UW GELOOF HEEFT U GERED
Op zijn weg naar Jerusalem ontmoet Jezus tien melaatsen. Eerder vond Hij al op die weg de blinde en de lamme, zieke mensen, beklemd, onvrij, uitgesloten… Hij genas hen en gaf hen nieuw leven. In het verhaal van de tien melaatsen draait het om geloof. Op het woord van Jezus:” Ga u laten zien aan de priesters” zetten ze zich in beweging. Ze moeten vooruitlopen op wat aan hen zal gebeuren. Ze moeten zich gedragen alsof ze al genezen zijn…
Dat is geloven: vooruitlopen op de feiten! Herinner je Jezus ‘ woord: “ Wat je biddend vraagt, geloof dat je het al ontvangen hebt, en het zal je gegeven worden.” De Samaritaan is de enige die terugkeert om God te danken. Hij gelooft dat God hem in Jezus nabij gekomen is. Met het etiket dat men toen op hem plakte stond hij eerst het verst weg op alle mogelijke manieren, maar nu staat hij het dichtst… Nog voor hij zich heeft laten zien aan de priesters werpt hij zich in dankbaarheid en erkentelijkheid voor Jezus’ voeten. Hij is niet alleen genezen. Hij is gered!
De negen anderen hebben die stap nog niet kunnen zetten. Ze hebben wellicht meer tijd nodig. Zo blijven ze nog gedeeltelijk ziek…
Waarom gaat vanuit hetzelfde gezin dat ene kind gelovig door het leven en het andere niet? Waarom spreekt het evangelie jou aan en laat het zovelen uit je omgeving koud? Wie of wat bracht je tot bij Jezus en zijn blijde boodschap? Het is een vraag die wij ons kunnen stellen. Het is niet omdat je in een gelovig midden opgroeit, dat je automatisch gelovig wordt. Geloof is niet erfelijk… Die Samaritaan zet ons op weg:ontdekken dat God van je houdt en je in Jezus rakelings nabij komt.
Zou je dan niet terugkeren en God met luide stem loven?
28e zdj-C *bij Lc.17,11-19 *door Paul Coucke *past.eenh. Emmaüs – St.-Andries-St.-Michiels-Brugge