‘Ik zal een kaarsje voor je opsteken als je op examen moet’,zegt oma tegen haar kleindochter.
‘Wij gaan met z’nallen te voet naar Wittem op de dag dat je wordt geopereerd’, zeggen de vrienden tegen de ernstige zieke.
Terwijl de ene partij zich schrap moet zetten, is de andere partij op afstand weldadig aanwezig met concrete aandacht en gebed.
Tegelijkertijd ,daar gaat het ook om in het verhaal van Mozes die voor zijn volk dat zich schrap moet zetten in de strijd gaat bidden op de berg. Mozes, oud en afgeleefd, gaat nog éénmaal de berg op, de plek van de Godsontmoeting. Hij heft zijn armen ten hemel en zolang Mozes dat volhoudt, blijven ze in de laagvlakte actief in de strijd. Maar verslapt Mozes dan onmiddellijk houden ze het beneden niet vol.
Maar Mozes heeft hulp nodig, ondersteuning, letterlijk : twee getrouwen die zijn armen ondersteunen en de steen nabij rollen waarop Mozes kan gaan zitten.
Dankzij die steun houdt Mozes het vol totdat ze de strijd gewonnen hebben.
Prachtig : de wederzijdse hulp van een biddende en een strijdende kerk.
Alles draait hier om volharding en overtuigingskracht.
Wanghai Maathai, de vrijdheidstrijdster uit Kenye die het al méér dan 25 jaar volhoudt en de Nobelprijs voor de vrede heeft gekregen schrijft in haar boek, getiteld ‘Ongebroken’:
‘Het gaat om een diepe overtuigingskracht.
Nooit heb ik in mijn lang lang stilgestaan
om na te denken over mijn volgende stap..
Meestal ga ik gewoon verder
en grijp ik aan wat op mijn pad komt.
Ik ben op reis en deze reis houdt nooit op.
Als ik tijdens de reis wordt erkend en
gesteund door de mensen met wie ik werk
vormen mijn medewerkers een bron van inspiratie,
energie en aanmoediging.
Dankzij hen ging ik door en zal ik door blijven gaan
zolang mijn kniëen dat toestaan’
Het woord volharding in het verbindingswoord tussen beide lezingen.
Er was eens… zo begint bijna elk sprookje. Jezus als een rasverteller begint ook met deze woorden ; er was eens een rechter…er was eens een arme weduwe…
In een paar trekken worden ze getekend :
de rechter is ongenaaktbaar, meedogenloos, hij handelt uit willekeur en oefent zijn macht uit ten overstaan van een machteloze.
Maar de weduwe laat zich niet afschepen: als een specht klopt en tikt ze tegen de harde kop van de recheter en tenslotte begint hij toe te geven … omwille van haar gezeur, staat er.
De rechter kan nu niet meer anders , het is allesbehalve een nobele zaak.
Als Jezus dit alles schildert als een gelijkenis : waar zit dan het ‘gelijke’ en het verschil?
Als de rechter met God vergeleken wordt, waar ligt dan het verschil?
God die zich als liefde geopenbaard heeft, kan toch niet ongenaakbaar zijn, opgesloten in zichzelf? Dat is toch het tegendeel van liefde?
God is toch bekommerd en maar misschien denken wij aan het feit dat het zo lang duurt voordat er verhoring komt?
Wij vragen soms zo vaak verhoring en menen dan dat we niet verstaan worden.
Maar bidden we echt met geloof?
Augustinus zei ooit ;
“Als het geloof bezwijkt, gaat het gebed verloren.
Immers water kan niet stromen als de bron is opgedroogd.”
En Albert Schweitzer zegt;
" Gebeden veranderen de wereld niet
maar ze veranderen mensen en
mensen veranderen de wereld".
Voelen we dat hier gezegd wordt :
Wordt het gebed met geloof gevoed, dan veranderen we heel langzaam. Als we te rechtlijnig bidden en precies willen ontvangen wat we vragen, worden we vaak diep teleursgestled.
Maar als we God de kans geven om innerlijk ons om te buigen, dan voelen we wellicht dat Hij, de hemelse rechter wel degelijk om ons bekommerd is.
Als een zachte melodie klinkt de antwoordpsalm op de achtergrond :
’ God, hij sluimert, Hij suft niet.
, Hij waakt over jou. Hij staat als een waker over ons gebogen..Hij is er, vooral in moeilijke omstandigheden : Hij is er.
Hij verlangt van ons volharding en geloof om niet te versagen in de strijd van het leven.
Nee, nooit, ongenaakbaar is de hemelse Vader niet. Daar ligt het grote verschil.
Volhardend gebed (2007)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen