OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, welkom. Wij zouden deze zondag ‘de dag van het geloof’ kunnen noemen. Want de apostelen vragen aan de Heer om meer geloof. Zij doen dat in het besef dat mensen met een groter geloof grotere werken tot stand zullen brengen. Als je ergens echt in geloof, dan ga je er helemaal voor. Wat zou onze wereld een paradijs zijn als alle mensen zouden geloven in de grenzenloze liefde van God!
Zullen wij eens beginnen met ons eigen wereldje: Velsen-Noord of waar wij ook vandaan komen!?
Paulus zegt in de tweede lezing van vandaag, dat wij niet moeten vergeten het vuur van Gods genade in onszelf aan te wakkeren. Veel mensen lijken wel wat geloof betreft niet meer dan een spaarvlammetje te hebben. Bij een beetje tegenwind waait het uit. Warmte en licht geeft het ook niet.
Denken wij terug aan andere mensen en zaken waarin wij hebben geloofd: onze kinderen, onze vrienden, ons werk. Vaak is er iets moois uit voortgekomen.
Zelf merk ik het vaker als mij een gevoel van verdriet of troosteloosheid overvalt, als ik mij dan tot God richt, in de bijbel ga lezen, een beetje ga mediteren, dan laat God mij wel iets lezen waardoor ik weer een beetje vuriger word. Hij wil dat vuur geven, maar wij moeten er wel naar zoeken, erom vragen. En dat vergeet ik weleens. Dan blijf ik hangen in mijn verdriet. Dat vergeten wij allemaal weleens.
Vragen wij om meer geloof. Gaan wij er voor. Dan wordt na deze viering onze Kerk en onze wereld weer ietsje mooier. Denken wij er aan: wij staan er niet alleen voor. Velen in de wereld geloven met ons.\
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Heer en Meester, al wat goed is komt van U, en Gij zet ons tot het goede aan. Wie zijn wij dat wij het wagen U van elke ongerechtigheid de schuld te geven? Ban de kleinmoedigheid uit ons leven en laat het geloof tot volle wasdom komen. Toon hoe Gij in alle omstandigheden met ons zijt. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.\
KINDERWOORDDIENST
PREEK
Ik weet niet of wij ons helemaal herkennen in het laatste stukje van het evangelie waarin Jezus spreekt over de onnutte knechten. Wat Jezus hier zegt, paste wel helemaal in zijn tijd. Alle mensen, die toen naar Jezus luisterden, waren het hier mee eens, maar wij hebben nu heel andere gedachtes over wat dienen is.
In Jezus’ tijd was dienen iets wat je deed met alles wat je bent en hebt. Je diende niet van zo laat tot zo laat, nee, je was dienaar, altijd, dag en nacht. Het is net iets als man of vrouw zijn. Je bent een man of vrouw of je bent het niet. Je bent zwanger of je bent niet zwanger. Een tussenweg is er niet. Je bent levend of je bent dood. Je bent dienaar of je bent het niet.
Wij dienen, helpen, werken, zoveel uur per week. En wij worden er vaak nog voor betaald ook. Wij zoeken het ook zelf uit wat wij doen. Wij kunnen er onszelf mee ontwikkelen. En omdat je er vaak voor betaald wordt, komt het ook ten goede aan je man of vrouw, je kinderen. En daarnaast heb je ook nog vrije tijd, een privéleven. En vooral dat laatste is volgens het gevoel van velen je eigenlijke leven.
Dat was in Jezus’ tijd niet mogelijk. Het dienen was je leven. Je leven was het dienen. Het was ondenkbaar dat als een koning een dienaar nodig had, dat hij dan eerst even een dienrooster moest raadplegen om te kijken wie er aan de beurt was. En het was ondenkbaar dat als hij dan iemand anders zou vragen, dat die persoon dan zou zeggen “Nu even niet”, omdat hij bijvoorbeeld hoofdpijn had.
Was het dienaar-zijn van vroeger dan iets mensonwaardigs? Dat zou het zijn als er niet iets tegenover stond. Maar mensen, die zo dienden, werden in het persoonlijke leven van hun heer opgenomen. Wij kennen dat nog van niet zo heel lang geleden. Vroeger hadden heel wat gezinnen een dienstmeisje. Hun uren werden ook niet geteld. Maar zij werden wel helemaal opgenomen in het gezinsleven. Daarin vonden zij - als het goed was - liefde en geborgenheid.
Wij kennen in onze tijd ook nog wel dat soort mensen. Bijvoorbeeld een groot zakenman, die een privésecretaris heeft. Of een hoge officier, die een adjudant heeft. Koningin Beatrix en haar hofdames. Dit zijn mensen, die heel vertrouwelijk met elkaar omgaan. Het zijn relaties, die niet aan de klok gebonden zijn. Als privésecretaris en adjudant en hofdame ben je in principe 24 uur per dag beschikbaar.
Wij kunnen het vergelijken met de honderdman in het evangelie. Die heeft 100 soldaten, maar hij heeft ook een knecht. En als die knecht een keer flink ziek is laat de honderdman anderen contact opnemen met Jezus, want hij houdt bijzonder veel van die knecht. Die officier wil iets doen voor zijn knecht.
