28e zondag door het jaar C - 2007

C-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen

Als wij mensen een eenvoudige gunst hebben ontvangen, sturen wij soms als we thuis komen een kaartje ‘bedankt’, of een kleinigheidje. Ik ken mensen die na een verblijf van maanden in een ziekenhuis aan de afdeling een envelop met een flink bedrag geld gaven. Dat soort attenties zijn ontzettend belangrijk. Ze laten iets zien dat het goede wordt gewaardeerd, al is het misschien gewoon iemands werk. Maar toch… het is altijd goed om dankbaarheid te ontmoeten. Dat schept een band, is uitdrukking van liefde. Wat moet er dan wel tegenover staan als iemand zo goed is je leven te redden?

De tien melaatsen in het evangelie verwachten minstens dat laatste van Jezus. Ze zijn afgeschreven en afgewerkt in hun leven. Ziek tot de dood er op volgt – ‘opgegeven’ in onze moderne woorden. Ze moeten bij iedereen uit de buurt blijven: “zij bleven daarom op grote afstand staan”. Deze mannen hebben niets te verliezen, en toch… in de komst van Jezus zien zij een teken van hoop. “Jezus, meester, ontferm U over ons!” roepen zij. Kyrie eleison! Zonder enige gêne staan zij te roepen.

Jezus ziet ze met een blik van medelijden, zoals Jezus’ blik naar mensen nooit neutraal is. Hij geeft de melaatsen een bijna absurde opdracht die alles vraagt van hun geloof “Ga u laten zien aan de priesters.” Wat moet er door deze mannen zijn heengegaan… Is dit nu antwoord op hun bede? Stel dat er geen genezing plaatsvindt! Dan staan ze voor schande en volgt een bestraffing omdat ze als melaatse zomaar bij de priesters in de tempel zijn gekomen. Toch gaan ze – zou dat niet zijn omdat Jezus’ blik van medelijden hen vertrouwen heeft gegeven? Dat deze man die zo vol liefde naar hen kijkt geen bedrieger is, maar de Messias op wie ze heel hun vertrouwen kunnen stellen?

Onderweg worden ze gereinigd. Heel vaak gebeuren wonderen onverwacht, gewoon midden in het leven. Geen spektakelstukjes maar een wonder in het verborgene. Als je erop wacht komt het niet, maar midden in het leven kijk je om: ‘Hé, daar werkte God in mijn voordeel…”

Deze mannen worden dus gered. Slechts tien procent keert terug. Een vreemdeling, iemand die als Samaritaan al uitsloten werd als hij niet melaats was. Iemand die daarom eigenlijk in de ogen van mensen nog steeds melaats was. Is het wegblijven van de negen nu het antwoord op een levensreddende ingreep? Misschien heeft Jezus niet spectaculair genoeg gehandeld. Misschien had Hij beter donder en bliksem kunnen gebruiken. Net zoals de eucharistie geen spektakelstuk is waar meer dan tien procent wekelijks voor uit zijn bed komt, is ook deze genezing misschien wel te gewoon. Zoals voor veel mensen God alleen maar interessant lijkt als Hij zijn medelijdende blik op ons richt, maar als wij Hem niet nodig hebben wij Hem ook geen blik waardig keuren.

Het gaat niet om de hoeveelheid mensen die terugkomen. We moeten het positief benaderen want God is blij met deze ene Samaritaan die komt bidden, al is het toch wel vreemd. Mensen gaan onderling met meer hoffelijkheid met elkaar om, hoewel… Maar vooruit, een kaartje of een flesje wijn kan er meestal toch wel af. De ene man komt terug en biedt Jezus meteen het mooiste cadeau aan: “Hij verheerlijkt God met luide stem”. Hij schrijft de gunst aan de juiste toe. Let op: hij komt niet Jezus verheerlijken! De man dankt niet Jezus maar de Vader, zoals het hoort: “opdat God in alles verheerlijkt wordt”. Daarbij komt hij los van het gevraagde en gekregene. En hij is “vol dankbaarheid”, staat er. Hij is het niet een beetje – zoals dankbaarheid met een attent ansichtkaartje wordt uitgedrukt – maar helemaal. De man is helemaal genezen en is ook voor honderd procent dankbaar. Het staat in verhouding, zoals ook Jezus zelf zegt als Hij een erge zondares heeft vergeven (Lc.7, 47) “Aan wie weinig wordt vergeven, hij betoont weinig liefde.’’ Wie veel krijgt, is ook meer dankbaar.

Als wij kijken naar dit tafereel, mogen wij ons wel afvragen: hoe dankbaar zijn wij? Keren wij terug na een dag van genade om Hem te danken? Of maken we er ons van af door gewoon een schietgebedje – beeld van het ansichtkaartje? En… waarvoor danken we Hem? Zijn wij honderd procent dankbaar voor alles wat Hij geeft, of alleen voor wat wij zelf willen of wilden? Danken wij Hem dat wij naar de priesters moeten gaan – dat betekent, voor alle schijnbaar zinloze dingen? Danken wij Hem dat Hij de tijd van genezing kiest – om ons geduld te beproeven? Kunnen wij God ook danken wij ook voor het kruis van onze eigen gebrokenheid, ons lijden, omdat dat de weg van Jezus is? Of willen we alleen Pasen zonder Goede Vrijdag? Is alles, maar dan ook alles reden tot dankbaarheid voor ons? Alleen dan kunnen we ook eucharistie vieren – dankmaaltijd – als we weten waarvoor wij God komen danken. En dat is veel. Als we de gave Gods kenden, zouden er wel meer dan tien procent terugkomen op zondag om eucharistie te vieren voor alles wat op onze weg komt… God dankend in Hem. Amen.

Zoeken in Preken Online