De eerste lezing doet ons versteld staan
als we horen hoe het volk van God uren na elkaar
geboeid kon blijven luisteren naar schrift- en wetteksten.
Diep in hen bracht het ook iets teweeg.
Dat kwam omdat ze echt hun God aan het woord hoorden,
al was het uit de mond van hun priester.
Jezus schrijft zich in in die joodse traditie
wanneer Hij op de sabbat voorleest uit de schrift.
Hij kiest niet lukraak een tekst, Hij leest uit Jesaja!
Want Hij wil een lange lijn doortrekken en geeft aan:
“Wat jullie voorvaderen eeuwenlang gelezen en gehoord hebben,
wel, dat gaan jullie vanaf nu beleven.”
De dingen nieuw en mooi laten worden,
dat moeten we niet op ons eentje proberen.
Daarvoor moeten we samen aan de slag,
met één zelfde bezieling,
als radertjes in één groot instrument.
Als er ééntje uitvalt, dan valt alles stil.
We hebben mekaar nodig, sterken en zwakken,
zoals in Paulus’ voorstelling:
allemaal verschillend,
maar allemaal ledematen van het zelfde lichaam.
Wij luisteren geen uren naar Bijbelteksten;
de zondagsviering vraagt maar een korte aandacht van ons.
Laten we daarom intens luisteren naar elk woord uit de Schrift
- dat blijft de basis! -
en naar elk woord dat ons als duiding aangereikt wordt.
Doordrongen van het Woord mogen we dan in vreugde
aanzitten aan de tafel van de Heer.
2012-2013 - C3