DE MACHT VAN DE RECHTER EN KRACHT VAN DE WEDUWE
Twee personen staan tegenover elkaar: de rechter en de weduwe.
In het evangelie betekenen zij meer dan twee individuen,
zij zijn de vertegenwoordigers, de symbolen
van twee tegengestelde strekkingen.
De weduwe, dat betekent de machteloze.
In Jezus’ tijd, veel meer dan nu,
kreeg een vrouw alleen aanzien en sociale betekenis
door afhankelijk te zijn van haar de man.
Een weduwe was dus de meest machteloze van allen.
De rechter, dat is de macht.
In Jezus’ tijd was hij niet alleen, zoals thans bij ons,
de toepasser van het recht. Hij máákte het recht.
En dan zijn misbruiken natuurlijk onvermijdelijk.
Macht houdt geen rekening met machtelozen.
Dat is de nuchtere waarheid van de wereld, vroeger zoals nu.
Macht wordt alleen in beweging gebracht door tegen-macht:
de macht van het getal, van het geld, van de wapens, van de staking.
Dat is juist politiek: macht uitspelen tegen macht.
En dat spel moet inderdaad worden gespeeld.
De macht goed gebruiken voor de opbouw van de best mogelijke\
- of de minst slechte - samenleving
dat is de wezenlijke opdracht van alwie politiek verantwoordelijk is.
Maar wat kan iemand beginnen
die over geen enkele van die tegen-machten beschikt,
waarmee de heersende macht in beweging wordt gebracht?
Welke macht heeft de machteloze weduwe tegenover de rechter?
Zij kan roepen, aankloppen.
Blijven roepen, blijven kloppen. Blijven staan. Het volhouden.
En zie, de onwrikbare macht komt in beweging.
“Ik zal die weduwe toch maar recht verschaffen
om niet langer geplaagd te worden door haar eindeloze bezoeken.”
De geweldloze houding van de weduwe wordt dus een kracht.
Geen macht, wel een kracht.
Misschien zelfs een grotere, meer onweerstaanbare kracht
dan het brute geweld van wapens
of het sluipend geweld van onrechtvaardige structuren.
Want tegenover het stille, niet aflatende aandringen
heeft de macht geen verweer.
Zij is daar niet op berekend.
De tactiek van de macht is die van hard tegen hard.
Door de tactiek van zacht tegen hard te gebruiken
wordt de macht in de war gebracht.
Het volhardende, taaie geduld is een kracht,
die de wereld misschien op een meer ingrijpende wijze verandert
dan het vierkante, niets ontziende optreden van hen,
die de werkelijkheid naar hun hand willen zetten.
Het duurt wel een tijd. Het vraagt onvermoeibaar aandringen.
Maar wie met beheerst doorzettingsvermogen wacht,
krijgt de tijd als bondgenoot.
Op den duur begeeft de macht.
Tot nu toe lijkt het een les in menselijke politieke strategie.
Maar eigenlijk gaat Jezus’ bedoeling verder.
De houding van de weduwe tegenover de rechter
wil Hij eigenlijk maar als aanloop nemen
om iets te zeggen over onze verhouding tot God.
Jeuzs wil ons laten nadenken en doen besluiten:
“Als de rechter, die zich om God noch gebod bekommert, al toegeeft,
als de onwillige macht al bewogen wordt
door dat onvermoeibare aandringen,
hoeveel te meer dan God, die geen machtige Rechter is,
maar welwillende kracht en algoede Vader.”
Jezus’ God laat niemand tevergeefs roepen en aankloppen
Bij de Vader hoeft niemand het spel te spelen
van macht tegen macht.
Wij mogen naar Hem toe gaan in al onze kleinheid en zwakheid
en Hem zeggen wat ons op het hart ligt.
Wij mogen vragen wat wij diep verlangen. Hij zal ons verhoren.
Maar pas op. Er zijn twee voorwaarden.\
- dat God ons mag verhoren,, niet op onze manier,
maar op Zijn wijze en op Zijn tijd,\ - als wij met Hem daadwerkelijk meewerken.
Wij mogen maar iets vragen aan God
als wij ons terzelfder tijd ook engageren
om het goede dat wij verlangen mee te helpen op te bouwen.
Tot God bidden en Hem iets vragen,
aandringend en herhaaldelijk vragen,
doen wij niet om te zagen
of omdat wij menen dat Hij doof is of slaapt,
maar om ons vertrouwen uit te drukken
in onze God die ons als een Vader
Zijn liefde mag tonen
op Zijn wijze en op Zijn tijd.