De mooie tekst uit de brief van Paulus aan de christenen van Korinthe lijkt wel als gegoten voor de oecumenische bidweek voor de eenheid van de christenen. Zelden is een beeldspraak zo treffend, Paulus vergelijkt de christelijke gemeenschap met het menselijk lichaam. En hij zegt, maar dat lezen we in de uitgebreidere versie:
“Veronderstel dat de voet zegt: ‘omdat ik geen hand ben, behoor ik niet tot het lichaam’, behoort hij daarom niet tot het lichaam? En veronderstel dat het oor zegt: ‘Omdat ik geen oog ben, behoor ik niet tot het lichaam’, behoort het daarom niet tot het lichaam? Als het hele lichaam oog was, waar bleef dan het gehoor? Als het hele lichaam oor was, waar bleef dan de reuk? In werkelijkheid echter heeft God de ledematen en de organen elk afzonderlijk hun plaats in het lichaam aangewezen, zoals Hij het gewild heeft. In feite zijn er vele ledematen, maar slechts één lichaam. Het oog kan niet tot de hand zeggen ‘ik heb je niet nodig’. En evenmin kan het hoofd tot de voeten zeggen ‘Ik heb je niet nodig’. Welnu, gij zijt het lichaam van Christus en ieder van u is een lid van dit lichaam”.
Deze tekst van Paulus is een zeer boeiende tekst, en voor zijn doen een zeer concrete tekst. Ieder heeft zijn plaats in de christelijke gemeenschap, in dat lichaam van Christus.
Hoe bezorgd zijn wij niet om ons eigen lichaam? Er mag nog niet teveel aan schelen of we staan vlug bij de dokter. Zijn we ook zo bezorgd voor dat “mystieke” lichaam van Christus?
Zo ja, dan stellen we alles in het werk om kwetsuren en verwijdering te voorkomen, dan durven we open communiceren over moeilijke onderwerpen; soms slagen we erin oeverloos te praten zonder veel te zeggen en soms worden er ook te weinig woorden gesproken; we weten hoe voornaam luisteren is, we worden immers zelf zo graag beluisterd, doen we dat ook naar anderen? Spannen we ons in om wonden te helen of moeten ze maar wegslijten? Geven wij plaats aan kritisch denken, opheldering, verzoening, begrip, uitklaring?
God sloot met ons een verbond, een liefdesverbond. Een verbond, dat gaat over liefhebben zonder voorwaarden. Wij zouden misschien eerder denken aan en contract, maar dat is iets anders, dat staat namelijk vol voorwaarden.
God’s liefdesverbond nodigt ons uit om betrokken te leven op elkaar en dat betekent: pijn hebben aan de pijn van anderen, vreugde beleven in het feit dat we samen op weg zijn.
Wij kunnen ons verheugen in het feit dat onze parochie leeft en niet overleeft, dat in onze parochie op vele vlakken serieus gewerkt wordt en ik ga me niet aan een opsomming wagen uit vrees er één te vergeten. Deze goede samenwerking mag echter niet leiden tot cocooning, ons knus nestelen in het eigen parochietje.
De oecumene, waaraan we tijdens deze bidweek bijzonder denken nodigt ons uit als kerkgemeenschap breder te kijken. Wij hebben immers als kerkgemeenschap inderdaad heel wat te bieden.
Onze huidige maatschappij voert de persoonlijke vrijheid hoog in het vaandel, er zijn zoveel keuzemogelijkheden waar een mens voor komt te staan dat die mens opnieuw slaaf wordt en moe van het moeten kiezen (en wie niet kiest, kiest toch).
Mensen helpen opdat zij zouden komen tot persoonlijke en bewuste keuzes waarin zij hun eigen verantwoordelijkheid aanvoelen, is een buitengewone en zeer eigentijdse opdracht voor ons als kerkgemeenschap. Wij kunnen mensen ruimte bieden en kansen geven om uit hun individualisme los te komen.
Als ik het Evangelie er nu bijneem dan zegt Jesaja:
“Ik ben gezonden om aan armen de blijde boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer”,
en Jezus bevestigt dat dat schriftwoord in vervulling is gegaan.
Die armen, die gevangenen, die blinden, die verdrukten; wij zijn geneigd er een geestelijke, een symbolische uitleg aan te geven maar in de tijd van Jesaja mocht je’t zeker ook letterlijk interpreteren. Jezus neemt de tekst van Jesaja over, Hij kan daar een geestelijke betekenis aan toegevoegd hebben maar Hij zal zeker niet de letterlijke betekenis verwaarloosd hebben.
Jezus bevestigt, er gaat van Hem een bevrijdende ervaring uit, een bevrijdende boodschap.
En is het niet de bedoeling dat wij Jezus werk voortzetten? Zijn en ook onze droom waarmaken?
Zo mogen we ook denken aan de eenheid en verbondenheid onder de grote christelijke kerken. Na eeuwen van ruzie en verwijten zijn we stilaan naar elkaar aan het toegroeien. We hebben elk onze eigenheid. De orthodoxe oosterse kerken zijn zeer getalenteerd voor hun wondermooie liturgie, de protestantse kerken hebben een bijbelvastheid die we mogen bewonderen en zij kijken met waardering naar de daadkrachtige solidariteit van onze kerken.
Ook hier zou Paulus goedkeurend knikken en er aan toevoegen:
“Als jullie bidden voor de eenheid onder alle christenen, laat het dan ook eenheid in verscheidenheid zijn, kijk meer naar wat jullie bindt dan naar wat jullie scheidt en groei zo naar een harmonische samenleving. Het lichaam van Christus is een dynamisch proces, het vraagt ùw actieve inzet, verwacht niet alles van anderen.”
Laten we ons dan ook inzetten voor een meer broederlijke en zusterlijke gemeenschap. We weten dat er al zeer veel gebeurt en daar mogen we dankbaar voor zijn. Maar we beseffen ook dat er nog veel meer kan gebeuren, zowel in de parochie als in de grotere christelijke gemeenschap. Als hoopvolle mensen kunnen we daar vandaag voor bidden. Amen.
Voor inleiding en slot maakte ik dankbaar gebruik van de inbreng van Jan Lerouge.\
3e zondag door het jaar C (2007)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 3e zondag · groen