26e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

DE RIJKE MAN EN DE ARME LAZARUS… (Lukas 16, 19-31)

een parabolische spiegel voor deze wereld vandaag

‘Een zeker mens was rijk, ging gekleed in purper en fijn laken,

en elke dag was het groot feest.

Maar een zekere arme, Lazarus heette hij,

lag aan de drempel van zijn deur, met zweren overdekt:

die had graag zijn honger gestild met wat van de tafel viel

van de rijke, maar alleen honden kwamen zijn zweren likken…’

(Lukas 16, 19-21)

Zo begint, in glasheldere beeldspraak, een parabel die de Messias-Jezus bij Lukas vertelt. ‘Een zeker mens was rijk, en een andere mens was arm…’ In elk geval: twee keren een méns, laat daar geen twijfel over bestaan! De rijkdom van die rijke valt af te lezen aan zijn kleding: purper wordt gebruikt voor koningskleren, en het uiterst kostbare fijne laken moest speciaal worden geïmporteerd uit Egypte (en dat alleen al is voor bijbelse oren erg verdacht: ‘Egypte’ is in de Bijbel het land bij uitstek van onvrijheid, van onrecht en verdrukking…)

Met die arme is het anders gesteld: die is als bedelaar neergelegd op de drempel van het rijkemanshuis, en dus zo letterlijk gedegradeerd tot een grens-geval. Hij is een man van de straat, strààt-arm, en hij vergaat van de honger. De honden die hun snuit in allerlei vuiligheid steken, likken zijn zweren (het klinkt ‘cynisch’ – maar dat woord betekent dan ook letterlijk: ‘honds’ – van het Grieks: ‘kunikos’ = honds…) En uiteraard zijn honden erg onreine dieren.

En wat van de tafel van de rijken valt; wat die sjieke meneer achteloos meegeeft aan de vuiniskar of opstapelt in allerlei boterbergen en melkplassen, in voedselbanken en containers achter grootwarenhuizen - omdat er nu eenmaal tevèèl is – de arme had het wat graag te eten gekregen, maar het geraakte om één of andere reden niet tot bij hem, of het werd hem niet toegelaten om ook maar in de nabijheid er van te komen…

Het enige wat hem wél gegeven is – maar dat is bijbels gezien dan ook beslissend! – is zijn naam. Hij is de enige persoon uit alle parabels van Jezus die een naam heeft, en dat is niet toevallig, dat heeft Lukas met opzet zo neergeschreven. De arme heeft een ‘eigen-naam’; de rijke heeft die niet. Die heeft alleen een ‘soort-naam’… Hoewel die rijke in de maatschappij heel wat ‘naam had’, en die arme juist nièt..! Een arme is in onze maatschappij per definitie anoniem. Hij is alleen maar één-van-de-veel-te-velen. De Bijbel draait dat radicaal om: van de rijke z’n ‘soort’ zijn er elk jaar meer (kijk er de lijstjes die met nieuwjaar verschijnen over de rijkste mensen ter wereld maar op na!) – maar de armen zijn Gods lievelingen en naamgenoten…

Dus behoort het tot de essentie van deze parabel, dat Lukas dat omdraait: in dit verhaal heeft de arme wél een naam, en de rijke man blijft kleurloos anoniem steken in de grijze-massa-met-witte-boord… (van de rijken zijn er in onze wereld wel… ‘vijftig tinten grijs’, suggereert deze parabel ‘cynisch’) Zoals het er in de wereld aan toe gaat, zo niet in het Rijk Gods, zegt Jezus, zegt Lukas. Daar wordt juist alles omgekeerd. Je hoort het – dit is waarachtig een ‘revolutionaire’ parabel…

Die arme heeft uiteraard voor Jezus een naam. ‘Lazarus’ heet hij. ‘God helpt’ betekent dat; ‘God is mijn reddeing, mijn toevlucht en mijn burcht…’ Dat is makkelijk zeggen, natuurlijk, dat God hem wel zal helpen. Dat denkt de rijke man ook iedere keer wanneer hij in een mini-boogje om hem heen stapt om zijn sjieke villa binnen te gaan. In elk geval: hem helpen doet de rijke niet! en toch had het gemoeten, want wat staat er te lezen in de Tora, die wegwijzer-ten-leven waaruit de rijke man elke sabbat in de synagoge hoorde voorlezen? Dàt staat er, in Deuteronomium hoofdstuk 15, vers 4: ‘Er zal geen arme in uw midden zijn…’

