Het is duidelijk dat de lezingen van vandaag
gaan over bidden.
Ons gebed moet zijn
zoals dat van die weduwe uit het evangelie.
Die weduwe die aandringt
omdat zij haar recht maar niet kan krijgen.
Dagenlang loopt zij de deur plat bij die rechter.
Zij blijft maar aan de bel hangen.
Nét zo lang totdat hij haar gezaag beu is
en haar eindelijk recht verschaft.
Zó moet je als gelovige mens het bidden nooit opgeven,
zegt Jezus.
Zoals die weduwe moeten wij ons gebed
volhouden en doorzetten…
Ook al lijkt het erop dat ons gebed niet wordt gehoord…
Het verhaal van die weduwe
doet ons denken aan die groep vrouwen uit Argentinië.
De “dwaze moeders’” noemde men ze.
In de jaren tachtig liepen ze zwijgend en koppig
elke week op de markt van Buenos Aires.
Zij deden dat maanden en jaren lang.
Zij wilden weten wat er
met hun verdwenen echtgenoten en kinderen gebeurd was.
Zij hebben dat volgehouden
totdat de dictator Vileda verdreven was.
Totdat de gegevens over de verdwijningen
vrijgegeven werden.
Zoals die vrouwen, zó moet je volhouden met bidden,
zegt Jezus tot ons.
Het beeld van die weduwe,
het beeld van die dwaze moeders,
dat is het beeld van het gelovige volk dat bidt.
Tegenslagen en katastrofes,
alle wanhopige situaties die een mens kan meemaken
brengen de mens spontaan tot gebed.
In zijn gebed stelt de mens vragen aan zijn Schepper…!!!
Vragen zoals:
“Waarom komt God niet tussenbeide?
Waarom komt God het onrecht niet uitroeien?
Waarom laat hij het lijden toe?
En waarom straft Hij al die slechterikken niet?”
Wel goede mensen,
het bidden op zich verandert de wereld niet!
Dat weten wij allemaal!
Maar bidden verandert wel de mens!
Bidden verandert het hart van de mens!
En vanuit dat nieuw hart, vanuit dat nieuw aanvoelen,
is het de mens die samen met God de wereld verandert!
Bidden verandert de mens,
en de mens verandert de wereld!
Om het in beelden uit te drukken:
“Je zit in een bootje dat aan een rots is vastgemeerd.
En je trekt aan het touw:
het is niet de rots die gaat bewegen.
Neen, het bootje zal dichter bij de rots komen.
Zo is het ook met ons gebed:
door ons gebed zullen wij God niet veranderen!
Maar wij zullen wel dichter bij Gods hart komen.
En in de nabijheid van Gods hart,
zal ons eigen hart veranderen.
En dan beginnen wij de wereld te bekijken met Gods ogen.
En dan wordt alles anders!
Ook al blijft de wereld uiterlijk dezelfde!
Door het gebed worden mens en God vrienden,
bondgenoten die samen bouwen aan die nieuwe wereld.
En het is dáár waar God en mens de handen in elkaar slaan,
dat de échte mirakels gebeuren…!!!
Het is dáár dat de wereld begint te veranderen…!!!
Bidden is dingen die je in je leven uiterst serieus neemt,
op God betrekken.
Het is willen dat er in deze wereld r
echt gebeurt in Gods naam.
Daarom blijft men roepen, dag en nacht,
zoals Mozes, zoals die weduwe.
Bidden is roepen tot God
om recht en gerechtigheid in deze wereld.
Wie over mensen heenloopt, die loopt over God heen.
Bidden is iets onverzettelijks in de mens.
Bidden is zich vasthouden aan het leven,
is zich vasthouden aan de hoop,
tegen alle wanhoop in.
Bidden is zich aan God vastklampen
in de zekerheid dat God naar je luistert
en dat Hij onze harten verandert.
Om zó te bidden is geloof nodig!
Om zó te bidden zijn er mensen nodig
die in staat zijn om midden in het lijden,
midden in de miserie,
zo hardnekkig en koppig te bidden,
zoals de weduwe, zoals de dwaze moeders…
Om zó te bidden zijn er mensen nodig
die de armen niet laten zakken…
Mensen die in staat zijn
om hun gezicht en hun hart naar God te keren…
Mensen die naar God luisteren
en die in staat zijn om samen met Hem
te werken aan die nieuwe wereld…
De God van Jezus laat niemand
tevergeefs roepen en aankloppen.
Wij mogen naar Hem toe gaan
in al onze kleinheid en zwakheid
en Hem zeggen wat ons op het hart ligt.
Wij mogen vragen wat wij ten diepste verlangen.
En Hij zal ons verhoren.
Maar pas op.
Er zijn twee voorwaarden aan verbonden:
ten eerste dat God ons mag verhoren,
niet op ónze manier, maar op Zijn wijze en op Zijn tijd.
En ten tweede dat wij met Hem daadwerkelijk meewerken.
Wij mogen maar iets vragen aan God
als wij ons terzelfder tijd ook zelf engageren
om het goede dat wij verlangen mee te helpen opbouwen.
Tot God bidden en Hem iets vragen,
aandringen en herhaaldelijk vragen,
dat doen wij niet om te zagen
of omdat wij menen dat Hij doof is of dat hij slaapt,
maar om ons vertrouwen uit te drukken in onze God
die als een Vader ons Zijn liefde mag tonen
op Zijn eigen wijze en op Zijn eigen tijd.
Want de goede God van Jezus staat aan onze kant.
29e zondag door het jaar C - 2004
C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen