Onze buurman Lazarus

C-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

De lezingen van deze zondag gaan over de verhouding van arm en rijk. Alweer, zult u zeggen, maar ik kan het ook niet helpen, Lucas heeft nu eenmaal een voorliefde voor dit thema. Van de 37 gelijkenissen die wij nog bezitten, wijzen er 13 op het gevaar dat het bezit van have en goed met zich kan meebrengen. Zeker, rijkdom is een zegen, en er zijn ook veel rijke mensen die zegenrijk met hun bezit omgaan. Maar we moeten evenzeer eerlijk kunnen bekennen dat er nog altijd een onoverbrugbare kloof is tussen rijken en armen. En wat erger is: de armen worden nog steeds armer en de rijken steeds rijker.

Terwijl wij uitbundig feestvieren, ligt Lazarus met zweren bedekt voor onze deur. Terwijl wij aan rijkelijk gedekte tafels zitten te eten, vissen miljoenen mensen in vuilnisemmers naar iets wat eetbaar is. Terwijl wij ‘s avonds geen slapen tussen frisse lakens en warme dekens, liggen ontelbare mensen op pleinen en straten te slapen, toegedekt met papier. Terwijl wij openlijk protesteren tegen de minste luchtvervuiling, hangt er boven de sloppenwijken van de grote steden een wolk van weerzinwekkende stank en verrotting.

Maar deze parabel van Jezus geldt niet alleen voor ieder van ons afzonderlijk. Er bestaat een zelfde onoverbrugbare kloof tussen de industrielanden en de ontwikkelingslanden. Wij, rijke landen, hebben het kapitaal, zij sterven van honger om ons de interest te kunnen betalen. Wij bepalen de prijzen van hun producten, zij hoeven ons alleen goedkope arbeidskrachten te leveren. Zij staan de grondstoffen aan ons af voor een hongerloon en wij verkopen hun de afgewerkte producten terug tegen woekerprijzen.

En dan hoeven wij nog helemaal niet te spreken over de ontwikkelingslanden, er bestaat ook bij ons een zogenaamde vierde wereld. Lazarus ligt veel dichter bij de deur dan ons lief is: die werkloze, die ondanks zijn intensief zoeken geen werk kan vinden… die alleenstaande vrouw, die met haar kinderen aan de rand van het bestaansminimum moet leven.., of die overspannen man, die van de ene depressie in de andere valt en daarom uitgeschakeld wordt. Maar het gaat in de parabel eigenlijk niet om Lazarus, het gaat om de rijke. Hem wil Jezus heel bijzonder waarschuwen en hij staat hier voor velen. Waarin bestaat eigenlijk de schuld van de rijke? Hij wordt niet afgeschilderd als een uitbuiter, hij hitste de honden niet tegen Lazarus op, hij schold hem niet weg. Van dit alles zegt de tekst niets. Zijn schuld, en volgens de parabel zijn zware schuld, ligt in het feit dat de rijkdom hem blind heeft gemaakt voor de nood van zijn medemens, dat zijn hart versteend is. Zijn denken cirkelt alleen om hemzelf.

Opvallend is dat die arme man, door de mensen in de steek gelaten, een naam had. Lazarus heette hij en dat wil zeggen: God helpt. Elke arme heeft een naam bij God. De rijke daarentegen had geen naam. Hij krijgt pas een naam, wanneer hij Gods hulp aan anderen zichtbaar maakt. De naam van de rijke zou moeten zijn: hij heeft geholpen. God kan immers zijn naam, ik zal er zijn voor u, alleen maar waar maken, als de rijken helpen en delen, want dan alleen kunnen de armen weten dat God geholpen heeft. Zo bevat deze parabel ook een boodschap voor ons, wij worden hier aangesproken. Lazarus ligt nog steeds voor onze deur. Wie helpen wil, hoeft niet lang te zoeken naar leed en honger. Het kan een eenzaam familielid zijn, het kan een zieke buurman zijn, het kan ook een verslaafde zijn of een buitenlander. Wij moeten ook nog verder kijken: het kunnen de onderontwikkelde volkeren zijn, het kunnen de mensen zijn die gefolterd en onderdrukt worden, het kan ook de verontreinigde natuur zijn. Lazarus lijdt nog altijd en kan nog steeds zijn honger niet stillen met wat van de tafel van de rijken valt.

Wij spreken gewoonlijk van de ‘arme’ Lazarus, maar per slot van rekening werd hij geholpen, hier kunnen we beter spreken van de ‘arme’ rijke, want hij kan niet meer geholpen worden en hij kan ook de anderen niet meer helpen. Hij is werkelijk arm.

Zoeken in Preken Online