Dag iedereen,
zoals eerder gemeld mag ik in het komend weekend weer voorgaan en preken in de drie vieringen in de gevangenis PCB van Brugge. Ik stuurde een paar dagen geleden reeds heel wat tekstmateriaal door in verband met de lezingen van de 28° zondag door het jaar-C. Maar dan moet dat allemaal nog verwerkt worden tot een doenbare en liefst aansprekende viering plus toespraak voor ons doelpubliek - in mijn geval: mannen en vrouwen die al of niet in langdurige detentie verblijven. Vraag is: wat zou hen in dat evangelie over ‘de genezing van de tien melaatsen’ kunnen aanspreken, wat zou voor hen ‘goed nieuws’ kunnen zijn, en waartoe roept het hen op..?
Voor wie het mocht interesseren: in bijlage de teksten en liedjes die ik samenbracht voor de viering - ik wilde er uitdrukkelijk enkele teksten en gebeden in opnemen die mensen in detentie mij zelf hebben aangereikt. Die mogen dan misschien taalkundig en liturgisch niet altijd van de grootste kwaliteit zijn - ze zijn wel authentiek én ze komen van hen. En… ‘Wat zij zelf doen, doen ze (soms) beter’…
De toespraak moet ik nog vertalen in het Frans en het Engels - maar dat is voor één van de komende dagen. De aanwezigen (een honderdtal in de drie vieringen samen - op zowat 900 bewoners in het totaal) krijgen de tekst van de toespraak op papier aangereikt, en ze mogen dat blaadje ook meenemen achteraf naar hun cel. Zowat 30 à 40 mensen doen dat ook…
Voilà - op hoop van zegen. Graag aangereikt aan wie er iets aan heeft.
Met hartelijke groet - verbindend verbonden,
geert dedecker vrijwilliger-aalmoezenier in de gevangenis PCB Brugge
Viering PCB Brugge - 28° zondag door het jaar – C
11-12 oktober 2025
toespraak
Jezus trekt door het grensgebied van Samaria en Galilea. Hij kiest er voor om uit te wijken tot aan de rand, tot in de marge van de maatschappij. Hij kon ook niet anders, want in het centrum, in Jeruzalem, moesten ze Hem niet hebben. En daar voelde Hij zich ook niet thuis. Zijn roeping drijft Hem helemaal buiten Zijn comfortzone en Zijn eigen (veilige) terrein. Hij waagt zich over alle grenzen heen, in wat voor een rechtgelovige zondermeer onveilig en onherbergzaam gebied is. Hij verblijft daar bij hen die anders zijn, anders leven, anders of niet geloven. En dus mogen we er op vertrouwen dat diezelfde Leven-gevende Jezus ook hier aanwezig is, dag na dag, in de gevangenis. Jullie zijn Zijn voorkeur-mensen. Het is voor jullie in de eerste plaats dat God in Hem mens geworden is.
En Hij gaat een dorp in. Hij zoekt dus mensen op, trekt rond, is zelf voortdurend in beweging. Hij zit niet te wachten in de tempel of in de synagoge tot de mensen naar Hem toekomen. Hij nodigt uit, zonder iets te willen opdringen: ‘Kom maar!’. En de mensen weten Hem te vinden. De melaatsen bijvoorbeeld, de uitgeslotenen, de outlaws, de ‘illegalen’, de veroordeelden, zij die door de officiële maatschappij en door de religieuze overheid levend dood verklaard zijn.
En zij mogen Hem ontmoeten – ze mogen Hem hun diepste verlangen laten horen, ze mogen Hem die allerbelangrijkste vraag stellen die een mens aan een ander mens kan stellen: ‘Heer, ontferm U over mij – Kyrië eleison’…
En wat is Zijn antwoord, Zijn reactie? Wat heeft Hij aan die tien melaatsen én aan ons vanuit dit evangelie over ‘de genezing van de tien melaatsen’ op deze avond/deze zondag te zeggen? Ik doe een poging om het wat samen te vatten…
Leer weer te vertrouwen op de verbondenheid met andere mensen, hier binnen en ook buiten. Weet hoe genezend het kan zijn wanneer mensen samen-horig zijn, ‘met tien blijven’, in lief en leed elkaar niet in de steek laten, en elkaar niet ineens toch weer gaan opdelen in ‘rein’ en ‘onrein’, in ‘de goeie’ en ‘de slechte’, in ‘recht-gelovigen’ en ‘anders of niet-gelovigen’, in zwart en blank en alle kleuren daartussenin…
Schep kansen tot ontmoeting, gesprek en dialoog. Leer luisteren en zwijgen, maar leer ook eerlijk te spreken als het moet. Alle serieuze en diepgaande contacten kunnen genezend zijn, zeker voor wie eenzaam is en zich in de steek gelaten voelt. Probeer in elk geval nooit mee te doen aan vormen van uitsluiting, van racisme en pesterijen… Dat is dodelijk voor wie het moet ondergaan, maar ook voor de hele samenleving, ook hier in de gevangenis.
