Leer ons bidden (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Iemand die was opgegroeid zonder godsgeloof, en in grote nood zat, vertelde mij eens dat hij jaloers was op mensen die konden bidden. “Mensen die dat kunnen, putten daar blijkbaar kracht uit”, zei hij, “maar ik heb dat jammer genoeg nooit geleerd”. Bidden moet je inderdaad ergens leren. Je moet het thuis hebben zien doen, hebben zien voordoen, om het zelf ooit te kunnen.

De ouderen onder ons herinneren zich ongetwijfeld nog het gezinsgebed van vroeger. Vooral tijdens de Oktobermaand. Elke avond werd samen -ouders en kinderen- liefst geknield het rozenkransgebed gebeden. Vooral voor de kleinen in het gezin een hele opgave. Maar, het werd als een heilige plicht gevoeld. En als zodanig kwam er dan ook weinig verzet.

De tijden zijn veranderd. En wij met hen! Toch blijft overeind staan dat bidden een leerschool nodig heeft. Een leerschool waarvoor allereerst het gezin dienst doet. Thuis worden kinderen het eerst en het meest indringend ingeleid in wat het betekent: met God te spreken! School en kerk kunnen dan op deze basis voortbouwen. Bidden moet men inderdaad leren

In het evangelie lezen wij al dat de leerlingen van Jezus Hem vragen: “Leer ons bidden”. En Hij leert hen dan het Onze Vader. Het Onze Vader: dat ene gebed dat alles bevat wat wij tot God te zeggen hebben

“Wanneer ge bidt”, leert Jezus, “zegt dan: Vader, uw naam worde geheiligd”. Dat betekent: uw Naam doen wij eer aan als wij leven als kinderen van U, voor ons allen dezelfde Vader.

“Wanneer ge bidt, zegt dan: Uw rijk kome”. Dat betekent: doe ons blijven geloven en werken aan een toekomst waarin wij leven als broeders en zusters van elkaar. Dan wordt deze wereld al een beetje rijk van God.

“Wanneer ge bidt, zegt dan: Geef ons iedere dag ons dagelijks brood”. Dat betekent: geef ons het broodnodige, en doe ons beseffen dat het leven ons elke dag opnieuw als een puur cadeau geschonken wordt.

“En bidt”, zegt Jezus, “om vergeving van de Vader naar jou, en van jou naar anderen”.

“En tenslotte moet je bidden”, leert Jezus, “dat je in beproevingen niet ten onder gaat”.

Jezus leert ons wat wij moeten bidden, maar ook hoe wij moeten bidden. Wij moeten vooral tegen God zeggen wat we op het hart hebben, en dat blijven doen. Zoals je een vriend die midden op de nacht bij je aanklopt, en blijft aankloppen, en om brood vraagt, dat niet zult weigeren, zegt Jezus. Zo zal God je, als je blijft vragen, zoeken en aankloppen, helpen met de kracht van zijn Geest.

Door te bidden verander je de wereld niet, zei de grote joodse geleerde Einstein, maar door te bidden veranderen wel mensen zichzelf, en zulke mensen veranderen vervolgens de wereld.

Zoeken in Preken Online