25e zondag door het jaar C

C-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Homilie op de 24e zondag door het jaar C: Op zoek naar wie vastzit in het struikgewas (Lc. 15, 1-10)

Tielt, 15 september 2013

Eigenlijk zijn er twee soorten dieren: huisdieren en consumptiedieren. Over het algemeen zijn we gek op huisdieren. Je staat ’s morgens voor dag en dauw op om met je hond het blokje om te gaan. Je koopt speciaal eten voor je kat, enz… Maar er zijn ook mensen die van hun dieren moeten leven: van hun kippen, hun varkens, hun koeien. Ook zij verzorgen hun dieren goed. Maar die zorg hangt samen met hun dagelijks brood. Als een koe te weinig melk geeft, moet ze weg.

Overigens loopt het onderscheid tussen huis- en consumptiedieren door elkaar. Dat ze in Hongkong hondenvlees eten, vinden wij afschuwelijk, terwijl de Moslims ons verafschuwen omdat we varkensvlees eten.

In die context moet je de evangelietekst begrijpen die we zopas beluisterd hebben: het verhaal van de herder die zijn 99 schapen in de wildernis achterlaat om op zoek te gaan naar dat éne schaap dat verloren is en misschien vastzit in het struikgewas.

Zo evident is dat niet. Je hoeft geen te romantisch beeld te hebben van de herders in Jezus’ tijd. Zij waren het uitschot van de maatschappij. Een herder droeg wekenlang dezelfde kleren, sliep ’s nachts, gekleed en wel, bij zijn schapen. Een herder kon je rieken op een afstand. Hij rook naar de beesten die hij telkens weer naar plaatsen moest brengen waar wat te grazen viel.

Met de sterke en gezonde schapen ging hij naar de markt. Hij bekommerde zich niet om het zwakke of ziekelijke beest, dat het tempo van de andere niet kon bijhouden. Herder zijn was een hard bestaan. Als hij ’s avonds zijn schapen natelde en zag dat er een zwak dier ontbrak, zou hij zeker niet teruggegaan zijn om dat dier terug te vinden.

Toch is er één herder die zo gek is. Of beter: die zo gek op je is. In de oudste afbeeldingen in de kerkelijke kunst wordt Jezus altijd afgebeeld als een herder die een hulpeloos schaap op zijn schouders draagt.

Dat is een lieftallig tafereel, een afbeelding van wat ook wij, christengelovigen, zouden moeten doen maar bijna nooit doen. Want voor mensen geldt hetzelfde onderscheid als voor dieren: huisdieren en consumptiedieren. Sommige kinderen zijn goud waard. Alles hebben we voor hen over. We vertroetelen ze tot en met. Andere kinderen, met name de kinderen uit de Derde Wereld, zijn consumptiekinderen. Niet wat ze waard zijn is belangrijk, maar hoeveel ze waard zijn. Dat onderscheid maken we ook bij volwassenen. Sommige behandelen we heel voorkomend. We doen er alles voor: goed onderwijs, perfecte gezondheidszorg, een goed bestaan, sterk beveiligd door een stelsel van sociale zekerheid, enz… Anderen, - denk maar aan de vreemdelingen in ons midden! - beschouwen we als consumptiegoederen: putjesscheppers, goed voor het vuile werk dat wij niet meer willen doen, goed voor het lastige werk in de fruitteelt of het plukken van de druiven in de wijngaarden of om ’s nachts de metro’s te kuisen. Ik spreek dan nog niet van de miljarden arme mensen in India of Zuid-Amerika of van de vele meisjes uit Oost-Europa of Afrika die in de prostitutie terechtkomen als consumptieartikel voor de rijke mensen hier bij ons. Of over de mensen dicht bij ons die als een verloren schaap verstrikt geraakt zijn in het stekelige struikgewas van onze complexe maatschappij. Enkele jaren geleden ging ik op bezoek bij een alleenstaande oude vrouw, die me een brief in de hand stopte en vroeg: “Mr. De Deken, wil je die brief eens lezen en me zeggen: Is dat nu iets dat ik zal moeten betalen of geld dat ik zal krijgen.” Het was gelukkig iets dat zou ontvangen. En een paar weken geleden kreeg ik een S.M.S. van Belgacom met de mededeling dat ik de oude decoder van mijn T.V. op een bepaald adres moest inleveren met al de draden die erbij horen en dat ik gratis een nieuwe zou krijgen en dan die nieuwe thuis mocht installeren. Spijtig genoeg wist ik niet hoe je dat moet doen en was ik blij dat een brave man dat voor mij gedaan heeft. Onze maatschappij wordt niet alleen steeds complexer maar ook veel harder en grimmiger: ouders die angstig zijn om hun kinderen die verslaafd zijn aan drugs, kinderen die misbruikt worden door volwassenen, mensen die het leven niet meer aankunnen en wanhopig in het water springen of uit een hoog flatgebouw.