Probeer dankbaar te zijn, als het kan voor heel kleine dingen.
Leo De Weerdt – aalmoezenier in de gevangenis van Sint-Gillis Brussel zegt daarover:
Ik denk heel dikwijls terug aan een mens in detentie
die ik onlangs op cel bezocht in de gevangenis van Sint-Gillis.
Het zicht vanuit je cel op de buitenwereld is daar heel beperkt,
maar toch wees hij mij op het vensterraam.
Elke ochtend legde hij daar wat broodkruimels door de tralies heen,
en elke keer kwam dezelfde vogel langs om er van te eten.
Het was voor die man in detentie een simpel ritueel geworden
waar hij enorm kon van genieten…
Weet en besef dat de uitwendige ‘melaatsheid’ en de uitsluiting die daarmee gepaard gaat – het etiket dat jullie zo vlug vanuit de maatschappij wordt opgeplakt: ‘jullie tellen niet (meer) mee’ - slechts over jullie buitenkant gaat, en over iets wat in het verleden gebeurd is. Je kunt en moet dat niet wegcijferen, maar je moet ook weten dat ieder mens méér is dan zijn buitenkant, en ook méér dan zijn verleden. Je moet in de eerste plaats zelf blijven geloven dat jouw binnenkant kostbaar is én kwetsbaar – en diep in jezelf moet je je diepste kern, diegene die je écht bent, zorgvuldig beschermen en behoeden – het geloof in het beste van jezelf mag je nooit verliezen en je ook nooit laten afpakken. En dan zal vroeg of laat blijken: ‘Je geloof, je vertrouwen heeft je gered…’
Wat Jezus van Nazareth, de Man van Pasen, telkens weer van ons vraagt is: dat we de hoop niet opgeven, dat we in beweging komen, dat we niet bij de pakken gaan zitten. Genezing is mogelijk. Vergeving ook, en herstel. Daarvoor moeten we zelf durven ‘opstaan’ en ‘gààn’ (dat zijn de twee belangrijkste werk-woorden van het Evangelie en van heel de Schrift). We moeten van Goede Vrijdag-mensen tot Verrijzenismensen worden. En dat gaat trààg, stap voor stap, met vallen en weer recht krabbelen, telkens weer. Processie van Echternach, weet je wel? En toch…
geloofsbelijdenis / engagementsverklaring
geschreven door een mens in detentie uit de gevangenis PCB Brugge
Ik geloof in de liefde, en ik wil nooit denken dat het kwaad de bovenhand haalt.
Wanneer ik gekwetst ben door een ander of mij zwaar ontgoocheld voel,
dan reik ik die ander de hand, ook als ik weet dat hij of zij misschien nog niet in staat is mij de hand te reiken.
Want ik wil geloven in de vergevende liefde die voor beiden nieuwe kansen creëert.
Ik wil er naar handelen, vooral in die momenten dat het moeilijk is, ja zelfs onmogelijk lijkt. Doch niets is onmogelijk voor de liefde.
Ik blijf geloven in de liefde vooral wanneer het me zwaar valt.
Geloven in de liefde lijkt zo gewoon met gelijkgezinden, met mensen die ik liefheb. Maar échte liefde vraagt inspanningen en engagement.
Liefde is een werkwoord… Dat klinkt bekend in de oren, maar het is zware arbeid!
Wij, gedetineerden, voelen vaak aan wat het is ‘gehaat’ te worden.
Haten is in het leven en samenleven de gemakkelijkste keuze.
Om te geloven in de liefde is er moed nodig.
Ik blijf geloven dat ook wij allen ons de moed tot liefde eigen kunnen maken.
Waar kiezen wij voor: voor de liefde of voor de haat..?
Ik blijf geloven in de liefde, ook als ik telkens weer faal… (C.D.)