Beste mensen,
Wanneer we iets willen duidelijk maken, dan doen we dat nogal eens aan de hand van een voorbeeld uit het dagelijks leven. En we stellen de werkelijkheid graag zwart-wit voor om duidelijk te maken wat we juist bedoelen. Zo doet Jezus ook in het evangelie van vandaag.
De Farizeeën, aan wie Jezus dit verhaal vertelde, dachten namelijk dat rijkdom een zegen en armoede een straf was van God. De mens hand zijn rijkdom of armoede op één of andere manier zelf verdiend. Tegenover deze gangbare opvatting protesteert Jezus en hiervoor maakt hij gebruik van een parabel, waarin hij twee uitersten tegenover elkaar stelt : een schatrijk man en de straatarme Lazarus.
De rijke man was inderdaad door en door rijk. Hij ging gekleed als een koning en hij hoefde niet te werken voor zijn levensonderhoud. Hij kon het zich permitteren om iedere dag uitbundig feest te vieren.
Daartegenover stelt Jezus de arme Lazarus : ziek, hongerig en door iedereen verlaten. Alleen de honden hebben interesse voor hem.
Waarschijnlijk zegt dit verhaal heel wat over sociale toestanden, die er ook in Jezus’ tijd bestonden. Maar toch wil Jezus het daar niet op de eerste plaats over hebben. Veeleer wil Jezus ons duidelijk maken hoe God omgaat met rijken en armen, en hoe Hij het leven van ons mensen ziet en beoordeelt. Daarom laat Jezus beide mannen sterven zodat ze rechtstreeks met God geconfronteerd worden. En dan blijkt duidelijk dat rijkdom helemaal geen zegen is van God en dat armoede ook geen straf is die Hij gewild heeft.
De rijke wordt niet zo direct veroordeeld omdat hij rijk is, maar wel omdat hij zijn bezit verkeerd gebruikte. Hij had geleefd alsof de arme voor hem helemaal niet bestond. In de omgang met zijn medemens had hij de uitgestoken hand van God niet herkend, die hem vroeg om te delen met de armen.
Wanneer de rijke man in zijn beproeving tot bezinning komt, dan vraagt hij aan Abraham dat hij iemand naar zijn vijf broers zou sturen om hen te waarschuwen. Maar Abraham antwoordt : ze hebben toch de “wet en de profeten”. Als hen dat niet tot inzicht brengt dan zal een mirakel ook niet helpen. Als ze geen oor hebben voor Gods woord, dan zullen ze ook geen oog hebben voor hun medemens die in nood verkeert.
Uit dit verhaal kunnen wij heel wat besluiten, maar zeker dat in de nood van anderen ook een dringende oproep van God doorklinkt om er iets aan te doen. Wij mogen onze bezittingen, onze tijd, onze talenten niet voor onszelf houden. Wij moeten ze ten dienste stellen van anderen zodat deze aarde een beetje meer Rijk Gods kan worden voor iedereen. Moge God ons daarbij helpen en kracht geven. Amen.