Lazarus ìs een arme, zegt Jezus. En hij ìs in ons midden, hij is binnen handbereik van de rijke man, iedere dag, van ’s morgens tot ’s avonds. Hij ligt zelfs bij hem thuis aan de deur – even de veiligheidssystemen uitschakelen, met de afstandsbediening de grote ijzeren poort openmaken, en hij kan zo bij de rijke te gast zijn…

Het woord dat hier bij Lukas staat voor ‘arme’ is hetzelfde als het woord dat in de zaligsprekingen staat: ‘Zalig de armen’… Met precies hetzelfde woord wordt in Exodus 3,7 gezegd dat ‘…JHWH het geschreeuw hoort van Zijn volk, en hun armoede ziet…’ Het volk van God in Egypte was een volk van verstotenen, doodarm en op sterven na dood, zoals Lazarus in deze gelijkenis.

Welnu, deze Lazarus, dit hele volk-van-God in één persoon samengebald en gesymboliseerd, lag buiten op de stoep bij de rijke man. Maar dat vond de rijke geen probleem: hij liep er zoals gezegd altijd netjes met een boog omheen – trouwens: ‘over zo’n kleingheid valt zelfs een regering niet (slogan ooit van een 11-11-11 campagne). ‘God helpt – Lazarus’– het zal je naam maar wezen… Maar ja, kijk: als God helpt, waarom zouden wij het dan nog een keer moeten doen?

En nu geschiedde het, dat de arme stierf…’, zegt Jezus. ‘En engelen droegen hem in de schoot van Abraham’. Hij hoeft niet eens te worden begraven, de arme man. Hij gaat rechtstreeks en zonder vóóronderzoek binnen in de heerlijkheid van God, als was hij een goede bekende van de hemel, een echte vriend-des-huizes. Zijn dood gelijkt op die van Mozes, waarvan de Joden zeggen dat hij stierf met een kus van God op de lippen. Aan deze arme komt direct een ereplaats toe in vader Abrahams schoot, als was hij een kind, een zoon van dé gelovige bij uitstek…

En de rijke, zal je vragen? Wel, ook hij sterft (gelukkig is dat nog voor iedereen gelijk, voor armen én voor rijken: dat we allemaal sterven.!) en wordt begraven. Een uitvaart waar Jezus geen enkele commentaar bij geeft – maar we mogen veronderstellen dat hij begraven is als een vorst, zo plechtig en zo mooi, dat spreekt toch vanzelf voor zo’n belang-rijk man…

Maar in het dodenrijk is hij aan kwellingen allerhande ten prooi. En vanuit de diepte roept hij vader Abraham, om zich over hem te ontfermen – ‘Kyrie eleison’, zingt hij in het gregoriaans (hij kende dat maar al te goed vanuit de vieringen die hij elke week heel getrouw bijwoonde). En hij smeekt daarbij wanhopig dat men Lazarus naar hem zou toesturen om hem te vertroosten. Want zo hoort het toch: ‘God helpt’ – en dat moet gelden voor iedereen, zonder onderscheid. Niet alleen voor de armen – dat vond die dode rijke man nu echt wel je reinste discriminatie… Zulke partijdige God, Die had hij nooit gekend en kon hij niet verdragen!

En dat de armen bij dat ‘vertroosten’ de eerste stappen zetten – dat had hij nooit anders geweten. De armen zijn er toch om de rijken te dienen en op bevel te dansen naar hun grilletjes en willetjes? De rijke waant zich waarachtig nog altijd in de oude wereld, terwijl de arme al lang en voorgoed opgenomen is in het grote Rijk-van-alles-anders, het Rijk Gods…

Neen, zegt vader Abraham, dat kàn niet, dat Lazarus tot bij jou zou komen. Want tussen hem en jou, tussen rijk en arm is er een niet te dempen kloof (hij zegt er niet bij: dat is een kloof, mijnheer, die jij zelf mee helpt helpen uitgraven). En bovendien, zegt Abraham, zou dat zeer onrechtvaardig zijn, als Lazarus nu zomaar zonder boog te maken of iets recht naar jou toekwam! ‘Maar, zend dan toch iemand naar mijn broers’, roept de rijke, ‘om hen te waarschuwen dat ook zij niet hier terecht komen…’ ‘Ja maar’, zegt Abraham, ‘zij hebben toch Mozes en de Profeten, leten ze naar hen luisteren!’ ‘Ach neen, vader Abraham, maar als er één uit de doden opstaat en naar hen toekomt – dàn zullen ze zich bekeren…’ En Abraham weer: ‘Als zij naar Mozes en de Profeten niet luisteren, zullen zij zich ook niet laten gezeggen wanneer er iemand opstaat uit de doden…’


