3e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 3e zondag · groen

Dag iedereen,

ik kreeg gisteren de power-point toegestuurd voor de viering van het komende weekend in de gevangenis PCB Brugge waarin ik mag voorgaan. Er wordt - wanneer de liturgische werkgroep mee voorbereidt - een heel jaar lang gewerkt, niet vanuit het evangelie van die zondag, maar rond een ‘figuur’, en deze keer werd er gekozen voor Paulus, en met name voor het verhaal van zijn bekering (Feest op de liturgische kalender: zaterdag 25 januari).

In bijlage stuur ik even de teksten door en de toespraak die ik wil houden - eerst wat breder uitgeschreven, en dan in vier stukjes verkort en in het Frans en Engels vertaald. Mieke Bossuyt van de liturgische werkgroep heeft de power-point gemaakt - en ze doe dat schitterend.

Ik weet dat dit materiaal waarschijnlijk nergens door iemand direct kan gebruikt worden. Maar toch wil ik het even doorsturen, omdat ik ‘delen’ belangrijk vind, en in die zin ook af en toe wil ‘mee-delen’ wat we in de vieringen in de gevangenis aan boodschap willen meegeven aan de mensen die naar de vieringen komen (dat zijn er toch altijd een 100-tal in het totaal, mannen en vrouwen - wij zijn zodoende zowat de beste parochie van het bisdom, waarin zowat 12 procent van de inwoners regelmatig pratikeert…

Zie maar of iemand ‘van buiten’ daar iets aan heeft.

Met hartelijke groet - verbindend verbonden,

geert

Bekering van de Heilige Apostel Paulus

PCB Brugge – zaterdag 25 en zondag 26 januari 2025

Toespraak

Sta op en ga… (Handelingen 9, 6)

Paulus, de christenhater, de harde man van de wet en van het juiste geloof, is op weg naar Damascus, om daar een aantal mensen willekeurig te gaan oppakken. Dat was zijn werk, vond hij, zijn heilige opdracht, zijn missie. De goeden van de kwaden scheiden, en schoon schip maken met alles wat niet klopte met de Wet.

En omstreeks het middaguur – laat ons zeggen dat het vijf vóór twaalf is op het polshorloge van zijn leven – staat hij plots in het felle licht dat uit de hemel komt. En hij valt van zijn paard – dat wil zeggen: hij verliest zijn vertrouwen op alleen maar zijn eigen kunnen, hij wordt ineens met zijn beide voetjes op de grond gezet: weg man-en-macht, weg eigendunk en eigenwaan, weg hoogmoed en pretentie, weg alles wat je zo goed dacht in handen te hebben, de illusie dat je zelf de koers van je leven zou kunnen bepalen en de mensen om je heen zou kunnen maken en breken naar eigen goeddunken…

Ieder die hier zit in de kapel, die kent dat wel. Dat je ineens van je paard wordt geslagen. Dat je valt en valt en valt, tot in de diepste diepte van het niets en niemand meer zijn. Dat je als het ware met blindheid geslagen bent – je kunt en wilt het helemaal niet meer zien, wat er gebeurd is in het verleden. En wat de toekomst betreft: je ziet het helemaal niet meer zitten… En dat doet allemaal heel veel zeer.

Dan wordt Paulus van de grond opgeraapt, en hij wordt geroepen om mee te gaan naar Damascus, en daar kennis te maken met de christenen die hij vervolgde. Met angst en tegenzin neemt hij het risico. Hulpeloos en verblind laat hij zich leiden door enkele mensen die hem van zijn paard hebben zien vallen, en die hem willen opvangen. Waarom? Daarom. Omdat ze het niet kunnen verdragen dat een mens verdrinkt en verzinkt in zeven zeeën van ellende, onmacht en verdriet. Want zo zijn échte christenen…

Bij die christenen die hij zo hardnekkig vervolgd had – die vrijdenkers in het spoor van Jezus van Nazareth – hoorde hij iets over de vrijheid van de kinderen Gods. Men vertelde hem hoe Jezus voortdurend tot Zijn leerlingen zei dat ze niet bang hoefden te zijn, voor niets en niemand. Hij hoorde hen de parabels van Jezus navertellen over de vogels in de lucht en de bloemen op het veld. ‘Werp al je zorgen op de Heer. Want Hij draagt zorg…’ zeiden ze hem. En Paulus hoorde er ook voor het eerst spreken over de Geest, de Adem Gods, die zorgeloos waait waar Hij wil…

En na drie dagen begint hij al iets beter te zien. Hij ziet en ervaart in elk geval dat christenen geen slechte mensen zijn – integendeel. En hij bekent kleur en kiest voor Jezus van Nazareth.

