25e zondag door het jaar C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Zusters en broeders,

In de eerste lezing fulmineert Amos tegen gewetenloze kooplieden en handelaren, en in het evangelie eindigt Jezus zijn verhaal met “Gij kunt niet God dienen en de mammon.” Duidelijker stellingname is wellicht niet denkbaar. Tegelijk vertelt Jezus een merkwaardig varhaal over een verkwistende rentmeester, en het slot van dat verhaal luidt: “De heer prees het in de onrechtvaardige rentmeester dat hij met overleg had gehandeld, want de kinderen van deze wereld handelen onderling met meer overleg dan de kinderen van het licht.”

Zusters en broeders, deze uitspraak heeft bijbelgeleerden en theologen door de eeuwen heen heel wat kopbrekens bezorgd. Want wat Jezus hier zegt, gaat in tegen alles wat Hij elders over geld en goed en eerlijkheid en oneerlijkheid voorhoudt. Hoe kan Hij hier dan diefstal en onrechtvaardigheid als voorbeeld stellen?

Zware kopzorgen dus voor theologen en schriftkenners. Nochtans, als we lezen wat er staat, zien we meteen dat diefstal en oneerlijkheid helemaal niet verheerlijkt worden. Jezus stelt alleen de vindingrijkheid, de handigheid, het doorzetten van de rentmeester tot voorbeeld. Wat die niet allemaal uithaalt om zijn vel te redden: je moet er maar aan denken, en je moet het dan ook nog doen. Welnu, zegt Jezus, zo’n vastberadenheid, zo’n inzet moet gij, kinderen van het licht, u ook eigen maken. Niet om onrecht te bedrijven, wel om goed te doen, om God te dienen, om er te zijn voor elkaar, voor uw naaste. Jezus herhaalt hier met andere woorden wat we enkele weken geleden ook al hoorden, namelijk: ‘Wees waakzaam, wees bij de pinken als het om het goede gaat.’ Dit keer geeft Hij die raad vanuit een parabel over geld, en dat is een bijzonder goede keuze.

Want geef toe, zusters en broeders, als er iets is waar we ons voor inzetten, dan is het voor het verzamelen van geld en goed. De beurs en kasbons, nieuwe kleren en een nieuwe auto, onze volgende vakantie en ga zo maar door: weken, maanden, jaren, sommigen zelfs hun hele leven lang, kunnen we daarmee bezig zijn, en het moet gezegd: we zijn daar zeer goed in. We vergelijken prijzen met prijzen, gaan van winkel naar warenhuis en van handelaar naar marktkramer, we proberen ons procentje los te krijgen, en als dat niet meteen lukt, gaan we gewoon ergens anders. We hebben daarin dezelfde inzet, dezelfde vastberadenheid en dezelfde vindingrijkheid als de onrechtvaardige rentmeester. Welnu, als we nog maar de helft van al die tijd en al die vastberadenheid zouden over hebben voor Gods droom van liefde, vrede en broederlijkheid, dan was de hemel op aarde al lang een feit. Dat is precies wat Jezus bedoelt wanneer hij ons de rentmeester als voorbeeld stelt: dat we even vastberaden en even vindingrijk zouden zijn als hij, maar dan wel om het goede te doen.

En dan is er nog Jezus’ aansporing om ons vrienden te maken door middel van de onrechtvaardige mammon, opdat zij ons in de hemel zouden opnemen. Nog minder dan met het voorgaande weten veel schriftkenners hier blijf mee. ‘Kunt ge de hemel dan toch kopen?’ vragen ze zich vertwijfeld af.

Zusters en broeders, Jezus had iets met geld. Beter gezegd, Hij had iets tégen geld. Voor Hem staat het vast dat God en geld onverzoenbaar zijn. Geld stelt zichzelf in de plaats van God, meer nog: voor veel mensen ís het god. Maar Jezus is een realist. Hij leeft als mens onder de mensen, dus kent Hij onze verlangens en verslavingen en Hij weet: dat verlangen naar geld, dat is er niet uit te krijgen. Dus zegt Hij: ‘Als je dan toch absoluut geld wilt verzamelen, en liefst veel geld, besteed het dan ten minste goed. Hou het niet alleen voor jezelf, maar deel royaal mee met wie in nood is. Want voor God telt niet hoeveel je verzameld hebt, wel hoeveel je mee-gedeeld hebt. Maak je dus vrienden door middel van dat duivelse geld, vrienden die je bij God zullen verwelkomen. En als je van God te horen krijgt dat je niet altijd zo mooi hebt geleefd, zullen zij zeggen: ‘Maar hij/zij was er wel voor ons.’ En God zal goedkeurend knikken. En op het verwijt dat je niet altijd zo’n voorbeeldige kerkganger geweest bent, zullen zij antwoorden: ‘Maar hij/zij was wel een kampioen in Broederlijk Delen.’ En opnieuw zal de Vader goedkeurend knikken. En als je moet slikken dat je soms je werk, je gezin, je plicht hebt verwaarloosd, zullen zij in koor roepen: ‘Zo slecht was hij/zij nu ook weer niet, want voor ons stonden zijn hart en zijn portemonnee altijd open.’ En opnieuw zal de Vader goedkeurend mompelen, en Hij zal zeggen: ‘Beste man, beste vrouw, je bent zeker niet de meest voorbeeldige van mijn mensen geweest, en je bent soms serieus over de schreef gegaan, maar kom toch maar binnen, want je verdient het, ondanks alles. Immers, wat ge aan de minsten van de mijnen hebt gedaan, hebt ge aan Mij zelf gedaan. En zij, die gij u door middel van de onrechtvaardige mammon tot vriend hebt gemaakt, zij zullen u zingend in hun midden opnemen, en zij zullen zeggen: ‘Zoals gij met ons hebt gedeeld, zo delen wij nu met u in de vreugde van de Heer.’

Zusters en broeders, ik vind dit een heel mooie parabel van Jezus. Amen.

Zoeken in Preken Online