Wat hier bij Lukas staat opgetekend is ernstige kritiek op deze, ónze wereld. Met deze vlijmscherpe parabel van Jezus wil Lukas voor ons aanschouwelijk maken: de om-kering, de revolutie van al het bestaande, waardoor het Rijk Gods tot stand komt. Namelijk: hoe de arme uiteindelijk geluk en leven in overvloed te beurt valt, en de rijke alleen maar miserie en el-lende (dat betekent letterlijk: ‘uit het land zijn’!) en eeuwige kwelling… Zo’n parabel is bedoeld als DIAGNOSE (Lukas was niet voor niets een geneesheer, naar men zegt!) van wat tot op vandaag steeds weer gebeurt, én als VISIOEN van wat uiteindelijk te gebeuren staat wanneer iets van het Rijk Gods onder de mensen zichtbaar wordt. Zo is het in deze wereld – laat daar geen twijfel over bestaan: er zijn rijken en er zijn armen, en er gaapt een onmetelijk-diepe kloof daartussen… Maar ooit zàl en moèt het anders worden! En daar hebben wij, volgelingen van Jezus van Nazareth aan mee te werken en in voor te gaan…

Lukas sluit zich hier resoluut aan bij de aanklacht van al Israëls profeten tegen een dodelijk systeem van onrecht, dat mensen arm houdt en als koopwaar gebruikt of als het vuil van de straat aan de kant laat liggen dood te gaan. De parabel over de arme Lazarus en de rijke man prent ons in, wiens zijde de God van Israël definitief en duidelijk gekozen heeft – en meteen is het ook een heel scherpe waarschuwing aan het adres van ons allen die hier in het Noorden in welstand leven, maar de armen in ons midden niet of nauwelijks (willen) zien. Een waarschuwing, én een oproep om ons dringend ‘te bekeren’…

En dan vragen de kinderen op het einde van de catecheseles in de klas argeloos: ‘Meneer, is dat ÉCHT gebeurd, van Lzarus en van die rijke vrek?’ En met beschaamde kaken moet je dan zeggen: ‘Jawel, kinderen, natuurlijk is dat écht gebeurd. Het is zelfs vandaag nog ontelbaar veel keren gebeurd, veraf en dichtbij…’


Ik hoorde de betreurde ‘profetische theologe’ Dorothee Sölle een heel aantal jaren geleden in Gent vertellen dat het in Duitsland tegenwoordig een soort ‘mode’ is geworden om met kinderen op schoolreis te gaan naar één van de concentratiekampen uit de tweede wereldoorlog. En dan vragen de kinderen op het einde haast altijd aan de gids: ‘Meneer, is dat écht gebeurd?’ ‘Ja, kinderen, dat is écht gebeurd!’ ‘En wisten de mensen in Duitsland daar dan niets van?’ ‘Toch wel, kinderen, zij wisten daar iets van…’ En dan de kinderen weer: ‘En waarom hebben zij daar dan niets aan gedaan..?’

Ik stel me voor, zei D. Sölle, dat halverwege de 21° eeuw de kinderen uit West-Europa op schoolreis zullen gaan naar tentoonstellingen over de honger in de wereld. En dan zullen ze vragen aan één of andere bejaarde ontwikkelingshelper of missiezuster die hen daar rondleidt: ‘Is dat écht gebeurd, mijnheer, mevrouw..?’ En zij zullen zeggen: ‘Jawel, kinderen, dat is écht gebeurd!’ ‘En wisten de mensen in het Noorden daar dan niets van?’ ‘Toch wel, kinderen, zij wisten daar iets van.’ En dan zullen de kinderen die gids met grote ogen aankijken en verbaasd vragen: ‘En waarom hebben zij daar dan niets aan gedaan..?’


