. Hij praat het niet goed. Zondebesef gaat samen met Godsbesef. Het doet me denken aan de gekende zangeres Edith Piaff (een roem in de wereld van het chanson; bekend om haar lied: “Je ne regrette rien” = “Ik heb er geen spijt van”). Zij schreef in haar postuum testament, gepubliceerd in “Paris Match”: “O mijn God, hoe heb ik spijt vandaag. Hoe graag zou ik alles overdoen vanaf het nulpunt… Ik herontdek de nood aan zuiverheid; ik was onrechtvaardig, opvliegend, autoritair… Ik vraag U om vergeving.” - Gods voorkeur gaat naar de zondaar. Het woord van de oude kluizenaar Sarmatas: “ Ik verkies iemand die gezondigd heeft, spijt heeft, en anders gaat leven; dan iemand die niet gezondigd heeft, en er zelf goed van bewust is” (alsof hij het heeft geklaard zonder Gods genade). Dom Jacques Dupon schreef in zijn groot werk over de zaligsprekingen bij de 60 pagina’s over de voorrechten van de zondaar. Het groot voorrecht is dat de zondaar in het uitspreken van zijn ellende Gods hart raakt en beroert. God is immers een God en liefde en barmhartigheid. Barmhartigheid is het eigene van God: “ Want God ben Ik en geen mens.” (Hosea, 11, 9). Amen.

Zoeken in Preken Online