Buitenkant/binnenkant (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen

Als u, op uw volgende vacantiereis in Frankrijk, in het stadje Brioude in de Auvergne, komt, dan moet u zeker gaan kijken, in de grote romaanse kerk, naar het middeleeuws kruisbeeld, dat afkomstig is van de leprozerie van die plaats, enkele kilometers buiten de stad. Het is een klassiek groot kruisbeeld, maar de bijzonderheid is dat de huid van Christus volledig is bevlekt met een huidziekte, lepra.
Wat moeten de lepra-lijders zich beroerd gevoeld hebben in hun leprozerie, daar buiten de stad Brioude, verbannen, uitgesloten uit de gemeenschap. Hun huidziekte was niet te genezen. En wat moeten die lepra-lijders in Brioude het als een steun gevoeld hebben, dat kruisbeeld. Want ze hadden wel Iemand bij zich, die hun ziekte deelde, Iemand die hen niet uitstootte. Dat hebben ze moeten hebben aangevoeld, elke keer als ze naar dat kruisbeeld keken.
Ja, wat moet je je toch beroerd voelen, als je iets ernstigs hebt, waar niemand je mee kan helpen. Een ernstige ziekte, die niet overgaat, die niet te genezen is. Of een ziekte, waar de medische wetenschap machteloos tegenover staat. Zo’n ziekte waarvan je weet dat die nooit meer overgaat, of misschien zelfs de dood zal bespoedigen. Wat kun je je beroerd voelen, onmachtig, ontmoedigd, misschien zelfs wanhopig.

De medische wetenschap kan niets meer voor je doen, en de kwakzalvers, de gebedsgenezers, de paranormale genezers en de acupuncturisten heb je allemaal al gehad. Wat blijft er dan nog over ? Nog een laatste poging.
Nog een laatste poging. Voor Naäman de Syriër, een jonge vrouw uit Israël die hem de weg wijst naar een profeet. Naäman de Syriër dompelt zich zeven maal onder in het water van de Jordaan – de tekst gebruikt hier hetzelfde woord dat wij gebruiken voor het onderdompelen bij het Sacrament van de Doop. En Naäman is plotseling genezen.
Nog een laatste poging. Voor die tien melaatsen, die staan te schreeuwen langs de kant van de weg, want ze moeten op afstand blijven. Dan komt Jezus langs. Daar hebben ze van gehoord. Een laatste poging. “Jezus, meester, ontferm u over ons”. Onze kerk zingt het met Goede Vrijdag, ‘eleison humas’, “ontferm u over ons”.

Geloven ze in wonderen ? Nauwelijks. De tien melaatsen willen vooral aandacht, ze willen misschien een kleine bijdrage. Alle hoop hebben ze al verloren, ze zijn definitief uitgestoten uit de samenleving. Naäman de Syriër wil van zijn lastige en overheersende huidziekte af. De artsen van Syrië heeft hij al gehad, die kunnen niets meer voor hem. Dan nog een uiterste poging. Maar hij gelooft er zelf niet meer in. Zeven keer onderdompelen in het water van de Jordaan. Belachelijk.

Hun genezing is niet zozeer een wonder, dan wel een teken. Een wonder is iets wonderbaarlijks, iets waar je je over kan verwonderen. Maar hier wordt een teken gesteld. Een teken is iets dat verwijst naar een andere werkelijkheid.
Hun genezing is geen wonder, daar zullen ze misschien wel denken. Naäman zal zijn genezing misschien toeschrijven aan het geneeskrachtige water van de Jordaan. De tien gaan zich tonen aan de priesters en onderweg ontdekken ze dat ze genezen zijn. Jezus heeft hen nog niet eens aangeraakt. Misschien zijn ze wel vanzelf genezen? Wie weet?
De melaatsen uit de lezingen van vandaag zochten een wonderdokter, om van hun huidziekte te genezen. Ze vinden iets heel anders. En daar gaat het uiteindelijk over, in de lezingen van vandaag. Hun huidziekte, die zit aan de buitenkant, die geneest uiteindelijk omdat ze hun binnenkant hebben ontdekt, omdat ze iets veel diepers hebben ontdekt. Hun geloof heeft hen – niet genezen, dat staat niet in de tekst – heeft hen “redding gebracht”. Nu de buitenkant, de huid, genezen is, kunnen ze aan de binnenkant God weer vinden. Ze vinden nu Iemand, die bij hen de binnenkant geneest. Naäman ontdekt de God van Israël, de tien melaatsen (althans één op de tien, de bekende 10 %) ontdekken dat - misschien - niet zozeer Jezus, als wel hun eigen Godsgeloof, hun eigen vertrouwen hen redding gebracht heeft.

Het gaat in de lezingen van vandaag dan ook niet zozeer om dankbaarheid. De genezen man keert naar Jezus terug om Hem te bedanken, maar vooral om God te verheerlijken en eer te brengen. De tekst van de evangelist Lucas gebruikt voor deze dankbaarheid het woord ‘eucharistie’. Ook niet voor niets. En wanneer Jezus tegen de Samaritaan zegt: “Sta op”, dan gebruikt de evangelist Lucas het woord dat de jonge kerk ook gebruikt voor de Verrijzenis. En Naäman, die wil de profeet gaan bedanken en betalen, maar Elisa verwijst hem naar waar het écht om gaat: erkenning van de God van Israël. Het gaat hier allang niet meer over melaatsheid.
Misschien is het ons ook eens overkomen, een vervelende gebeurtenis, een ernstige ziekte, een diepe crisis, die we overwonnen hebben, en waarvan we achteraf ontdekken dat die vervelende gebeurtenis, die ernstige ziekte, die diepe crisis, ons iets wezenlijks geleerd heeft, iets dat veel belangrijker is dan die tijdelijke ziekte of die crisis. Dat zo iets ons kan leren waar het écht om gaat in dit leven. Ja, soms hebben de gebeurtenissen in ons leven een tekenwaarde, die ons de weg naar God kan wijzen.

Zoeken in Preken Online