Lazarus is in de loop van de geschiedenis al vele, vele doden gestorven. En ook op onze dagen ligt hij in een veelvoud van miljoenen aan de poort van de rijke wereld, déze, onze wereld… Hij is de dakloze, de vluchteling, die vergaat van ellende. Hij ligt te sterven in de straten van Calcutta, hij loopt hopeloos rond in Bangladesh, in Haïti en Ethiopië, in Oost-Congo en Sri Lanka, en waar al niet? Lazarus sterft in deze, onze wereld elke dag wel tienduizend keren van honger en miserie. Arme, arme Lazarus…

Er gaapt een bijna niet te dempen kloof tussen Lazarus en de rijke man, tussen onze wereld en de zogenaamde derde en vierde wereld. Wij zitten allen achter gesloten deuren, u en ik, en toevallig zitten wij aan de welvarende kant. Maar aan de andere kant schreeuwen mensen om mèns te mogen zijn, om eindelijk een nààm te mogen hebben, om eindelijk van ons de naam te mogen krijgen die Lukas, die Jezus hen principieel geeft: ‘Lazarus’ – ‘God helpt’… en dat zullen zij zien en gewaar worden, wanneer mensen voor hen die naam van God in de praktijk omzetten, beginnend aan de drempel van hun eigen huis…

De gelijkenis van Lazarus en de rijke vrek heeft Jezus verteld aan de Farizeeën, nadat Hij herhaaldelijk aan tafel was gegaan ‘met tollenaars en zondaars van allerlei slag…’ Daar aan die tafel, had Jezus samen met dàt soort mensen gedroomd over Gods toekomst, over het dempen van de kloven tussen mensen en mensengroepen. Hij had samen met hen gefantaseerd over Gods omgekeerde wereld, waar Lazarus, ‘God helpt’, een naam mag hebben, en waar alle grote namen van deze wereld definitief veroordeeld zijn tot anonimiteit. En terwijl hij zo maaltijd hield met hen, vierde hij alvast die gedroomde toekomst, waar Lazarus ‘in de schoot van Abraham’ tot vrede komt, omdat hem eindelijk recht wordt gedaan…

Na het beluisteren van het Woord van Jezus gaan ook wij in elke eucharistieviering samen aan tafel. Dat mag en kan geen vrijblijvend spelletje zijn. Het belangrijkste van onze eucharistievieringen is NIET dat er mooi gezongen wordt en goed gepreekt, dat er veel sfeer is of veel volk, en ‘…dat het niet te lang duurt…’ Dat alles mag wel, en is op zich natuurlijk niet slecht. Maar de tafel van samenkomst der christenen moet vooral een plaats zijn waar we ons laten oproepen om ‘Lazarus’ te helpen, om hem binnen te laten in ons huis, hem een naam te geven en recht te doen. Daadwerkelijke solidariteit met de armen, de kanslozen die altijd op de drempel blijven liggen, en die enkel maar in onze jaarlijkse statistieken écht worden opgenomen, wordt van iedere christen geëist.

De echtheid van onze liturgie is: dat wij er week na week een eerlijke analyse willen maken en een juiste DIAGNOSE durven stellen van wat er in onze samenleving veraf en dichtbij aan de gang is. De schoonheid en belangrijkheid van onze liturgie is dan: dat wij er ook altijd het VISIOEN blijven hoog houden dat ons doet uitzien naar en werken aan een samenleving waar ieder een plaats krijgt aan alle tafels van vermenigvuldiging…

Het zij zo. Van U is de toekomst, kome wat komt… En moge God ons daartoe helpen! Amen

In paradisum…

(uit de tekst voor de absouten – uitvaart Nico Kindt – O.L.Vrouw Roeselare – 17 augustus 2011)

Bij de uittrede wordt straks gezongen: ‘In Paradisum deducant te angeli…’

Het ‘In paradisum’ is een paasmelodie, die de gestorven zus of broer in het geloof een goeie ontvangst toewenst in het paradijs, in de ‘schoot van Abraham’. De martelaren, de slachtoffers en verliezers van alle landen en alle tijden en ook het koor der engelen zullen zorgen voor dat onthaal, voor dat ‘asiel’. En dan eindigt het lied met een heel concrete noot: een naam, een duidelijke naam, de laatste mens die ons mag vergezellen, de eerste die ons daar aan de overkant herkennen zal. Het is de naam van Lazarus, de arme van weleer uit het evangelie.