Zo kan dat soms gebeuren: midden in het leven, ergens op een kruispunt, een cruciaal moment, roept God de mens om op te staan, om zich te laten raken door het stralende licht van de genade, om ‘zich te bekeren’ zoals dat heet – dat wil zeggen: om van koers te veranderen, om een heel nieuwe weg te durven inslaan. Paulus moest ten einde krachten komen om eindelijk te leren zien dat een mens slechts gered wordt door geloof, door overgave en door zich toe te vertrouwen.

Midden in dit leven, in deze chaotische tijd van onrust en angst hier in de gevangenis, midden in die sfeer van onzekerheid en storm, van twijfel en strijd, roept de God van Jezus ook jou op om kleur te bekennen, om te kiezen voor een nieuwe toekomst en om een radicaal andere weg in te slaan.

We mogen ons daarbij laten leiden door een paar mensen die het goed met ons voor hebben. Mensen zoals Ananias, die niet bang zijn van mij, die mij komen opzoeken, die in mij geloven, die mij de handen opleggen en mij helpen om te genezen van mijn blindheid, en van alle opgelopen kwetsuren. Maar die mij ook helpen om af te kicken van mijn eigenwaan; en van de kwade machten en krachten die in mij huizen.

En stilletjes aan of heel plotseling misschien – op de derde dag, zo wordt dat in de Bijbel gezegd - zal ik beginnen te zien. Op-nieuw zien, beter en scherper zien en anders zien. De schellen zullen als het ware van mijn ogen vallen. Ik zal milder worden en meer open. Ik zal me ‘bekeren’ en omkeren naar de andere mensen toe. Ik zal op de duur een andere mens worden. En ik zal eindelijk vrij zijn. Misschien nog niet van buiten en letterlijk weg uit deze gevangenis – maar wel van binnen. In mijn ziel en in mijn hart. In mijn hoofd en mijn geweten. Ik zal voorgoed iets van de Geest van Jezus van Nazareth en van het Evangelie met mij meedragen. Het zal ineens een heel andere manier van leven zijn…

En Hij, de God van Liefde en Leven – Hij zal voorgoed mijn reisgezel zijn. ‘You never walk alone!’, zegt Hij. Hij heeft het tegen Saulus/Paulus gezegd, en Hij zegt het vandaag ook tegen jou en tegen mij…

In een brief die Paulus later schrijft aan de christenen van Korinthe, zegt hij: ‘In al mijn zwakheid ben ik sterk geworden…’ (2 Korintiërs 12, 10). En aan een zekere Timotheüs, een leerling en medewerker van hem, schrijft hij: ‘Ik dank onze Heer Jezus Christus dat Hij mij voldoende vertrouwt om mij het goede nieuws te laten prediken. Hij heeft mij daarvoor ook de kracht gegeven. En dat terwijl ik vroeger God zo zwaar beledigd heb! Want ik heb zijn mensen, de christenen, vervolgd en mishandeld.  Maar God heeft mij dat vergeven, en Hij heeft zich over mij ontfermd. Want ik wist niet dat het verkeerd was wat ik deed, doordat ik nog niet in Jezus geloofde. Ik heb barmhartigheid ondervonden, en de liefde van de Heer was meer dan groot genoeg om mij alles te vergeven, en Hij gaf mij Zijn genade, Zijn geloof en Zijn liefde.’ (1 Timotheüs 1, 12-14)

‘Ik heb barmhartigheid ondervonden. Ik heb vergeving mogen ervaren. Ik weet nu wat dat is: genade krijgen…’ ‘En in mijn zwakheid ben ik sterk geworden…’

God geve dat het ook met jou en met mij zo mag verlopen, vroeg of laat. En dat we dit ooit in waarheid kunnen zeggen, of het aan ergens iemand kunt schrijven… Waarachtig, zo moge het zijn – Amen.

geert dedecker

Plots staat Paulus in het felle licht dat uit de hemel komt. En hij valt van zijn paard: weg eigendunk en eigenwaan, weg hoogmoed en pretentie, weg alles in het leven dat hij zo goed in handen dacht te hebben…

Ieder van jullie hier heeft dat meegemaakt. Blind worden en het niet meer zien zitten. Zo van je paard geslagen dat je valt in de diepte van het niets en niemand meer zijn.

