29e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

1Blijven bidden

Als Jezus een parabel wil vertellen, gaat hij telkens op dezelfde manier te werk. Hij heeft rondom zich iets heel concreets gezien. Dat neemt Hij als uitgangspunt, weeft er een eigen verhaal rond en gebruikt dit om de mensen iets te leren. Laten we eerst eens zien wat Jezus moet gezien hebben.

In de stad is er een onrechtvaardige rechter. Die man doet zijn werk niet goed. Hij trekt zich ook niets aan van God of gebod. Dit is zeer pijnlijk, want in die tijd werd verondersteld dat rechters optraden in de naam van God. Gods recht verschaffen aan misdeelden en rechtelozen was hun belangrijkste opdracht. Een weduwe in dat stadje heeft te doen met die rechter. Zij legt haar probleem voor maar hij geeft geen aandacht aan haar bede. Het interesseert hem blijkbaar niet. Maar zij is een moedige vrouw. Ze overwint haar angst en blijft haar zaak bij die rechter bepleiten. Maar de rechter heeft er nog geen oren naar en de weduwe, moe getergd en kwaad, blijft maar aandringen. Ik kan me dat goed voorstellen: zij maakt zich echt kwaad, allicht luid roepend, zoals dat nu nog wel gebeurt in die landen. Ze maakt er een schandaal van. Dat heeft de rechter niet graag. Om van haar ‘gezaag’ af te zijn geeft hij dan uiteindelijk toch toe.

Jezus bouwt deze anekdote om tot een eigen verhaal. Hij handhaaft de twee hoofdfiguren. Er is de slechte rechter en er is de volhardende weduwe. Maar omwille van de ‘moraal’ verloopt het verhaal enigszins anders. De slechte rechter helpt hier de weduwe uiteindelijk aan haar recht, niet vanuit zijn rechterlijke en godsdienstige plicht, maar omdat hij er vanaf wil zijn.

Als een echte rabbi koppelt Jezus hieraan zijn lering, in de bekende stijl van “hoe veel te meer dan”. Hij redeneert: als een slechte rechter zich door herhaald aandringen al laat vermurwen om een minderwaardige reden, zou God (de goede rechter) ons dan geen recht verschaffen om een meerwaardige reden? Hij houdt immers van ons en noemt ons zijn uitverkorenen. Als wij blijven vertrouwen en geloven, luistert God welwillend naar ons. Hij zal ons niet vergeten als wij standvastig blijven bidden en de moed niet opgeven. Dat is het wat Jezus opns wil duidelijk maken.

Maar ja, zo duidelijk is dat toch niet. Veel mensen hebben toch wel moeite met dat bidden, want God is ver en zwijgt.

De ellende waarin miljoenen en miljoenen mensen in deze wereld moeten leven, roept bij velen vragen op. In de eerste week van augustus verongelukten 116 mijnwerkers in China. Redding was uitgesloten. Allicht hebben die mensen ook gebeden. Maar er zijn ook de 33 mijnwerkers in Chili die wel gered werden. Zij zeggen het uitdrukkelijk dat ze God danken omdat hij hen gered heeft. Hoe zit dat?

Wat ik met zekerheid weet is dat de beste ingenieurs, de meest gesofistikeerde boormachines het mogelijk gemaakt hebben dat die mannen gered werden.

Een zaak is zeker: het gebed neemt mijn verantwoordelijkheid niet weg. Maar met dit groeiend besef is er steeds minder en minder ruimte voor het gebed. Het bidden verdwijnt steeds meer naar de achtergrond. En we maken vaak inwendig de bedenking: als we dan toch zelf het meeste moet doen aan die nood, waarom zouden we dan nog bidden?

Misschien omdat we zelf zoveel moeten doen, is het bidden en vooral het smeekgebed zo belangrijk. Tot God je smeekbeden en je voorbeden richten wil dan zeggen: ik kan niet leven zonder de Bron van mijn leven. Ik kan niet opkomen voor anderen zonder de Oorsprong van alle vrede en geluk. Ik kan niet echt liefhebben zonder de impulsen van Hem die de Liefde is. Daarom wil ik afgestemd blijven op de innerlijke stem van God. Bidden wordt dan eigenlijk een levenshouding. Onze woorden, onze onzegbare gevoelens worden dragers van ons verlangen naar die innerlijke stem van God. Onze gebedstaal mogen we niet verliezen, want daarin is zoveel hoop en verwachting opgeslagen naar een beter, ander leven. Bidden is eigenlijk zo menselijk. Ik vind dat iemand die kan bidden een beter mens wordt. Het verlangen naar de innerlijke stem van God, naar het andere leven, is er als woorden tekortschieten, is er ook als wij geen woorden kunnen vinden. Juist dan horen wij de stilte van God in ons. En die zet aan tot inzet, de stilte in Gods aanwezigheid stimuleert, maakt werkzaam.

Maar de liturgie van vandaag gaat nog een stapje verder. Het gaat ook over volharding. Ik vraag me wel eens af, hoe houden mensen het vol? Hoe hielden die 33 in de mijn van San José het vol. De eerste geredde zei iets in deze aard: ik heb gevochten met de duivel en met God. Dank zij God hebben wij het gehaald. Ze waren met 33.

En wij staan er ook niet alleen voor, op voorwaarde dat we elkaar blijven steunen: Blijven geloven, blijven bidden, blijven leven in de geest van het evangelie: we kunnen het niet alleen.

Inspiratie gevonden bij Bernard de Cock o.p en bij de kompels van San José in Chili

Zoeken in Preken Online