Op eenzelfde manier, lieve mensen, zijn wij met God verbonden. Wij dienen Hem met alles wat wij zijn, met alles wat wij hebben. Wij zijn geen dienaars op zaterdagavond van 19.00 tot 20.00 uur/op zondagmorgen van 09.30 uur tot 10.30 uur, nee, wij dienen God dag en nacht. Zoals je 24 uur per dag vader of moeder bent, 24 uur per dag kind van je ouders bent, zo zijn wij altijd dienaars van God, vrienden van God, familie van God. Wij mogen Hem dienen. Wij willen Hem dienen.
God is natuurlijk blij als wij Hem dienen, maar Hij wordt er niet gelukkiger door. Hij is al volmaakt gelukkig! Nee, door God te dienen worden wijzelf gelukkiger, wordt onze wereld beter en mooier. God dient ons, beschermt ons, als wij leven in verbondenheid met Hem. Jezus zelf heeft dat gezegd door te verklaren, dat de Mensenzoon niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen. Hij dient ons met alles wat Hij is en heeft, tot en met zijn eigen leven. Hij is ons voorbeeld. Hij geeft ons kracht om Hem en onze medemensen op eenzelfde manier te kunnen dienen.
God dienen is ook gediend worden door God. Wij hebben nu de Dienst van het Woord. Zo aanstonds de Dienst van de Eucharistie. De Kerk gebruikt niet voor niets het woordje ‘dienst’. Hier in de kerk geeft God zichzelf in woord en sacrament. Wij krijgen zijn kracht, zijn goddelijke kracht, om ons ook zelf met 100% liefde in te kunnen zetten. Als wij die kracht in ons opnemen kunnen wij zijn als Maria, die tegen de engel Gabriël zei: “Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw Woord”.
God dienen is niet alleen een kwestie van allerlei karweitjes voor hem opknappen, zieken bezoeken, het parochieblad rondbrengen, het is ook een zaak van een bepaalde levenshouding aannemen. Jezus zegt bijvoorbeeld, dat Hij zachtmoedig en nederig van hart is. God dienen is dan ook jezelf - met de hulp van Gods genade - aanleren om ook zachtmoedig te zijn, om bescheiden te zijn.
Broeders en zusters, wij bidden zo dikwijls het ‘Onze Vader’ met daarin de bede, de vraag, dat het Rijk van God mag komen. Het is geen kwestie van afwachten, wij kunnen door een dienstbare christelijke liefde - dat is een soort 24 uursservice - de komst van dat Rijk bespoedigen. Er is veel liefdeloosheid in de wereld. Wij worden geroepen en gezonden om te laten zien dat het ook anders kan. Zijn wij die mensen, die in navolging van Jezus Christus, het aanschijn van de aarde veranderen. Zijn wij in deze wereld de mensen, die het verschil uitmaken.\
SLOTWOORD
Broeders en zusters, Leonardo da Vinci heeft ooit een verhaal verteld over een perzikboompje. Een perzikboom stond naast een notenboom en keek jaloers naar de takken van zijn buurman, die vol noten hingen. Waarom heeft hij zoveel vruchten, terwijl ik er maar zo weinig heb, dacht hij. Dat is niet eerlijk. Ik moet zorgen dat ik evenveel vruchten krijg als hij.
Dat zou niet verstandig zijn, zei een jonge pruimenboom, die zijn gedachten geraden had. Kijk eens wat een dikke takken die notenboom heeft. En heb je weleens goed gekeken naar zijn sterke stam? Ieder moet leven volgens zijn eigen krachten. Jij moet je best doen om goede, sappige perziken voort te brengen. Het gaat niet om de hoeveelheid, maar om de kwaliteit.
Maar de perzikboom was zo jaloers op zijn buurman, dat hij niet naar de pruimenboom wilde luisteren. En hij zei tegen zijn wortels: zuig meer voedsel uit de grond. En tegen zijn vezels zei hij: stuw meer sap door mijn ledematen. Hij beval zijn takken dat ze meer bloesems moesten voortbrengen en tegen zijn bloesems zei hij: maak dat je rijpe vruchten wordt.
En de perziken werden rijp en zwaar. Omdat het er zoveel waren, konden de takken ze niet meer dragen. En de stam kon het gewicht van al die zwaarbeladen takken niet meer dragen. Met een zucht moest de perzikboom zich buigen. Krakend brak de stam en alle perziken rolden weg. Ze bleven liggen aan de voet van de notenboom.
Misschien dat ook wij weleens denken: wij dragen te weinig vruchten, wij zijn met te weinig mensen. Die bekoring heb ik gemiddeld minstens één keer per dag. Maar het gaat niet om de hoeveelheid, maar om de kwaliteit.
Wij hebben in woord en sacrament Gods kracht ontvangen. Wij hebben de kwaliteit in ons. Gebruiken wij die kracht dan ook. Ontmoeten wij de komende week alle mensen, doen wij al onze werken op de manier zoals Jezus het zou doen. Dan hebben wij kwaliteit. Dan komt de kwantiteit vanzelf.