Hoe gaan wij om met de zwakke mensen in onze maatschappij? Durven wij als herder nog op zoek gaan naar wie verloren loopt of zichzelf niet verdedigen of beredderen kan: het ongeboren kind, de zieken, de bejaarden, de gehandicapten, de mensen die naast het sociale vangnet vallen of niets meer begrijpen van onze complexe en technische maatschapij?

Gelukkig zijn er nog zulke mensen, die hun handen durven vuil maken en blij zijn omdat ze mensen helpen menswaardig leven. Ze zullen niet op hun lauweren rusten zolang er mensen gevangen zitten in het struikgewas van deze wereld.

Waarom doen ze dat? Omdat ze geloven dat elke mens, hoe verloren of mislopen ook, in Gods ogen uniek is en waardevol.

Jezus leert ons vandaag dat mensen niet bestemd zijn voor de consumptie. Allemaal mogen we Gods eigen huisdier zijn. Wij, mensen, brengen elkaar soms naar het slachthuis, soms met duizenden tegelijk. Nochtans bij God is geen enkel mens bestemd voor de slacht.

Mensen: geen comsumptie- of weggooiartikelen!

Gab. Buyse, pastoor-deken em. Tielt


Homilie op de 25e zondag door het jaar C: “Amos leest de les” (Amos 8, 4-7)

22 september 2013

In de tijd dat we op school nog gewijde geschiedenis kregen, leerden we over het H. Land Palestina. Israël met als hoofdstad Samaria vormde het rijke noordrijk. In het Zuiden lag het arme Juda met Jeruzalem als hoofdstad. De wieg van de profeet Amos stond een goede 10 Km. van Jeruzalem af, in een dorpje van niemendal. Hij leerde er het leven van schaapherder en veefokker samen met het ruwe boerentaaltje uit de streek, d.w.z. de dingen noemen bij hun naam: een kat is een kat en verkeerd is verkeerd. Amen en uit. Hij doet een beetje denken aan Boer Vermeulen uit de Vlasschaard van Stijn Streuvels: een stijfkop met een flinke scheut gezond boerenverstand. Geen gemakkelijke vent! Iemand met een eigen en enigszins eigenzinnige overtuiging die er ook vierkant voor uitkomt. Hij was ook niet altijd delicaat in zijn uitlatingen. Afgeven op de chique dames uit het rijke Noorden, die hij in het eerste vers van het vierde hoofdstuk, -ik durf het bijna niet zeggen!- uitschold voor “vadsige koeien”. Dat is toch geen compliment. Als ik dat zou durven zeggen in een sermoen, lopen alle dames weg uit de kerk en staat het volgende week in De Weekbode.

Amos, die ongesnoekte veefokker uit het achterlijke Zuiden, werd in 760 voor Christus door Jahweh achter zijn beesten weggehaald en kreeg de opdracht als profeet naar het welvarende Samaria te gaan. Hij riskeerde zich op vreemd terrein, op glad ijs. Een Vlaming gaat toch ook niet profeet spelen in Duitsland.

Daar, in Samaria, ziet de profeet de welstand. Financieel straalt de hemel blauw. Er is internationaal verkeer, een bloeiende handel, winstgevende veeteelt en goed renderende wijnbouw. Mensen wonen er in mooie huizen, houden er een 2e huis op na en kunnen volop feestvieren. Tijdens de liturgische vieringen en op hun bedevaarten naar de tempelplaats Betel danken ze God voor al dat goede, een zichtbaar teken dat God aan hun kant staat.