Het is merkwaardig en uiterst belangrijk te horen hoe in dit prachtige ‘wiegelied’ waarmee onze Moeder de Kerk haar kinderen vanouds te slapen legt, de allerlaatste naam die over elk van ons wordt uitgezongen, de naam is van een arme. ‘Moge het koor der engelen u ontvangen en mocht u met Lazarus, de arme van weleer, voor altijd rusten in vrede…’ - zo klinkt het hier zo dadelijk ook ten afscheid voor Nico.

De laatste naam die over Nico Kindt wordt uitgezongen, is de naam van een arme. En in die naam zijn samengevat: al die verliezers, al die slachtoffers, al die ‘have-nots’ die Nico zelf bij name heeft genoemd en gekend, en die hij gaandeweg steeds meer heeft erkend en herkend als de voorkeurmensen van God, voor wie hij een ruim stuk van tijd, zijn aandacht en energie heeft prijs gegeven.

Wij vertrouwen er op dat die arme vriend Lazarus in zoveel gedaanten nu reeds aan de hemelpoort op Nico te wachten staat met open armen, om hem in de schoot van Abraham thuis te brengen voorgoed.

Kom, beste mensen, het is tijd om te gaan… Bidden wij dat dit laatste uur dat wij met Nico samen hebben doorgebracht ons mag helen en verzachten, verbinden tot sterker leven met elkaar en met de Levende.

‘Laat nu uw dienaar, Heer, in vrede gaan…’ A-dieu - van U is de toekomst, kome wat komt! We zingen ‘In paradisum’…

In paradisum deducant te angeli;

in tuo adventu suscipiant te martyres

et perducant te in civitatem sanctam Jerusalem.

Chorus angelorum te suscipiat

et cum Lazaro, quondam paupere,

aeternam habeas requiem.

Naar het paradijs geleiden u de engelen;

mogen de martelaren u bij uw komst begroeten

en u leiden tot in de hemelse stad Jeruzalem.

Moge het koor der engelen u ontvangen

en mocht u met Lazarus, de arme van weleer,

voor altijd rusten in vrede.


Het is toch merkwaardig en hoogst interessant te bedenken, dat de allerlaatste naam die in de liturgie van de Kerk over ons wordt uitgezongen, de naam is van een arme. Wanneer een mens gestorven is, en de kist wordt uit het kerkgebouw weggedragen, dan zingt de liturgie ten afscheid steevast dat mooie wiegelied ‘In paradisum’… Het is een prachtige melodie, gedragen op engelengezang, die de gestorven broer of zus een goeie aankomst wenst in het paradijs, het hemelse Jeruzalem. De martelaren en het koor der engelen zullen daar voor zorgen… En dan eindigt het lied met een heel concrete, aardse noot – een grond-toon als het ware: een naam, een duidelijke naam, de laatste naam die ons mag vergezellen. Het is de naam van Lazarus, de arme van weleer…

De laatste naam die in de liturgie over ieder mens wordt uitgezongen, is de naam van een arrme. Als een definitieve diagnose én als het ultieme visioen. En als therapeutische tip ook, voor allen die achterblijven hier op aarde. Een naam die ons meteen herinnert aan ‘de Wet en de Profeten’, en wat er ons te doen staat…

Je moet er maar eens aan denken, wanneer je nog eens aanwezig bent op een kerkelijke uitvaart, en blijft tot op het laatst, en dan ineens door de koster of voorganger het ‘In paradisum’ hoort aanheffen…

Nog enkele losse aantekeningen…

‘Een bedelaar die Lazarus heette…’

‘Eliëzer’ / ‘Lazarus’ (dat is dezelfde naam) is in Genesis 24 de knecht die in het land van zijn vaderen een bruid moet gaan zoeken voor Abrahams zoon Isaak, voor het kind ‘uit de schoot van Abraham’…

En die bruid, Rebecca, zal zijn: diegene die aan Eliëzer een beker koud water uit de bron te drinken zal geven… (‘…laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen’…)

‘Hij hoopte zijn maag te vullen met de kruimels die overschoten van de tafel van de rijke man…’ Dit doet denken aan wat de Syro-Fenicische (of Kanaänietische) vrouw zo ‘cynisch’ zegt over de ‘honden’ tegen Jezus, wanneer Hij haar – voor Hij zich definitief tot haar be-keert – eerst terugwijst met Zijn ‘eigen volk eerst’-uitspraak…

