Lazarus en de rijke (2004)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

LAZARUS EN DE RIJKE

  1. De voorgelezen parabel vinden we alleen bij Lucas, die (zoals bekend) een voorliefde heeft voor de arme. Niet bij de andere evangelisten.

    (a) Zijn arme heeft een naam, voor een parabel ongewoon. De arme is bij God bekend. Zijn naam staat geschreven in de palm van Zijn hand: Lazarus, de latijnse vorm voor het Hebr. Eleazar of Eliëzer. Dat betekent: “God helpt”. God helpt waar mensen niet helpen. Hij zit voor het gesloten portaal van de rijke, zonder zelfs diens ruimafval te ontvangen. “Armen, zegt Jezus, hebt ge altijd bij u.” (Mt 26,11)

    (b) Achter die gesloten poort brast de rijke elke dag. Hij heeft geen naam. We kunnen er allen in. Hij wordt in de parabel niet veroordeeld omdat hij rijk is; maar omdat hij niet ziet en niet hoort. Hij ziet en hoort de arme niet. Er is een rijkdom die afstompt. Het spiegelbeeld van wat we vandaag beleven: de feestroes- en consumptiemaatschappij, de genotscultuur door de media gepromoot: de valse idealen van fuif en luxe. De promotie van het toerisme naar de exotische stranden van Haïti, zonder de armoede te laten zien van dit land, dat het armste en het meest getroffene is van heel het Amerikaanse continent. De oliemiljardair Paul Getty ( + 1977), gekend als de rijkste man ter wereld, leefde gesloten in het oude huis Tudor(Engeland), bewaakt door Duitse schepers, en een uitgebreide micro-installatie op de gesloten deuren. Hij zag de armoede van de wereld niet. Toch heeft hij kort voor zijn dood bekend dat zijn 60 miljard hem niet gelukkig hebben gemaakt.

    * Plots worden de rollen omgekeerd voor goed. Het gesloten portaal van de villa, waar communicatie niet mogelijk was, wordt een onoverbrugbare afgrond zonder communicatie. Wat op aarde bestond en leefde wordt doorgetrokken. We zullen zijn wat we nu worden. Maar wie we zullen zijn zal in Gods licht worden onthuld. (a) En nu ziet de rijke, als het te laat is. Hij ziet op grote afstand Abraham, zijn stamvader, zijn gewaande borg voor alle veiligheid. De Doper had al gezegd: “ Neemt niet een houding aan alsof ge bij uzelf zegt: We hebben Abraham tot vader” (Mt 3,9), maar …“Brengt vruchten voort die passen bij bekering” ( Mt 3,8). (b) Meteen ziet hij Lazarus “in diens schoot”, feitelijk: aan zijn boezemzijde. Dat is voor wie aan tafel aanligt: rechts. Zo lag Johannes bij het laatste avondmaal aan de boezemzijde van Jezus ( Joh 13, 23 ): rechts van Hem. Dit is de ereplaats naast de gastheer. Lazarus is dus eregast op het andere festijn. Merkwaardig te weten dat de vertrouwelingsknecht van Abraham juist ook Eliëzer heette (Gen. 24). En deze moest voor Izaak de bruid zoeken, om het nageslacht te verzekeren. (c) De rijke begrijpt echter nog niet dat nu de rollen werden omgedraaid. Lazarus moet hem bedienen alsof hij zijn knecht was. Zoals hij het op aarde gewoon was, geeft hij een bevel: “Geef Lazarus opdracht zijn vinger in water te steken…” En daarna zachter: “Wil hem naar het huis van mijn vader sturen…”
    \
  2. Tot zover was deze parabel niet helemaal nieuw. De parabel gaat terug naar een Egyptisch sprookje met andere varianten uit de 6de eeuw voor Christus, en was bij de Joodse schriftgeleerden in een of andere vorm al bekend waarschijnlijk via de Joodse nederzettingen in Alexandrië. Jezus gebruikte reeds bestaand materiaal. Maar het nieuwe dat Jezus er nu aan geeft is dat het onnodig is mensen uit de andere wereld terug te roepen om de mensen op aarde te vermanen. Hij zegt: “Ze hebben Mozes en de Profeten”. Dat wil zeggen: Gods Woord. Ons aardse leven is de proeftijd, de gunstige tijd, enkel de aanloop naar het grote dat nog moet komen. Die grote toekomst moeten wij nu voorbereiden. En daartoe moeten we luisteren naar Gods boodschap, aan de Kerk toevertrouwd. Onze godsdienst is een godsdienst van het Woord. De regel van het oude Godsvolk was: “ Luister Israël”. En toen de jonge koning Salomo naar Gabaon trok om aan God een offer op te dragen, vroeg hij in zijn gebed een hart dat luistert. En toen antwoordde Jahweh: “ Omdat ge geen rijkdom of om een lang leven hebt gevraagd, zal Ik u een wijs en verstandig hart geven.”( I Kon.3,11) - Maria heeft het Woord beluisterd zoals niemand dat ooit heeft gedaan.

    De zonde begint niet daar, waar we een verkeerde daad stellen of een goede daad verzuimen; maar in de gewilde verlamming waardoor we niet luisteren en niet zien. In zovelen wordt het woord v. Jesaja bewaarheid: “ Ze stoppen hun oren en knijpen hun ogen dicht, uit vrees zich te moeten bekeren. Want verhard is het hart van dit volk.”( Jes. 6,9-10) Het drama van de mens is dat hij door zoveel vreemde geluiden wordt overstemd, dat hij vooral zichzelf beluistert, wat hem gevangen houdt, en niet luistert naar Gods Woord. En juist dat Woord draagt het geheim van de ware bevrijding. Amen.

Zoeken in Preken Online