Het steekt de ogen uit, ook die van Amos. En hij heeft scherpziende ogen en een klare kop. Hij behoort wel niet tot de christenen-voor-het-socialisme of de Partij van de Arbeid, hij gaat niet betogen met de antiglobalisten, maar heeft genoegzaam door hoe de rijken zich verrijken ten koste van de armen die steeds armer worden. De sociale tegenstellingen worden steeds groter: schatrijke grootgrondbezitters tegenover straatarme bezitloze pachters; de luxe en de weelde van de rijken tegenover de armoede en ellende van de armen; het machtsmisbruik van de leidende klassen tegenover de rechteloosheid van de maatschappelijk zwakkeren, weerloze speeltuigen in de hand van de bezittende klasse. Bovendien nog een stuk religieuze zelfvoldaanheid.

Genadeloos schiet Amos zijn vurige pijlen af op hen die de zwakken onderdrukken. Hij klaagt aan dat ze de korenmaat verkleinen door een dubbele bodem aan te brengen, dat ze de weegschaal vervalsen, dat ze kaf verkopen als graan en dat ze arme mensen verkopen voor geld of voor een paar schoenen.

Amos houdt zijn mond niet. Dat ligt niet in zijn aard. Tegenover zoveel onrecht heb je geen geleerdheid nodig, wel gebalde vuisten en geoefende stembanden. Zijn roeping is het van de daken te schreeuwen dat frauduleuze praktijken door de Heer worden gestraft. Wie zoiets doet, moet niet vooraan in de tempel gebeden prevelen.

Sinds de profeet Amos is er nog niet veel veranderd in onze wereld. Zijn profetische taal blijft ook op onze dagen actueel als we de organisatie van de wereldeconomie van dichterbij bekijken. 94 procent van alle goederen is van ons die tot het rijke Westen behoren en 6 procent voor die andere, arme kant van de wereld, waar nochtans veel meer mensen wonen. De rijkdom van de aarde is zeer ongelijk verdeeld. Maar ook in onze eigen omgeving merken we hoe mensen bezeten zijn door geld. Een maand geleden las ik in de krant dat onze eerste minister een jaarwedde heeft van 290.000 euro. Misschien terecht voor iemand met een dergelijke verantwoordelijkheid! Maar bij bedrijven als Belgacom, Bpost en het spoor werken er nog tientallen managers die meer verdienen dan de eerste minister. En dan spreken we nog niet over de duizelingwekkende bedragen die betaald worden als bonus aan ceo’s van beursgenoteerde bedrijven. Wie heel rijk is moet handig en creatief zijn in het doen renderen van zijn geld. Met veel of soms ook weinig kennis van zaken nemen ze risico’s in het beleggen van hun geld. Ze laten zich verleiden door de nieuwe wonderverhalen van ongekend hoge opbrengsten en zijn diep ongelukkig en erg ontgoocheld als hun aandelen kelderen of zelfs waardeloos worden, zoals we het in de laatste jaren meemaken. Soms schrikken ze niet terug voor schriftvervalsing, corruptie en oneerlijke handelspraktijken om zich verder te verrijken. In het slechtste geval kiezen ze voor praktijken die andere mensen uitbuiten en misbruiken met het oog op groter profijt.

Die verhalen zijn van alle tijden. De eredienst die aan de geldduivel wordt gebracht, is steeds een bloeiende zaak geweest. Ik weet wel, niemand mag ontkennen dat geld en bezit van betekenis zijn in het uitbouwen van ons leven. Maar iedereen weet en ervaart toch dat geld en rijkdom een mens niet gelukkig maken. Dat is de soms late conclusie die mensen verwoorden nadat ze rijper en wijzer geworden zijn na een tegenslag, een overlijden of gelijk welke beproeving. Geld en rijkdom zijn niet in staat het geluk te schenken waar ons hart naar uit ziet. Ze gaan wel lopen met onze aandacht, tijd, werkkracht en psychische energie. Wie eraan gehecht is, is niet meer ontvankelijk voor diepere waarden en zinvragen, niet meer beschikbaar voor mensen in nood.

Amos, die ruige profeet uit de 8e eeuw voor Christus, had gelijk. Zijn boodschap is ook nu nog actueel. De notabelen uit zijn tijd, priesters incluis, wilden hem wel verbannen. Ook dat is niet veranderd.

Gabriël. Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online