‘En het geschiedde: toen stierf de arme…’ Iedere keer wanneer je in het evangelie de uitdrukking ‘en het geschiedde’ aantreft, is dat een signaal dat dààr, in dat gebeuren, in die gebeurtenis en geboortenis de NAAM van God zelf op licht (JHWH heeft te maken met het werkwoord voor ‘geschieden’ in het Hebreeuws – ‘En het geschiedde’ klinkt er als ‘wajjehi’…). Het sterven van de arme is blijkbaar een vindplaats van ‘De Naam’, van God zelve…

De rijke zegt tot Abraham: ‘…want ik heb nog vijf broers…’ Die ‘vijf’ zijn nog in leven, en zijn op aarde achtergebleven, en de rijke zou van Abraham willen verkrijgen dat er iemand naar hen toe wordt gestuurd om hen te verwittigen enz…

Bijbels gesproken, ge-teld en ver-teld, hadden ze daar op aarde met ZEVEN moeten zijn, om een echt en hecht, volledig gezin te vormen… Maar daarvoor ontbrak altijd één broer. Natuurlijk – dat is juist het probleem: die rijke heeft de arme Lazarus nooit als zijn BROER willen zien. Hij was nochtans de zesde broer die de bijbelse ‘zeven’ volledig had kunnen maken.

Maar die zesde broer (‘zes’ is in de Bijbel het getal van de méns, immers geschapen op de zesde dag…) is nooit echt geboren, die ‘missing link’ in het gezin van de rijke man heeft eigenlijk nooit echt bestaan, heeft niet geleefd, was reeds tijdens zijn leven ‘levende dood’. Want altijd anoniem gebleven, niet gezien en niet gekend in de ogen van de rijke…

‘Als er iemand uit de doden opstaat…’ De evangelist Johannes zal vertellen over een andere (?) Lazarus, die woont in ‘Betanië’ (dat is: ‘Het huis van de arme’), en die waarachtig uit de doden is opgestaan…

En Lukas zal op het einde van zijn evangelie – zeer trefzeker en uiterst gepast – de hemelvaart van Jezus situeren in ‘Betanië’, vlakbij het huis van Lazarus. (Lk. 24,50) Daar waar de arme woonde, daar was het hier op deze wereld immers bij momenten reeds een beetje ‘de hemel op aarde’, wanneer Hij bij hen thuis mocht verblijven…

Geert Dedecker


Bill Gates voor 20ste jaar op rij rijkste Amerikaan

De Standaard - 16/09/2013 door bvb | Bron: Belga

Foto: rtr

Bill Gates, de medeoprichter van de Amerikaanse technologiegigant Microsoft, blijft ook in 2013 de rijkste Amerikaan. Zijn fortuin wordt geschat op 72 miljard dollar, 6 miljard meer dan vorig jaar, zo blijkt uit het jaarlijkse rijkenlijstje van het tijdschrift Forbes.

De 57-jarige Gates, die dit jaar ook opnieuw de Mexicaanse telecommagnaat Carlos Slim voorbijstak als rijkste man ter wereld, staat voor het 20ste jaar op rij bovenaan de rangschikking van de 400 rijkste Amerikanen.

Gates wordt gevolgd door Warren Buffett, de topman van het mediaconglomeraat Berkshire Hathaway, wiens vermogen geschat wordt op 58,5 miljard dollar. Dat is een vooruitgang van 12,5 miljard dollar tegenover 2012, de beste jaarprestatie in de lijst. Larry Ellison, de medeoprichter van softwaregigant Oracle vervolledigt het podium met een vermogen van 41 miljard dollar.

Facebookoprichter Mark Zuckerberg keert terug in de top 20. Hij zag zijn vermogen met 9,6 miljard dollar stijgen (de op een na beste jaarprestatie, na Buffett) tot 19 miljard. Vorig jaar verloor de 29-jarige Zuckerberg nog 8,1 miljard dollar na de moeizame beursgang van zijn sociaalnetwerksite Facebook.

Er staan 48 vrouwen op de Forbes-lijst. Daarbij ook de eerste transseksuele miljardair, Jennifer Pritzker. De erfgename van de Hyatt-hotels ging voorheen door het leven als luitenant-kolonel James Pritzker.

Het vermogen van de 400 rijkste Amerikanen bereikt dit jaar de recordhoogte van 2.000 miljard dollar, tegen 1.700 miljard dollar vorig jaar. De toename is volgens Forbes te danken aan goede prestaties van de beurs en van de vastgoedmarkt.

