26e zondag door het jaar C (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Vorige week zondag hadden we een dag voor alle jongeren uit het parochieverband. Het thema van die dag was heilig'. We legden de jongeren de vraag voor wat voor hen heilig is. En we gingen met elkaar op zoek naar dat wat binnen ons geloof heilig is. Als introductie op het thema hadden we een spel rond het woord heilig. Wat betekent het? Wanneer ben je heilig? We hadden een lint midden op het grasveld gelegd. De ene kant van het lint was het vak heilig’. De andere kant van het lint was het vak niet heilig'. Wij noemden een naam en dan moesten de jongeren in het vak van heilig’ of in het vak van niet heilig' gaan staan. Bijvoorbeeld Ronaldinho, vind je hem heilig of niet? Of moeder Theresa, vind je haar heilig of niet? Waarom wel of waarom niet? En probeer elkaar ook maar te overtuigen: Waarom is diegene voor jou heilig? En er kwam een heel leuk gesprek onder de jongeren op gang met alle vragen die ermee samenhangen: Wat moet je doen om heilig te zijn? Hoe ver moet je gaan? Moet je alles verkopen en aan de armen geven? Ben je dan pas heilig? Of gaat het minder ver? Is veel goed doen’ genoeg? Maar wat is dat dan goed doen'? Allemaal vragen die opkwamen binnen die discussie over heilig.\ \ Maar het zijn ook vragen die we breder kunnen trekken. Die ons allemaal aangaan.\ Niet dat we allemaal heilig willen worden. Maar we geloven en daar willen we wat mee doen. En dat roept diezelfde vraag op: Wat moeten wij doen? Wat wordt er van ons verwacht als gelovige mensen? Welk appel klinkt er vanuit ons geloof voor ons?\ \ Het is die vraag die vandaag centraal staat in het Evangelie. In de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus. En in die gelijkenis wordt het heel scherp neerzet. Allereerst wordt de rijke man ten tonele gevoerd. Hij kleedt zich in purperen gewaden en fijn linnen. Hij is gewend om dagelijks feest te vieren, met veel wijn en goed eten. Het beste van het beste laat hij klaar maken. En daarnaast heb je Lazarus, een bedelaar. Overdekt met zweren. Liggend voor het huis van de rijke man. Hopend dat er wat te eten overblijft. Maar alleen de honden komen zijn zweren likken. De rijke ziet hem niet eens liggen.\ \ Maar als deze beide mannen doodgaan worden de rollen omgedraaid. In eerste instantie nog niet. De rijke man krijgt een uitgebreide begrafenis met alles erop en er aan. Lazarus wordt begraven als een arme. Zonder veel mensen en zonder dat het ook maar iets mag kosten. Maar daarna draaien de rollen om. De rijke komt na zijn overlijden in niet in een prachtige hemel terecht, nee, hij wordt wakker in het dodenrijk. Maar Lazarus wordt na zijn overlijden door de engelen weggevoerd en in de schoot van Abraham gelegd. Hij krijgt de mooiste plaats.\ \ De rijke man wordt wakker en ziet het. Hij vraagt om medelijden. Maar hij krijgt te horen dat hij in zijn leven al genoeg heeft ontvangen. Dat nu Lazarus aan de beurt is. En dan vraagt de rijke man aan Abraham: Laat Lazarus dan in ieder geval terug gaan om mijn naasten te waarschuwen. Maar Abraham zegt: zij hebben Mozes en de profeten. Laten ze daar naar luisteren.\ \ En dat is waar het in deze gelijkenis om draait. Als wij op zoek zijn naar een antwoord op de vraag wat er van ons verwacht wordt, dan klinkt hier een antwoord: Luister naar dat wat God tegen Mozes zegt. Luister naar dat wat de profeten zeggen.\ \ En als we dat zouden doen dan horen we allereerst de tien geboden. De geboden waarin gezegd wordt dat we niet moeten doden, dat we niet moeten stelen. Maar het gaat ook verder. Het wordt nog meer ingevuld. Er klinkt ook: Vreemdelingen mag je niet uitbuiten of onderdrukken. Weduwen en wezen mag je evenmin uitbuiten. En: als je geld aan iemand leent die arm is, vraag dan geen rente.\ \ Het zijn deze wetten die we horen bij Mozes en die we terug horen bij de profeten. Zij zien hoe moeilijk het is om volgens deze regels te leven. Zij zien de onrechtvaardigheid in hun samenleving en staan daar tegen op. Profeten als Amos proberen de mensen te overtuigen dat het niet goed gaat wanneer ze zich niet inzetten voor een rechtvaardige samenleving.\ \ En deze woorden van Mozes en de profeten komen tot leven bij Jezus. In de gelijkenis worden ze op een heel mooie manier met elkaar verbonden. Op een gegeven moment wordt er gezegd: als ze niet luisteren naar Mozes en de profeten zullen ze ook niet luisteren naar iemand die uit de doden is opgestaan. Ofwel zullen ze ook niet luisteren naar Jezus. Hier komen beide bij elkaar. Dat wat geschreven staat bij Mozes en de profeten wordt zichtbaar, wordt vlees en bloed, in Jezus. Hij heeft de armen geholpen, de vreemdelingen, de mensen aan de rand. Bij Hem zien we wat het betekent om echt aandacht te hebben voor de zwakkeren.\ \ En wanneer wij ons dus de vraag stellen wat we moeten doen, wat er van ons als gelovige mensen gevraagd wordt, dan is het: Luisteren naar de woorden van Mozes, naar de woorden van de profeten. Ofwel: luisteren naar de woorden van Jezus. Zien hoe Hij heeft geleefd. Zien hoe Hij de mensen aan de rand naar het midden van de samenleving hielp. Zien hoe Hij opkwam voor een ieder die niet voor zichzelf op kon komen. En daar een voorbeeld aan nemen.\ \ Het is een opdracht aan ons. Een opdracht die niet zomaar klinkt, maar die voortkomt uit wie God is. En wie Hij is wordt heel mooi zichtbaar in het verhaal. Wanneer we kijken naar de namen in het verhaal dan is het eerste wat in het oog springt dat de rijke man geen naam heeft. Hij blijft het hele verhaal anoniem. De arme man daarentegen krijgt in het verhaal wel een naam. Hij heet Lazarus. En Lazarus betekent God helpt’. En daarmee wijst de arme man ons op God. In zijn naam wordt zichtbaar wie God is. Dat God helpt. En dat Hij aan ons vraagt om op onze beurt te helpen. Om om ons heen te kijken en te zien wat we kunnen doen. Om onze ogen en oren open te houden en te helpen waar we kunnen.

Het is een vraag die voor ons als mens, maar ook voor ons als gemeenschap klinkt. Sommige dingen kunnen we niet alleen. En daarom worden wij ook als groep, als gemeenschap, aangesproken. Om samen zorg te dragen voor de armen, voor de vreemdelingen, voor de mensen aan de rand van de samenleving. Om samen zorg te dragen voor mensen die zoeken naar God.

Wij hebben als gelovige ieder een eigen verantwoordelijkheid, maar ook samen, als gemeenschap. De verantwoordelijkheid om te luisteren naar de Schrift. Te horen dat God helpt. En te horen dat Hij aan ons vaagt om op onze beurt te helpen. Om barmhartig te zijn zoals God barmhartig is.

Amen.

Zoeken in Preken Online