3e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 3e zondag · groen

Tweede zondag door het jaar C: Het wijnwonder te Kana (Jo. 2, 1-12)

Tielt, 20 januari 2013

Wat een geluk dat in Jezus’ tijd de huidige anti-alcoholwet niet bestond en dat er voor een reis op een kameel geen rijbewijs verplichtend was. Want alle genodigden op die fameuze bruiloft te Kana hadden zeker meer dan 0,5 pro mille in hun bloed na het drinken van zoveel wijn. Want, zo hoorden we in het evangelie, als ze al goed gedronken hadden, veranderde jezus nog 6 kruiken water in wijn, 6 kruiken elk van ongeveer 100 liter; omgerekend is dat 800 flessen. Dat alles als ze al veel gedronken hadden! En er was niet alleen wijn in overvloed, maar daarenboven wijn van zeer hoge kwaliteit: un premier grand cru classé! Jezus was blijkbaar geen saaie Piet, maar een vrolijke Bourgondiër.

Het wijnwonder te Kana is het eerste, het best gekende, het plezantste maar misschien het minst begrepene mirakel van Jezus.

In het Sint-Jansevangelie moeten we altijd naar de diepere betekenis peilen. Wonderen zijn tekenen die iets zeggen over wie Jezus is. De kunst is ze te verstaan.

De 6 stenen kruiken uit het verhaal waren bestemd voor de Joodse reinigingsgebruiken. Ze zijn het symbool van de Joodse wet en van het Oude Testament. Die kruiken van de wet van Mozes, die wet met al haar wijsheid en leven gevende woorden, die kruiken stonden leeg. Geen wonder dat het feest van het leven niet kon slagen!

Nu moet je goed acht slaan op wat Jezus doet. Hij zegt niet: “Sla die stenen kruiken kapot; weg met het oude!” Neen! Hij zegt: “Doe die kruiken vol water.” En dan staat er veelbetekenend te lezen: “Ze vulden ze tot bovenaan toe.” Dan pas verandert Jezus het water in wijn. Hij is immers niet gekomen om het oude af te schaffen, maar om het tot volmaaktheid te brengen.

Daar steekt veel wijsheid in voor de geloofsbeleving op onze dagen.

Vele moderne mensen menen de hedendaagse geloofscrisis te kunnen oplossen met breekijzer, hamer en bijl, of minstens met nijptang en kapmes. Met frisse ijver slopen of ondermijnen ze onmisbare steunmuren. Waardevolle stukken uit het verleden worden naar de vuilnisbelt gevoerd en het kind wordt met het badwater weggegoten.

Anderen, ook goed menende jongeren, kiezen klakkeloos voor het radicale herstel van het geloof zoals het vroeger was. Ze zijn de bevraging beu en schaffen daarom de vragen af. Ze verkiezen de zogezegde zekerheid boven het zoeken naar de waarheid. De oude vormen van devotie moeten volgens hen onverkort in eer hersteld worden. En ze zitten vast in een voorbijgestreefde theologie en spiritualiteit. Het aantal voorstanders van die restauratie is groter dan we denken. Er is file op de vluchtwegen naar het verleden. Ze willen het oude geloofshuis in de oorspronkelijke staat herstellen en zelfs het hekken aan de oude stijl laten.

Jezus laat zich niet klasseren in één van beide kampen: noch in dat van de progressieven, noch in het kamp van de conservatieven. Geen jota of stipje van het Oude Testament schaft Hij af, maar Hij steekt er een nieuwe geest in: Hij doet de kruiken van het Oude Testament vullen met water, dat Hij in wijn verandert. Hij geeft het leven, de vreugde. Johannes schrijft het in het eerste hoofdstuk van zijn evangelie zo: “Werd de wet door Mozes gegeven, de genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus.” Dan kan het feest van het leven beginnen, dan komt er wijn in overvloed en van zeer hoge kwaliteit.

Wijn is symbool van vreugde, vreugde die zoveel mensen op onze dagen missen, misschien omdat ze vergeten wat in het evangelie staat.

Die 6 kruiken moeten we eerst zelf vullen. God kan ons pas helpen als we eerst zelf gedaan hebben wat we kunnen. We moeten eerst zelf vullen eer God kan vervullen.

