30e zondag door het jaar C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

Zusters en broeders,

In die dagen hield meneer pastoor zijn gelovigen de volgende gelijkenis voor: “In die tijd kwam Jezus naar de wereld om te zien hoe het eraan toeging, en dit keer was Vlaanderen aan de beurt. Hij kwam terecht in een niet onaardige buurt. Toen een auto van achter Hem in plots de oprit van een niet onaardige villa opreed, schrok Hij even. De chauffeur stapte uit en keek Hem aan met een air van ‘Hoe durf jij op mijn voetpad lopen als ik met mijn auto mijn oprit inrijd!’ Maar Jezus zei: ‘Vrede zij u.’ ‘Wat brabbel jij nu?’, zei de man verveeld, en Hij dacht: Weer eentje die ontsnapt is. Maar Jezus herhaalde: ‘Vrede zij u. Ik ben Jezus.’ De man keek Hem ongelovig aan. Toen toonde Jezus hem zijn handen en zijn voeten. ‘Je bent het echt’, zei de man, ‘ik had Je niet verwacht. Waarom heb Je niet gebeld?’ Hij aarzelde even, maar toen nodigde hij Jezus toch maar uit om mee binnen te komen.

Hij was zichtbaar trots op wat hij kon laten zien: een prachtige inkomhal en een living vol schilderijen en antieke meubels. ‘Ga zitten’, zei Hij, ‘ik haal iets te drinken.’ Uit zijn geclimatiseerde wijnkelder bracht hij een bestofte fles naar boven. Zelfvoldaan zei hij: ‘Jezus, zoals Je ziet, boer ik niet slecht. En ’t is allemaal met het werk van mijn eigen handen verdiend. Dus dank ik God dat ik niet ben als de rest van de mensen: nietsnutten, luiaards en lamzakken, of ook niet zoals de doppers die profiteren van het werk van mensen zoals ik.’ Hij schonk zichzelf en Jezus een glas in en vervolgde: ‘Weet Je, Jij hebt ooit gezegd dat het voor een rijke moeilijker is om het Rijks Gods binnen te gaan dan voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen. Wel, ik mag zeggen dat dat op mij niet van toepassing is. Ik ga elke week naar de mis, soms ben ik lector, en elk jaar geef ik honderd euro aan Broederlijk Delen. In heel de kerk geeft niemand zoveel als ik. En ook andere Goede Doelen krijgen telkens wel vijf of tien euro. Niemand gaat hier met lege handen heen. Trouwens, wat vind Je van de wijn? Een Rothschild uit 1968. Die zul Je ook niet elke dag drinken.’

Jezus wist niet goed wat antwoorden. Zwijgend nipte Hij aan zijn glas. ‘Spijtig dat Je niet vooraf gebeld hebt’, zei de man. ‘’t Is niet dat ik Je buiten wil, maar ik moet dringend een paar telefoontjes doen. Je weet wel, zaken, hé. Dus als Je nog eens langskomt, wil Je dan vooraf bellen? Dan kunnen we samen iets gaan eten. Ik ken een paar dure restaurants in de buurt.’

Even later stond Jezus op straat. Een beetje beduusd wandelde Hij verder richting centrum. Hij zag een vrouw die in haar boodschappentas haar huissleutel zocht. ‘Vrede zij u’, zei Hij. Verrast keerde ze zich om. ‘Ik kan het niet geloven’, stamelde ze. ‘Dag Jezus. Wat ben ik blij u te zien.’ ‘Hoe weet jij dat Ik het ben?’, vroeg Jezus. ‘Niemand anders kan zo oprecht en zo gemeend ‘Vrede zij u’ zeggen’, antwoordde ze eenvoudig. ‘Maar kom toch binnen alstublief.’ Ze zei het bijna smekend. Het was een eenvoudig huis waar Jezus binnenging. ‘Ik kan er nog altijd niet bij’, zei de vrouw. ‘Jezus in hoogsteigen persoon in mijn huis. Wees welkom, Jezus, echt welkom. Ik kan het niet genoeg herhalen. Je blijft toch eten? Toe, doe me het plezier. Voor één keer dat je hier bent.’ Opnieuw keek ze Hem bijna smekend aan. ‘Als jij dat graag wilt …’ antwoordde Jezus. ‘Maar natuurlijk wil ik dat graag. Ik ben zo blij dat het woensdag is, dan ben ik thuis voor de kinderen. De andere dagen ga ik werken.’ Even zweeg ze, en toen zei ze bijna beschaamd: ‘Jezus, ik hoop dat je het niet te min vind, maar ’s woensdags zijn het hier altijd frieten met worst en sla of witloof. De kinderen hebben dat graag. Het is niet echt gezond met al dat vet, maar wel voedzaam en niet te duur. Je zult het wel weten, mijn man en ik zijn een paar jaar geleden uit elkaar gegaan. Nu sta ik zo goed als alleen voor onze drie kinderen in, want mijn ex-man wil de alimentatie wel eens vergeten. Behalve ’s woensdags ga ik elke dag poetsen, en zo kunnen we juist rondkomen. Maar ik klaag niet. Veel mensen hebben het veel minder goed dan ik. En ik heb drie schatten van kinderen. Wat zullen ze blij zijn U te zien. Maar wat sta ik hier te babbelen, Je zult wel dorst hebben. Wat mag ik Je aanbieden? Een biertje, een cola, of een limonade?’ Ze drong erop aan dat Hij iets anders zou nemen dan water, maar Hij bleef herhalen dat Hij dat het liefst van al wou.

Ze liep heen en weer tussen de keuken en de woonkamer, bezig met haar eten en tegelijk vol aandacht voor Jezus. Toen kwam ze voor Hem staan, ze klopte zich op de borst en zei: ‘Jezus, wees mij genadig. Soms ben ik ontevreden en ongenietbaar voor mijn medemensen. Soms wordt het me te veel en dan vlieg ik zonder reden uit tegen mijn kinderen. En ja, ik durf al eens een zondag overslaan. Ik weet het, het is allemaal geen goed voorbeeld voor mijn kinderen, maar ik zal van nu af beter mijn best doen. Dat beloof ik Je.’

En meneer pastoor eindigde zijn gelijkens met de vraag: ‘‘Beminde gelovigen, wie van deze beide mensen vond genade in de ogen van God, denk je?’’ En hij voegde er nog aan toe: “Jezus besloot zijn gelijkenis met de woorden: ‘Wie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden.’ Welnu, beminde gelovigen, laten we nederig blijven, nederig van hart tegenover elkaar en nog meer tegenover God. Want dan dringt ons gebed door de wolken heen. Recht naar God. Amen.”

Zoeken in Preken Online