Amerikaanse economie herstelt alleen voor rijken

De eerste jaren van het economisch herstel in de VS zijn vooral de rijke gezinnen erop vooruitgegaan. De kloof met de andere gezinnen is toegenomen.

De netto-rijkdom van de rijkste 7 procent van de Amerikaanse gezinnen is in de periode 2009-2011 (2011 is het meest recente jaar waarvan officiële bevolkingscijfers bekend zijn) met 28 procent gestegen, die van de andere gezinnen is met 4 procent gedaald. Dit blijkt uit een analyse van het PEW-onderzoekscentrum.

Aandelen

De rijkste 7 procent, dat zijn acht miljoen gezinnen. Hun rijkdom groeide van gemiddeld 2,5 miljoen naar 3,2 miljoen dollar (van 1,9 miljoen naar 2,5 miljoen euro). De 111 miljoen andere gezinnen zagen hun vermogen van 140.000 naar 134.000 dollar (van ongeveer 107.000 naar 103.000 euro) dalen.

PEW verklaart de verschillen door de stijging van de aandelen- en obligatiekoersen in die periode en de stagnering van de huizenmarkt. Rijkere gezinnen hebben hun vermogen vooral in aandelen en andere financiële producten gestopt. Voor andere gezinnen zit het vooral in hun huis.

De kloof tussen rijk en arm is dus toegenomen in de VS. De rijkere gezinnen zijn nu gemiddeld bijna 24 keer rijker dan de andere gezinnen; in 2009 was dat nog 18 keer.

Het aandeel van de 7 procent rijkste gezinnen in de totale rijkdom van VS is sinds 2009 gestegen van 56 naar 63 procent.

(De WereldMorgen.be - donderdag 25 april 2013 - door

Wie heerst er over de planeet in tijden van economische en ecologische crisis? Het Transnational Institute (TNI), een wereldwijde coalitie van wetenschapsactivisten, maakt jaarlijks een stand van zaken op. Het instituut bekijkt de onderlinge banden tussen de rijksten op aarde. Daarnaast focust het op de groeiende ongelijkheid.

Zo overleven 2,5 miljard mensen nog steeds met minder dan 2 dollar per dag. Daar tegenover staat dat de rijkste 0,1% van de wereld volgens TNI ongeveer 42 biljoen dollar controleert.

Een nog meer selecte club, de rijkste 0,001% zou 14,6 biljoen dollar controleren. De rijkste 20% van de wereldbevolking verdient 82,8% van het wereldinkomen. De armste 20% moet het met 1% van dat inkomen stellen.

De 25 rijkste miljardairs zagen hun inkomen in 2011, in volle economische en financiële crisis, zelfs met 20% toenemen. Dat komt overeen met een vermogensgroei van 138 miljard dollar. Met dat bedrag kan volgens TNI acht keer de millenniumdoelstelling voor universeel basisonderwijs gehaald worden.

Susan George, voorzitster van TNI en ere-voorzitster van ATTAC-Frankrijk, de organisatie die al jaren ijvert voor een Tobintaks, omschrijft de rijkste 0,1% als de ‘Davos-klasse’. Hiermee verwijst ze naar de bijeenkomsten van het Wereld Economisch Forum die jaarlijks in het Zwitserse skioord Davos plaatsvinden.

Ze ziet deze heersende klasse als nomadisch, machtig en inwisselbaar. De meesten van die 0,1% wonen in de Verenigde Staten en Europa en ze betalen volgens TNI nu minder belastingen dan ze ooit gedaan hebben sinds de jaren ‘20.

(DeWereldMorgen.be – 10 februari 2013)

Er is meer dan geld genoeg…

Dat weten we ondertussen wel. Maar ieder jaar opnieuw, als rond Nieuwjaar de lijst met de rijkste mensen ter wereld wordt bekend gemaakt, worden we nog eens met de neus op de feiten gedrukt. In 2012 zagen de 100 rijkste mensen ter wereld hun gezamenlijk vermogen toenemen met 14,5 procent tot 1.443 miljard euro. Dat is vier keer zoveel als het bruto binnenlands product, de totale rijkdom van België, met zo’n 360 miljard euro. Slechts 16 van die 100 multimiljardairs zag zijn vermogen het voorbije jaar niet toenemen. De rijkste mens is nu al enkele jaren de Mexicaan Carlos Slim (!!) met 57 miljard euro. Via via is hij onder andere aandeelhouder van de Belgische GSM-operator Base. De grootste stijger vorig jaar was de Spanjaard Amancio Ortega, de eigenaar van de kledingketen Zara, met 67 procent tot 43,7 miljard euro.

