Waarom kwamen er uitgerekend tien melaatsen naar Jezus? Tien is als het ware het getal van de voldoening. In het scheppingsverhaal staat er tien maal: ‘God sprak’. Daarna was hij voldaan. Er is ook sprake van de tien woorden van God, die wij de tien geboden noemen. Wie ze onderhoudt, voldoet aan de wil van God. Het zijn tien woorden die willen bevrijden van kwaad. Als God in het boek Genesis de steden Sodom en Gomora wil vernietigen, smeekt Abraham God het niet te doen als er vijftig rechtvaardigen gevonden worden. God geeft toe. En Abraham pingelt af. Ook als er vijfenveertig gevonden worden zal God niet toeslaan. Ook niet voor dertig en twintig. Maar tien is de limiet. Tien rechtvaardigen zijn voldoende. Maar niet minder. Om op sabbat de liturgie te kunnen vieren in de synagoge moeten de Joden met tien zijn. Dat is voldoende. Als er maar negen zijn gaan ze terug naar huis om alleen te bidden.
Omdat de melaatsen juist met tien zijn rekenen ze op redding door God. En Jezus zal ze alle tien genezen. Ze krijgen ‘voldoening’. Ook de Samaritaan onder hen. Een ‘vreemdeling’ staat er. Dat betekent een heiden, in elk geval geen echte jood. Jezus maakt eens te meer duidelijk dat God geen onderscheid maakt op grond van etnicitieit, cultuur of godsdienst. Hij kijkt alleen naar het hart van de mens. Jezus zal de Samaritaan die dankbaar naar hem terugkomt ook als ‘gelovige’ erkennen. Het Rijk Gods is in hem. Ook
Een van de tien (2004)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 28e zondag · groen