26e zondag door het jaar (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Beste lezer/lezeres,

Donderdagavond heeft het dagelijks bestuur van de nieuwe gemeente Leudal zich willen voorstellen aan de gemeenschap.

De Stichting Gemeenschapsraad Heibloem had alle inwoners van de parochie Heibloem uitgenodigd om bij die avond aanwezig te zijn, met de uitnodigende woorden: “Laat horen wat U voor Heibloem belangrijk vindt!!!!”

Blijkbaar hebben de bewoners gedacht dat het om een kerkdienst ging. Verklaart dat misschien de zeer geringe opkomst (18), nog bescheidener dan op zondagmorgen?

Of heeft de gemeenschap misschien op die overduidelijke manier laten weten zich op dit moment niet bewust te zijn van iets belangrijks?

En nu naar de toestand in Jerusalem rond 760 vóór Chr., de tijd van de profeet Amos, zoals die wordt voorgesteld in de eerste lezing. Een realistisch stukje uit een roman, geschreven door een duidelijk linkse schrijver, (zo zouden wij dat nu noemen.), al lang nadat de ballingschap die hij voorspelde werkelijkheid was geworden!

In Nederland zal wel niemand meer op een ivoren bed liggen om bij te komen van het vette eten. Maar als we kijken naar de armoede die elders nog heel normaal is, dan mogen we de beschrijving uit de eerste lezing zeker op onze streken toepassen. In plaats van ballingschap die toen de rijken als eersten te wachten stond kunnen wij nu denken aan milieurampen waardoor wij bedreigd worden, wij, rijken, eerder en omvattender dan die armen ver weg; daar hoeven we ons weinig bij voor te stellen!

Het verhaal over de arme Lazarus kunnen we allemaal wel navertellen. Als we het goed lezen, valt er wel wat op: De rijke heeft geen naam, de arme wel. En ook: geen schelden of schreeuwen. Hoe correct spreken de rijke en Abraham elkaar toe: de rijke spreekt Abraham eerbiedig aan met “Vader Abraham” en hij durft zelfs compassie te verwachten en te vragen. En Abraham spreekt de rijke heel betrokken aan met “mijn zoon”, ook al maakt hij hem duidelijk waarom hij nu met recht gefolterd wordt. En hij heeft zelfs een excuus waarom het verzoek niet kan worden ingewilligd. Alsof dat er toe zou doen.

De rijke laat zich niet uit het veld slaan door de eerste weigering. Hij wil zelfs dat die arme hem nu een dienst bewijst. Nog een keer vraagt hij: “Dan vraag ik u, vader…” En zelfs als Abraham niets in dat verzoek ziet, houdt hij toch vol: “Och nee, vader Abraham”. Pas dan maakt Abraham een einde aan de conversatie: “Als ze naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen ze zich ook niet laten overreden als er iemand uit de doden opstaat.”

En wij dan? Wij worden er steeds aan herinnerd dat ons geloof ons nergens toe dient als wij niet geloven in de opstanding van Jezus. Dat punt laat ik rusten.

Wel kom ik even terug op de uitspraak van Abraham: “[Uw broers] hebben Mozes en de profeten; laat ze naar hen luisteren”. En in hoofdstuk 6, vers 31, legt Lucas Jezus deze woorden in de mond: “Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, moet gij het hun doen.” En Matteüs haalt die gulden regel ook aan in hoofdstuk 5, vers12, en voegt er kort en duidelijk aan toe: “Dàt is de wet en de profeten.”

Wie werkelijk zekerheid wil hebben hoe men in het leven het beste te werk kan gaan, hoeft dus niet te perse te rade te gaan bij dogma’s, definities en kerkelijke verklaringen, maar kan zich veilig houden aan de korte en heldere woorden: “Zoals gij wilt dat mensen u behandelen, moet gij het hun doen.” Verrezen zijn uit de dood, en onfeilbaarheid kunnen daar niets aan toevoegen! Amen.

Zoeken in Preken Online