Dat slaat op heel ons leven met al zijn problemen en waarden: de vrede, de minzaamheid, het probleem van de armoede, het verdriet, de eenzaamheid, de menselijke relaties, enz…

Op de bruiloft te Kana waren er ook veel genodigden om in de vreugde van het bruidspaar te delen. Is het individualisme in vele gezinnen, het corporatisme in de instellingen en bedrijven, de bitsige kortzichtigheid in politieke partijen, de beslotenheid in vele vriendenkringen, enz… niet het drama van onze samenleving? Vreugde en geluk zijn pas echt mogelijk als je je niet opsluit in je egoïstische bunker maar ze deelt met anderen.

Het water in de 6 kruiken werd, door Jezus’ toedoen, wijn van hoge kwaliteit. Er is blijkbaar veel plezier in onze wereld. Maar plezier is oppervlakkig, ruikt vaak naar egoïsme en is kortstondig. Vreugde is diepgaand, is de vrucht van de liefde en houdt stand ook in moeilijke omstandigheden

Tenslotte waren ook Jezus en Maria op het bruiloftsgeest aanwezig. Maria zei aan de knechten: “Doe maar wat Hij je zeggen zal.” Jezus heeft ons veel te zeggen over de manier waarop wij het geluk najagen en om ons waterachtige en snel verwaterde plezier in wijn van duurzame levensvreugde te veranderen.

Toen aan de H. Ireneus van Lyon de vraag gesteld werd of al de wijn te Kana werd uitgedronken, antwoordde hij: “Neen, niet alles werd uitgedronken, wijzelf drinken er nog van.”

Dat doen we inderdaad in elke eucharistieviering. Het feest is niet voorbij! We leven nog van wat Jezus ons aanreikt!

G. Buyse, pastoor-deken em. Tielt


Homilie op de 3e zondag door het jaar C: Ontroering in de kerk

(Neh. 8, 1-4a.5-6.8-10 en Lc. 1, 1-4; 4, 14-21

Tielt, 27 januari 2013

Alle grote godsdiensten of wijsgerige strekkingen hebben hun geschriften: de Koran, de Boeddha-verhalen, de Bijbel… Sedert eeuwen wordt er altijd weer uit voorgelezen om aan de leerlingen van elke tijd, van elke religie, te leren hoe ze moeten leven. Jezus leest voor uit de Bijbel in een kleine volkse synagoge in zijn geboortedorp Nazareth. De priester Ezra leest het boek plechtig voor aan een grote massa op een plein in Jerusalem. Ontroering grijpt de mensen aan.

Er zijn omstandigheden waarop ook wij door ontroering aangegrepen worden, vaak in tegenstrijdige omstandigheden: als we erg ongelukkig zijn of meevoelen met mensen die lijden onder oorlogsgeweld of een natuurramp, maar ook als we intens gelukkig zijn. Je kan wenen van geluk of trots om een uitzonderlijke prestatie, als je erg dankbaar bent over wat je te beurt viel, maar evenzeer als je spijt hebt van iets dat je deed of gezegd hebt, als je bedroefd bent of gekwetst of vernederd. Maar mensen wenen ook dikwijls als ze getroost en bemoedigd worden.

Bij de ene mensen zijn de traanklieren meer gevuld, anderen zijn koele kikkers of hebben geleerd hun gevoelens te verbergen. Het is niet altijd een kwestie van tranen. Wie meest schreit is niet altijd meest ontroerd. Soms zijn het krokodillentranen.

Maar wordt er in de kerk nog geschreid? Iemand zei dat de kerk nog een van de weinige plaatsen is, behalve hopelijk thuis, waar je je tranen de vrije loop kan laten, waar je ontroerd kan en mag worden, omdat je daar woorden hoort die in de harde wereld verworpen of doodgezwegen worden. In veel middens, zelfs bij jongeren en vrienden, zijn gevoelens taboe. Je bent beschaamd daarover te spreken. Je wordt weggehoond.

