29ste zondag C (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, allemaal welkom. Er is de afgelopen tientallen jaren veel ten goede veranderd. Wij kunnen van steeds meer ziektes worden genezen. Maar zijn àlle veranderingen ook verbeteringen? De religieuzen zijn weg uit de ziekenhuizen en bejaardeninstellingen. Maar kunnen wij zeggen dat de zorg voor zieken en bejaarden er beter op is geworden? De mensen, die er werken, doen hun uiterste best, en toch door alle economische ontwikkelingen - waar de religieuzen van vroeger veel minder last van hadden - wordt de individuele aandacht voor een zieke of bejaarde alleen maar minder.

Zo is er ook in de Kerk veel veranderd. Veel minder mensen gaan naar de Kerk. En wij die naar de Kerk gaan … wie bidt er nog een morgen- en avondgebed? Wie onderzoekt nog iedere avond zijn geweten en belooft God het de volgende dag beter te zullen doen? Is de wereld er beter op geworden? Kijken wij naar de jeugdcriminaliteit, de ontwrichte gezinnen door echtscheiding.

Jezus zegt vandaag in het evangelie, dat wij met volharding moeten bidden. Vragen wij grote dingen aan God: dat het met de Kerk en de wereld weer beter mag gaan. Vragen wij het iedere dag, vurig. En geven wij zelf het goede voorbeeld. Dan zal het ooit beter worden! Daar moeten wij in blijven geloven. Daar mogen wij op blijven hopen.\

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Goede God, als lijden en beproeving ons overkomen, wordt dikwijls alles ons te machtig, en laten wij vertwijfeld de armen zinken. Verlaat ons niet. Sta als een wacht aan onze zijde. Laat ons weer vernemen dat Gij nooit uw steun ontzegt aan wie met een oprecht vertrouwen tot U bidden. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.\

PREEK

De lezingen vandaag willen zeggen dat bidden helpt. Maar dan moet je wel volhouden, zegt de tekst er meteen bij. Zolang Mozes met zijn armen omhoog en uitgestrekt bidt, zijn de Israëlieten aan de winnende hand; laat hij de armen - de moed! - zakken, en verliest hij zijn vertrouwen, dan wint de tegenpartij. Bidden is dus een kwestie van volhouden. Zoals die weduwe, wie recht wordt gedaan, al was het alleen maar om van haar voortdurende gezeur af te zijn. Een rechter die niets om anderen geeft, doet zo al, en dus zal God toch zeker recht verschaffen aan hen die dag en nacht tot Hem roepen.

Bidden is een kwestie van volhouden. Je doet het niet vandaag even en dan weer weken niet; bidden doe je in moeilijke situaties, maar niet alleen dan. Nee, bidden, leert de Bijbel, moet je regelmatig doen, en stug volhouden. Dan pas helpt het.

De wereld wordt wel niet meteen anders, maar jij die bidt wordt een andere mens in die wereld. De werkelijkheid verandert wellicht niet, maar jij die bidt, kunt de werkelijkheid er beter door aan. Door te bidden en vol te houden ga je vaak anders, minder paniekerig, vrediger soms, tegen bepaalde situaties aankijken.

Bidden is in zekere zin moeilijk, en het volhouden nog moeilijker. Soms laten we, net als Mozes, de armen - en onze schouders - zakken. We geloven er niet meer in. Maar gelukkig had Mozes helpers, en ook wij kunnen elkaar hierin tot steun zijn. Aan hoeveel oma’s wordt niet gevraagd een lichtje op te steken voor … een ziek kleinkind, voor het slagen van een examen. En hoe vaak bidden we niet voor zieken, die het zelf misschien niet meer kunnen.

Natuurlijk, we moeten het niet laten bij bidden alleen. Soms zijn wij de vragende en biddende partij. Andere keren wordt ons gevraagd - ‘gebeden’ - iets te doen. Wie dan alleen maar de handen vouwt en de ogen sluit om te bidden, is verkeerd bezig.

“Hoorde je dat kind in de kamer hiernaast niet huilen?”, vroeg de rabbi aan zijn leerling. “Nee”, zei hij, “ik was in gebed verzonken”. Maar de rabbi zei: “Wie bidt, maar niet het verdriet hoort van anderen, bidt niet goed”.

Bidden is iets wat je met je mond kùnt doen, maar wat je vooral met je hart móét doen. Anders heeft het gebed nauwelijks waarde en dringt het niet door tot in de hemel.

Eens stond de Joodse leraar Baäl Sjem Tov met zijn leerlingen voor de deur van een synagoge. Hij ging naar binnen, maar kwam na korte tijd al weer naar buiten. “Het is hier te vol, er is geen plaats voor mij,” legde hij uit. Toen de leerlingen daarna zelf gingen kijken waren zij verbijsterd. Er stonden namelijk slechts drie mannen in een hoek van de verder lege synagoge. De Baäl Sjem Tov merkte hun verbazing en zei tot hen: “Jullie hebben niet goed gekeken en geluisterd. Woorden die uitgesproken worden uit het hart, gebeden die werkelijk gemeend zijn en voortkomen uit een innerlijke worsteling stijgen op, hoger en hoger voor de troon van de Eeuwige. Maar woorden die zo maar gezegd worden en het hart niet raken, blijven zwaar hangen in de ruimte. Er waren zoveel woorden in de synagoge; ik kon er niet meer bij.”

Het leek zo mooi, broeders en zusters, die biddende mannen in de synagoge. Maar het waren lege woorden, die zij uitspraken. Zijzelf en de wereld werden er niet beter van. En God voelde zich niet vereerd. Hun gebeden waren als een lege doos.

Bidden is ook: even ophouden met druk doen, opdat je ziel en je lichaam weer één kunnen worden. Wie dat regelmatig doet en echt volhoudt zal het goed doen en geluk brengen. Maar na het vouwen van de handen moeten wij altijd weer de handen uit de mouwen steken.

Broeders en zusters, de mooiste en krachtigste en hoogste vorm van gebed is en blijft de heilige Eucharistie. In een tijd oorlog en terrorisme moeten wij de heilige Eucharistie laten zien als een school van vrede. De Eucharistie is de viering van Jezus’ Kruisoffer. Hangend aan het Kruis bidt Jezus voor zijn vijanden. Hij verontschuldigt hen bij zijn Vader. Hij vergeeft hen.

Wij vieren de Eucharistie ook altijd overeenkomstig bepaalde voorschriften om daardoor beter te beseffen, dat de Eucharistie niet iets menselijks is wat wij zelf vorm kunnen geven, nee, Jezus Christus is de Gastheer. Hij nodigt ons uit aan zijn Offermaaltijd. Het is een viering van God en daardoor gaat er een goddelijke kracht van uit.

Eucharistievieren is je aansluiten bij het gebed van Jezus Christus zelf. Een mooier en krachtiger gebed bestaat er niet.

Wat is het goed dat wij hier samen zijn rond het altaar van de Heer. Laten wij echter wel bidden met ons hart. Wij gaan de geloofsbelijdenis bidden. Wij zeggen “Ik geloof”. Laten wij dan ook te midden van dagen van vreugde en verdriet geloven en vertrouwen. Aansluitend bidden wij de voorbede. Sluiten wij met heel ons hart ons aan bij de noden die worden genoemd. Het zijn niet de woorden, die omhoog kunnen stijgen, nee, het is ons hart dat de woorden meeneemt tot voor de troon van de Allerhoogste God.

Zoeken in Preken Online