28e zondag door het jaar (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen

Beste dorpsgenoten,

Donderdag heb ik bezoek gehad van een heel dierbare klasgenoot en vriend. We hadden elkaar veel te vertellen. Zo vertelde ik hem onder meer dat ik mijn preken niet meer voorlas tijdens de mis maar ze wel liet afdrukken in het parochieblad. Ik legde hem uit dat ik daartoe gebracht was door de woorden van Mennen Sjaak: “Lezingen en preken zijn de praat niet waard.” Daar was hij het niet mee eens. Hij vond dat ik mijn preken weer in de kerk zou voorlezen. Want anders zou ik iedereen te kort doen. Ik houd me aan zijn goede raad!

Het thema van de lezingen van deze zondag gaat er over of mensen die niet geloven in de ware God, d.w.z. de God van een bepaald volk of godsdienst, toch kunnen profiteren van God’s meeleven en barmhartigheid. In de eerste lezing gaat het over een heiden, zo kun je hem noemen, die een huidziekte had en zich op aanwijzing van de Elisa, de man God, zich zevenmaal onderdompelde in de Jordaan en genezen werd. Door die genezing raakte hij overtuigd van de macht van de God van Israël.

Het evangelie beschrijft hoe door toedoen van Jezus tien melaatsen werden gereinigd. Een van hen was een niet-gelovige en uitgerekend alleen die niet-gelovige kwam terug om Jezus te bedanken.

Het Christendom heeft in navolging van Jezus barmhartigheid geleerd en in praktijk gebracht. Maar nationale en godsdienstige verschillen stelden grenzen aan die barmhartigheid. Allerlei discriminaties waren eeuwenlang vanzelfsprekend.

We kunnen ruwweg zeggen dat sinds het bestaan van de Verenigde Naties, na de oorlog opgericht door alle grote landen, alle mensen, ongeacht hun geloof, hun ras, hun geslacht, hun seksuele aard, recht hebben op voedsel, een veilig onderkomen, vrijheid van godsdienst, recht op vrije mening, onderwijs en verpleging. Daarmee werd discriminatie op al deze punten verboden.

Voor mensen van onze tijd zijn de gebeurtenissen uit de twee lezingen eigenlijk vanzelfsprekend.

En toch zijn we er nog heel vertrouwd mee dat ongedoopten, mensen die lid zijn van andere kerkgenootschappen en mensen die vallen onder andere categorieën, nièt aan de maaltijd des Heren mogen deelnemen, om maar iets te noemen, en dus werkelijk gediscrimineerd worden, tegen de Mensenrechten in. We vinden dat zelfs vanzelfsprekend en onze kerkelijke overheden eisen zelfs dergelijke uitsluitingen. We lezen dat Jezus gezegd heeft: “Wie niet voor mij is tegen mij.” Maar ook lezen we dat hij gezegd heeft: “Wie niet tegen mij is, is voor mij”. Past die laatste Jezus niet beter bij de bedoelingen van de Verenigde Naties en bij onze tijd?

Ik heb een film gezien die zich afspeelde in een klein dorp. Geen keer is het woord God gevallen. Wel was er een dominee die zijn vrouw vernederde, een parochiaan die naar de kerk ging en daarna zijn vrouw afranselde en leden van het kerkkoor die intens gemeen tegen elkaar konden zijn. Toch begonnen deze kleine mensen geleidelijk naar menselijke grootheid en waardigheid te groeien. Op de duur konden ze samen aan tafel zitten, samen koffie drinken, samen feest vieren, schitterend zingen en samen intens blij zijn. Voor sommigen onder hen was het vijfde gebod meer dan heilig, want seks stond bijna gelijk aan groot kwaad. Maar geleidelijk ontdekten ze dat seks ook genade kon zijn en dat dat vijfde gebod alleen, niet meer voldoende was.

Jezus van Nazareth, ook iemand die ervaring heeft met een klein dorpje, zou in die film een geweldig acteur geweest zijn.

Laat ik nu dat woord God toch even gebruiken: het was alsof hij in die film, als een worm in een appel, zijn weg vond.

Geleidelijk ontvouwde hij zich door de ruzies, de pijn, het zingen, het blij zijn en de liefde zo groots, zo intens, dat ik geen woorden heb. Alleen mijn zwijgen zegt: “Ik heb zo iets moois mee gemaakt”.

En het mooiste is: het zit niet vast aan een film of aan een bijbel of aan een geloof.

Zo is het.

Zoeken in Preken Online