Soudain, Paul se trouve dans la lumière éclatante qui vient du ciel. Et il tombe de son cheval: fini la suffisance et l’arrogance, fini l’orgueil et les faux-semblants, fini tout ce qu’il pensait avoir si bien en main dans la vie…

Chacun d’entre vous ici en a fait l’expérience. Devenir aveugle et ne plus voir comment ça va continuer. Tellement tombé de cheval au point de disparaître dans les profondeurs du néant et de n’ être plus personne.

Suddenly Paul stands in the bright light coming from heaven. And he falls off his horse: gone his self-importance and self-conceit, gone his pride and pretense, gone everything in life that he thought he had so well in hand…

Every one of you here has experienced that. Going blind and not seeing things anymore. So knocked off your horse that you fall into the depths of being nothing and nobody.

Paulus wordt van de grond opgeraapt, en geroepen om op eigen benen te staan, voetjes op de grond… Hulpeloos laat hij zich leiden door enkele mensen die hem zagen vallen, en hem willen opvangen. Dat raakt hem zo, dat het hem van zijn blindheid geneest. Hij wordt een ander mens en gaat het leven en de toekomst anders zien.

Paul est ramassé à terre et appelé à se mettre debout, les pieds sur terre… Impuissant, il se laisse guider par des personnes qui l’ont vu tomber et qui veulent le rattraper. Cela le touche tellement qu’ il guérit de son aveuglement. Il devient une autre personne et il commence à voir la vie et l’avenir différemment.

Paul is picked up from the ground, and called to manage on his own, feet on the ground… Helplessly, he is led by some people who saw him fall, and who want to catch him. This touches him so much that it cures him of his blindness. He becomes a different person and starts to see life and the future differently.

En Paulus wordt eindelijk vrij. Misschien nog niet van buiten, maar wel van binnen. In zijn ziel en zijn hart. In zijn hoofd en zijn geweten. Hij heeft iets geproefd van de Geest van Jezus en het Evangelie. En Hij vertrouwt erop dat de God van Liefde en Leven voorgoed zijn reisgezel zal zijn en hem niet in de steek zal laten.

Et Paul devient enfin libre. Peut-être pas encore extérieurement, mais intérieurement. Dans son âme et dans son cœur. Dans sa tête et sa conscience. Il a goûté à l’Esprit de Jésus et à l’Évangile. Et il a confiance que le Dieu de l’Amour et de la Vie sera toujours son compagnon de route et ne l’abandonnera pas.

And Paul finally becomes free. Maybe not outwardly yet, but inside. In his soul and his heart. In his head and his conscience. He has tasted something of the Spirit of Jesus and the Gospel. And he trusts that the God of Love and Life will forever be his traveling companion and will not abandon him.

Later zegt Paulus: ‘Ik heb barmhartigheid ondervonden. Ik heb vergeving mogen ervaren. Ik weet wat dat is: genade krijgen, en wat het met een mens kan doen. In mijn zwakheid ben ik sterk geworden…’

God geve dat het vroeg of laat ook met jou en met mij zo mag verlopen. Amen.

Plus tard, Paul dit: ‘J’ai fait l’expérience de la miséricorde. J’ai pu faire l’expérience du pardon. Je sais ce que c’est: recevoir la miséricorde, et ce que cela peut faire à une personne. Dans ma faiblesse, je suis devenu fort…’

Dieu veuille que tôt ou tard, il en soit de même pour toi et pour moi. Amen.

Later, Paul says: ‘I have experienced compassion. I have experienced forgiveness. I know what that is: receiving mercy, and what it can do to a person. In my weakness I have become strong…’

God grant that sooner or later it may also turn out this way with you and with me. Amen.

Zoeken in Preken Online