Op verschillende manieren kan men een superieur gedrag waar nemen. Dit vindt plaats bij een voetbalspel, wanneer iemand iedere keer de bal voor de neus van de ander weghaalt onder het motto: jij kunt er toch niets van. Of in een gesprek doen alsof jij de enigste bent die werkelijk wat te zeggen heeft door voortdurend aan het woord te zijn. Of op een receptie alleen met mensen spreken die belangrijke posities innemen. Ook op het gebied van het geloven gebeurt het soms dat de een zich beter waant dan de ander. Dit alles kan heel vervelend zijn. Vaak plaatsen deze mensen zichzelf buiten de kring van mensen. Want van nature hebben wij allemaal iets tegen mensen die zich boven de ander willen stellen en dat uitstralen in woord en gedrag. In plaats van achting te oogsten ziet men minachting en wekken vaker de lachlust op. Men kan iemand op zijn plaats zetten door een verhaal te vertellen met een duidelijke boodschap zonder namen te noemen.
Jezus was daar knap in. Hij kon een verhaal vertellen, waarin hij dit probleem aankaartte op een wijze die iedereen begreep. Zo ging zijn verhaal over een farizeeër, die huichelachtig gedrag vertoonde. Hij liet omstandig zien wanneer hij in gebed was door met grote gebedssnoeren rond te lopen. Hij toonde ook zijn goedheid door op een opvallende wijze iets te geven aan een arme en daarbij een welwillende blik te tonen. Hij nam graag plaats vooraan in de tempel. Maar bij het bidden in de tempel lette hij meer op wie allemaal in de tempel was dan dat zijn aandacht op God gericht was. Hij vergeleek zichzelf met de tllenaar achter in de tempel. Zijn gebed was verre van nederig. “God, ik dank U dat ik niet ben als de rest van de mensen: rovers, onrechtvaardige lieden, echtbrekers of ook als die tollenaar daar. Ik vast twee maal per week en geef tienden van al mijn inkomsten”. De tollenaar was zich bewust van zijn kleinheid. Hij durfde niet omhoog te kijken en klopte zich op de borst, daarbij aan God vragend om barmhartigheid. Jezus prees juist de tollenaar vanwege zijn nederigheid en besloot zijn boodschap met de woorden: wie zich verheft, zal vernederd worden, maar wie zich vernedert zal verheven worden. Dit is een woord dat wij ook in ons leven bevestigd zien.
Veel mensen hebben uit dit verhaal afgeleid dat ze ook achter in de kerk moeten plaats nemen. Ze willen niet opvallen en voor voornaam worden aangezien. Toch vind ik als pastoor het fijn wanneer mensen wat meer naar voren toekomen. Op de eerste banken plaats nemen hoeft niet altijd onbescheiden gedrag zijn. Het kan juist ook een ondersteuning zijn voor een priester. Voor het vieren van de liturgie is het heel erg fijn wanneer je de mensen wat dichter bij je hebt. Het zou jammer zijn om het evangelie van de farizeeër en de tollenaar als een locatieprobleem. Jezus heeft het meer over het gedrag. Door superieur gedrag bestond een grote afstand in de tempel tussen de farizeeër en de tollenaar. Wanneer mensen meer naar voren komen voel je dat meer bij elkaar hoort. Wanneer je spreekt of een gebed zegt voel je meer betrokkenheid, wanneer mensen dichter bij de zitten. De plaats vooraan in de kerk is niet altijd slecht. Bij elke gebeurtenis, of het nu om een kerkdienst, concert of toneeluitvoering gaat, heeft men graag de mensen graag bij de plaats waar het gebeuren plaats vindt. Misschien voor u als geachte lezer toch een overweging om in onze kerkdiensten het schuldcomplex van de farizeeër achter u te laten en wat meer naar voren toe te komen. Het zal voor ons allen een grote vreugde zijn.