Wanneer de Bijbel wordt voorgelezen en, zoals bij Ezra, door medewerkers op een heldere, menselijke manier wordt uitgelegd in een warme kerkdienst, dan kun je nog ontroerd worden. Blader maar lukraak in de Bijbel: in het Boek Ruth, in de psalmen, bij Jesaja, bij de oude Simeon in de tempel, enz…

De ontroering kan nog sterker worden als je inziet dat die oude verhalen over jezelf gaan. Zo was ik een paar weken geleden onder de indruk van een interview in het weekblad Knack met de Braziliaanse bevrijdingstheoloog Leonardo Boff, die, spijtig genoeg, in Brazilië snel overhoop lag met de kerkelijke hiërarchie, omdat hij vanuit een marxistische inspiratie de kant koos van de armen en de uitbuiting aanklaagde van de arme bevolking door de militaire dictaturen, die het toen in Zuid-Amerika voor het zeggen hadden. Hij deed nochtans niets anders dan wat Jezus aan zijn leerlingen zei in de synagoge van Nazareth: : “De Geest des Heren is over mij gekomen… Hij heeft me gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat ze zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid.” Dat hebben vele edelmoedige mensen in de loop van de kerkgeschiedenis consequent beleefd. Denk maar aan de vele priesters, religieuzen en stille werkers die zich in de loop der eeuwen onbaatzuchtig ingezet hebben voor armen, zieken, gehandicapten, mensen aan de rand van de maatschappij… Denk maar aan onze missionarissen, aan een Pater Damiaan, en, dichter bij ons, aartsbisschop Romero in El Salvador, een Mother Teresa of Zuster Jeanne Devos in India. Ontroerend mooi! Maar, spijtig genoeg, zo tegengesteld aan wat Kardinaal Martini in zijn geestelijk testament van eind augustus aan de Kerk verweet: “het bureaucratische kerkelijke apparaat en de pompeuze gewaden van de Kerk.” Leonardo Boff zegt in dat interview heel radicaal: “De katholieke kerk kwam in de hele geschiedenis altijd goed overeen met de rijke klasse. Ze zweeg te lang over fenomenen zoals uitbuiting en onderdrukking en werd zo medeplichtig.” Dat werd hem niet in dank afgenomen. Geen wonder dat hij uitgetreden is. Spijtig! Want hij was in goed gezelschap. Want ook Kardinaal Martini schreef in zijn geestelijk testament: “Ik raad de paus en de bisschoppen aan op de belangrijkste posten 12 mensen te benoemen die buiten de lijnen kleuren: mensen die dicht bij de armste mensen staan, omringd zijn door jongeren en nieuwe dingen beleven.”

We kunnen veel leren van de jonge kerken in de Handelingen van de apostelen en van die in de missielanden, die misschien veel dichter bij Jezus’ Blijde Boodschap staan dan onze Westerse Kerk. En niet alleen bij Jezus’ Boodschap. Er heerst daar veel meer warmte en ontroering. Een Rwandees meisje, van wie ik het huwelijk mocht inzegenen, zei me: “De Vlaamse en Europese zondagskerken lijken meer op kerkhoven. Het is er zo koud en kil, vergeleken met de zondagsvieringen bij ons.” Er is te weinig vreugde bij onze westerse christenen. Ze lijken op supporters van een voetbalploeg die elke week verliest. Ook de gemeenschapszin van vroeger ging grotendeels verloren. We zijn niet meer zoals die ranke herten die elkaar instinctief helpen door hun zwaar gewei bij het oversteken van een snel stromende rivier op elkaars rug te leggen. Bij ons moet iedereen midden de algemene onverschilligheid zijn eigen riviertje maar oversteken naar de overzijde. Zo tegengesteld aan wat Paulus schreef in zijn eerste brief aan de Korintiërs, die we vandaag beluisterd hebben.

Er zijn veel sterke, ontroerende woorden in de Bijbel die ons ook tijdens de kerkdienst niet raken: we beschermen ons ertegen, omdat we voelen dat we anders ons leven zouden moeten veranderen. De weelde en de overvloed schermen ons af tegen die Bijbelse woorden.

Er bestaat een oud gebed onder de titel: “Gebed om de gave der tranen te bekomen.” Een mooi gebed om ontroerd te worden, om geraakt te worden, om open en ontvankelijk en kwetsbaar te zijn.

G. Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online