De gewone Spanjaard zal het graag lezen. Enkel de toename van het vermogen van Ortega met bijna 17 miljard euro was even groot als het bedrag dat de Spaanse ambtenaren vorig jaar op hun loon en pensioen moesten inleveren. Voor dit en volgend jaar kondigt de Spaanse regering in totaal nog eens voor 75 miljard euro besparingen aan. Benieuwd hoeveel Ortega daar zal toe bijdragen.

(Raak – februari 2013)


12/09/2013

Voedselverspilling kost 750 miljard dollar per jaar

Geschreven door 

lettergrootte

Print

E-mailadres

Reageer als eerste!

De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde naties (FAO) heeft een uitgebracht. Daarin wordt de wereldwijde voedselverspilling aan de kaak gesteld. Jaarlijks gaat 1,3 miljard ton eetbaar voedsel verloren, dat is een derde van de totale voedselproductie. Tegelijkertijd hebben elke dag 870 miljoen mensen honger. De verkwisting betekent ook een gigantisch economisch verlies van 750 miljard dollar per jaar en brengt veel schade toe aan het milieu. Tijd voor een korte reflectie.

Van akker naar bord

Het cijfer doet je wat duizelen. In totaal gaat jaarlijks 1,3 miljard ton voedsel in onze wereld verloren. Voedsel legt een lange weg af. Het moet van de akker op ons bord geraken. En tijdens die reis kan het een en ander mislopen. Denken we maar aan gebrekkige opslag en transport of aan ’niet-verkochte voeding’ van een grootwarenhuis. Niet toevallig hebben rijkere landen meer verlies op het einde van deze voedselketen. Bij armere landen zit het verlies vooral aan het begin van de voedselketen. Momenteel lijden meer dan 870 miljoen mensen in het Zuiden aan honger en ondervoeding. Het loopt dus grondig fout met ons voedingssysteem. Voedselverspilling is ook een milieuprobleem. Want omwille van de voedselverspilling gaan vele kostbare grondstoffen zoals water, energie, vruchtbare grond en voedingsstoffen gewoon verloren.

Kunnen wij iets doen?

Is dit geen probleem voor specialisten? Zeer zeker. Maar ook als consumenten kunnen wij iets doen. En zeer veel, zo blijkt uit een studie van 2011. Men onderzocht de restafvalbakken van de Vlaamse huishoudens: 12 % daarvan was voedselverlies. Bij 21 % van de weggegooide ongeopende verpakkingen bleek de houdbaarheidsdatum niet eens gepasseerd… Laten we daarom alvast beginnen zelf minder voedsel weg te gooien. Alleen al uit respect voor wie honger heeft of ondervoed is.

Tip

Doe de foodtest!

Broederlijk Delen ontwikkelde deze test, we dagen je uit om over je eigen omgang met voedsel na te denken. Mee de strijd aangaan tegen de honger in het Zuiden betekent immers ook in eigen bord kijken. .

Afval van voeding kan miljoenen redden van honger

DMorgen.be − 27/08/13 − Bron: Belga

© ap. Een man haalt eten uit een vuilniscontainer in Madrid.

Indien wereldwijd een kwart minder voedingsmiddelen slecht worden of bij het afval belanden, kunnen 870 miljoen hongerende mensen voldoende gevoed worden. Dat heeft de VN-landbouworganisatie (FAO) berekend.

Ze startte in Bangkok een initiatief om de hoeveelheid voedingsmiddelen te reduceren die op weg van de oogst naar de eindverbruiker slecht worden, verloren gaan of later ongeconsumeerd bij het afval belanden.

“We verliezen op deze wijze wereldwijd jaarlijks de ongelooflijke hoeveelheid van 1,3 miljard ton aan voedingsmiddelen”, zegt de regionale FAO-vertegenwoordiger voor het gebied Azië-Pacific, Hinroyuki Konuma. " Dat zou voldoende zijn om drie miljard mensen te voeden".

Volgens FAO-cijfers produceren landbouwers wereldwijd genoeg eten voor de ongeveer zeven miljard aardbewoners. Maar een op acht lijdt echter regelmatig honger. De FAO plant daarom met de landbouwministers in de regio informatie- en opleidingscampagnes om de verliezen te verminderen.

Zoeken in Preken Online