29e zondag door het jaar (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Beste dorpsgenoten,
“In die dagen kwam Amalek aanzetten om Israël aan te vallen. Toen zei Mozes tot Jozua: ‘Kies manschappen uit en trek morgen ten strijde tegen Amalek.”
Als we niet beter zouden weten, zouden we denken dat de aangehaalde woorden in een krant ergens in het Midden Oosten of uit Afrika stonden. En het einde van het verslag luidt: “En Jozua versloeg Amalek en zijn leger met het zwaard.” Dat soort taal klinkt heel vertrouwd. Het is de gemeenschappelijke taal van alle tijden: aanvallen, strijd voeren, verslaan, overwinnen.
Maar nee, het zijn woorden uit de bijbel! Alleen het wapentuig is verschillend. Wat de mensen er mee doen blijft hetzelfde, eeuwen, eeuwen lang.
En dan lezen we in psalm 121: “De Heer is het die u behoedt, Hij staat als een wacht aan uw zijde. Bij dag zal de zon u niet deren, bij nacht doet de maan u geen kwaad. De Heer bewaart u voor onheil, uw leven houdt hij in stand. De Heer is bezorgd voor uw komen en gaan op deze dag en altijd.” Als ik dat lees, denk ik aan de beelden op TV: de vluchtelingen in Afrika, waar de mensen en dieren sterven van droogte en honger, aan zelfmoordaanslagen in het Midden Oosten en ga maar door. En ook die woorden van de psalm staan in de bijbel. Maar helaas blijven het mooie woorden vergeleken bij: Aanvallen, vechten, verslaan, overwinnen. Realiteit van dag tot dag.
Zulke woorden worden dag in dag uit door ontelbaren gezongen, gebeden en met eerbied gelezen. Al meer dan twee duizend jaar lang.
U zit er onbewogen bij als u deze woorden hoort: het is de kal niet waard, weet u wel! Ze moeten wel gehoord worden om dat gevoel van zondag te krijgen.
En van mij wordt verwacht dat ik u deze woorden op zondag presenteer als het beste nieuws dat er bestaat volgens ons geloof, volgens de kerkelijke traditie en de rede.
Het evangelie over de rechter die zich niets aantrok van de rechten van de weduwe, dat u gehoord heeft, wil de waarde en de waarheid van al die woorden over oorlog en over Gods zorg en waakzaamheid nog versterken. Luistert u nog maar eens: “En de Heer, - dat is Jezus – sprak: Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen die dag en nacht tot Hem roepen, of zal Hij ten opzichte van hen onbewogen blijven? Ik zeg u: Hij zal hun spoedig recht verschaffen.”
En nu denk ik even niet aan de eindelozen oorlogen of natuurrampen die door niets worden tegengehouden. Maar ik denk aan mensen die lijden aan kanker, om maar één vertrouwde verschrikking dichtbij te noemen, en die zich afvragen waar ze dat aan verdient hebben, families die zo gehoopt hadden op wat jaren van geluk samen. Dan slaan die mooie woorden uit de psalmen nergens op. Dan is het ongepast om ze aan te halen.
En het eindeloze probleem van rijk en arm, rijk aan kansen en nooit een kans, blank en zwart. Daar doen die woorden uit de psalm niets aan af.
De woorden uit het evangelie klinken heel zeker: “Ik zeg u: Hij zal hen spoedig recht verschaffen.”
En dan opeens dat laatste zinnetje uit de tekst: “Maar: zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden?”
Zijn dat letterlijke woorden van Jezus of is het een vraag van de evangelist die twijfelde aan wat hij juist had opgeschreven? Ik weet het niet. Wel zetten die woorden mij aan tot vragen en verwondering: uiteindelijk zitten we allemaal met de vragen over geluk en ongeluk in ons leven, de angst voor het onvermijdelijke de eindigheid van ons leven.
Eeuwenlang hebben we ons overgeleverd aan de woorden van God, maar de oorlogen, intense ongerechtigheid, en vernietigende natuurrampen gingen door alsof ze evenzeer door God beschikt waren als de troostende woorden uit de mond van die zelfde God die maar heel zelden de beloofde uitwerking hadden.
Mogen we een antwoord geven op die vraag of de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde zal vinden?
Als we kijken naar de geschiedenis dan doen zich duidelijk veranderingen voor: allereerst het feit dat we al 62 jaar geen oorlog West Europa meer gehad hebben. Dat was 100 jaar geleden nog ondenkbaar. Arm en rijk, onderdrukking, uitbuiting, ziekten die met armoede samenhangen, beschadiging van het milieu, zijn minstens even erg als 100 jaar geleden. Het blijven verslindende monsters, maar we hebben ze nu wel een naam kunnen geven en we weten waar ze vandaan komen. Zo kunnen we iets ondernemen.
Honderd jaar geleden was 45 jaar de gemiddelde leeftijd hier in onze streken, nu is kindersterfte uitzonderlijk en 80 jaar worden is niet meer uitzonderlijk.
Die bescheiden voorbeelden brengen mij tot deze vraag: ontvouwt zich misschien in de loop der geschiedenis een aarzelende en toch onvermijdelijke gerechtigheid en aandacht voor de mens? Precies dat waar die oude psalmen en verhalen ons zo triomfantelijk van verzekerden?
Zijn we toe aan het punt dat we een nieuwe bijbel mogen schrijven, niet over Gods grote, verlossende daden maar wel over de uiteindelijke grootheid en heiligheid van de mens die zich begint te ontvouwen? Dan zijn we niet meer bezorgd om ons lot in het hiernamaals en krijgen we vrede met het onvermijdelijke. Dan overstijgen we de grenzen van het vergankelijke en zien we met hoop en vreugde uit naar dat wat we hier beneden achter laten aan onze kinderen in een nieuwe hemel op aarde. Ik hoop dat dit goede vragen zijn en geen illusie of mooie woorden.
Meer dan ooit in het verleden zal dan de mensenzoon geloof op aarde vinden: nieuw geloof in die heilige Gods, de nieuwe mens, onuitputtelijk verbeeld in het leven en de gestalte van Jezus van Nazareth.
Dat het zo moge worden.

Zoeken in Preken Online