Het verhaal van de 10 melaatsen (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen

Niet toevallig staat in de tekst dat het om 10 personen met een huidziekte ging. Tien was voor Bijbelse normen het minimum voor een representatieve groep. ‘Indien in Sodom nog 10 rechtvaardigen wonen zal ik de stad niet verwoesten’, zegt God tot Abraham. Het morgengebed kan in de synagoge maar gezegd worden als 10 personen aanwezig zijn. Tien biddende gelovigen zijn representatief voor heel de mensheid. Zij zingen in naam van iedereen Gods lof, opdat allen geheiligd worden. Ook omgekeerd staan tien zieken symbolisch voor allen die door ziekte, armoede of uitsluiting worden gemarginaliseerd. In dit geval ging het om een verschrikkelijke situatie. Vanwege angst voor besmetting waren deze lijders aan een huidziekte uitgestoten. Ze kregen een ratel en waren verplicht van op afstand zich te melden en te roepen dat ze besmet waren. Maar in het evangelieverhaal gebeurt het omgekeerde. In plaats van waarschuwend te roepen, vragen ze Jezus om aandacht en nabijheid. Lucas beklemtoont dit gedrag extra, om zo het contrast met de gezonden, die onverschillig aan Jezus voorbijgaan, te vergroten.

Jezus belooft de zieken dat ze onderweg naar de priester rein zullen worden. Kataridzein staat er in het Grieks wat betekent: zuiveren, genezen, heel maken. Vertrouwend op Jezus’ woord gaan ze zoals gebruikelijk zich tonen aan de priester en merken ze onderweg dat ze genezen zijn. Letterlijk staat er: Geheeld als totale mens, zowel fysiek, sociaal als religieus. Er is voor hen een nieuw leven en een nieuwe toekomst mogelijk. Merkwaardig genoeg is er slechts één – en nog wel een Samaritaan - dankbaarheid voelt en terugkeert op zijn stappen om Jezus te danken. Slechts één aan wie zich het wonder in de echte betekenis van het woord voltrekt, want door te danken, te knielen en Gods lof te zingen komt het wonder tot voltooiing.

Maar wat was daar zo bijzonder aan? Wat gebeurt er eigenlijk in de dankbaarheid? Het gaat om een gevoel dat je niet zomaar kunt oproepen, maar dat ons overvalt op een ogenblik dat we onverwacht en onverdiend een geschenk krijgen. Om een goed idee te krijgen moet je wat gebeurt vanuit twee hoeken bekijken: vanuit Degene die geeft en vanuit degene die ontvangt.

Een geschenk heeft altijd iets van het mateloze, het onbekommerd weggeven. Het geschenk net zoals het offer laten ons een andere dimensie van het leven aanvoelen. Het heeft te maken met blijheid om iemand om wie je geeft. Anders dan onze wereld van berekening, van concurrentie en van vechten om te overleven is een geschenk van een andere orde. Het verwijst naar de wereld van oneindigheid, van mateloosheid, soms zelfs van onbezonnen verkwisting (‘dat had je nu echt niet mogen doen, je hebt zoal weinig centen’). Het is de dimensie die maakt dat het leven zinvol is. In de dankbaarheid tegenover God ervaren we iets van het gratuite van geloven. Skinner was dus volgens mij fout: de ervaring dat je zomaar iets wordt gegeven kan een diep gevoel van geluk en dankbaarheid oproepen.

Er zit nog een ander belangrijk aspect aan dankbaarheid als je ze bekijkt vanuit de mens die ontvangt. Een geschenk krijgt maar zijn volle betekenis als de ander dit erkent en zo de gever in zijn diepere betekenis waardeert. Op het ogenblik dat de Samaritaan in ons verhaal God dankt, bereikt het geven zijn voltooiing en geeft hij aan de Israëlieten en ook aan ons een les in waarachtig geloof: hij ontdekte de onverdiende, onberekende overvloed van leven die van God uitgaat.
God, de Schenker van leven, wordt maar gever op het ogenblik dat de mens Hem erkentelijk dankt. Ook Jezus wordt slechts de plaatsbekleder van God door de erkentelijkheid van de mens. Ik raak daarmee aan een nieuwe manier van theologie bedrijven, die misschien op het eerste zicht wat vreemd in de oren klinkt. Wij zijn immers gewoon objectief te denken ook als het over God en Jezus gaat. Jezus is Zoon van God, omdat Hij uit God is geboren, God is nu eenmaal eeuwig en onveranderlijk hoe de mens zich ook gedraagt. Maar is dat zo? Wie jij bent, hangt toch niet alleen van jou af, maar ook van de manier waarop ik naar je kijk. Zo is het ook met God en Jezus van Nazareth. Slechts door de dankbare erkenning worden God en Jezus wie ze ten diepste in zichzelf zijn.

Zo opent dit kleine verhaal een nieuwe wereld van wederkerigheid, van een God die als een niet te stelpen Bron zich geeft aan de kosmos. En van een mens die in diep vertrouwen aanneemt en dankt. Die geheeld naar lichaam en geest inkeert in zijn diepste kern en daar aangekomen, geniet en feest om wat hem onverdiend wordt aangedaan.

Zoeken in Preken Online